Genealogie Roelof Houwing

28-5-2011


 

 

I    Roelof Houwing, geb. circa 1560, overl. na 1630. In 1565 klagen de buren van Weerdinge over het onderhoud van dijken en dammen. De dan overleden Roelof Houwinge had zijn huis en hof verkocht, en zijn zoons later het land. Gezien de verkoop van huis en land is het waarschijnlijk dat de koper van de goederen zich Houwing is gaan noemen, maar zekerheid hierover is er niet.
In 1573 geeft de rentmeester der Domeinen aan dat het Houwinge goed, gepacht door Roelof Houwinge voor 14 mud rogge per jaar, sterk vervallen is.
[1]

In 1598 ligt Houwinge al meer dan 20 jaar geheel vervallen. Het gaat om het Houwinge goed tot Weerdinge met een "olt vervallen huis zonder dack, doeren, ofte vensters dat jaren lang voor schatting en leninge gelegen heeft" (onverhuurd is). Roelof Nienhuis (=Roelof Houwing) pacht het in 1598 voor zes jaar, het huis wordt door de rentmeester verbeterd en Roelof mag er in 1598 en 1599 om niet wonen, wegens zijn hulp bij timmeren en andere zaken. Vanaf 1600 betaalt hij negen mud rogge.
[2] In 1600 vermeldt de rentmeester dat tot het erf behoren 30 mud bouwland, 11 of 12 dagwerk hooiland en een vol waardeel in holte, weide en weide. In 1601 wordt vermeld dat er inderdaad een nieuw huis is gekomen, met een schuur. In 1604 wordt de pacht opnieuw voor zes jaar aan Roelof Nijenhuis gegund, voor 9 mud jaarlijks. Evenzo in 1610, maar nu voor 13 mud per jaar. In 1616 wordt de pacht 17 mud. In 1617 moet het huis weer gerepareerd worden, een voorstel door de rentmeester om het huis voorlopig te stutten wordt door Drost en Gedeputeerden goedgekeurd.[3]
In 1625 wordt de pacht gegund aan Marten Wolf, voor 28 mud per jaar, die het mogelijk doorverhuurde aan Roelof Houwing of de huur overdeed aan de vorige pachter. Marten Wolf (ook Wolfering of Wulfering) woonde in Erm. Hij wordt in de etstoel archieven veelvuldig genoemd, aanvankelijk vanwege vechtpartijen, maar later als commissielid van de Etstoel. In 1631 is de laatste vermelding. In 1709 worden in Erm nog twee Wulveringe erven genoemd. In ieder geval is het Roelof Houwing die in 1627 een schikking met de rentmeester treft inzake de reparatie van het huis.
[4] Op 5 maart 1632 wordt Houwinge verhuurd aan Johan IJking, maar daar protesteert Roelof met succes tegen: op 1 juni 1632 wordt het goed verhuurd aan de vorige meier Roelof Houwing.[5]

Brinks erf te Noordbarge.
Roelof Houwinge is behalve pachter van Houwinge ook eigenaar van Brinks erf te Noordbarge, met 15 mud bouwland en een half waardeel. In 1612 vinden we daar Herman Brinks. In 1622 heeft hij een geschil met zijn meier Jinkinge over de betaling van de omslag over het erf in de "Lingensche Contributiën".
In 1622 treedt zijn zoon Berend op als zijn volmacht in een kwestie betreffende de Lingense contributies. Ook later komt deze kwestie een paar keer voor. Zo heeft hij in 1625 een geschil met de ingezetenen van Noordbarge over de betaling van "Lingensche Contributiën" over Brinxerve.
[6] De Lingense contributies vormden een afgesproken afdracht aan de Spaanse tegenregering in Lingen voor en gedurende het 12-jarig bestand (1609-1621). De bijdrage van Roelof Houwing betrof niet het Houwinge erf, maar het Brinks erf in Noordbarge, waar hij eigenaar van is.
In 1630 wordt Arend Brinks genoemd als meier. Daarna volgen Jan Brinks in 1654 met 35 mud en een half waardeel, Klaas Brinks in 1672 als volle boer, Geert Brinks 1687-1694. De hele familie is in 1694 overleden, behalve zijn vrouw die naar Orvelte is gegaan. In 1694 wordt Geert Nijenhuis de nieuw bewoner, en in 1695 wordt gemeld dat Brinks voor een gedeelte is verkocht.
In 1708 verkocht Geert Joling Brinxplaats te Noordbarge aan Steven van Selbach.
[7] Daarna is nog regelmatig sprake van gedeelten van Brinks te Noordbarge.

In 1613 wordt de domeinmeier Roelof Houwing te Weerdinge toegestaan om op de landdag te compareren, "mits absentie bij domein aangelegenheden".
[8]

Op 22-2-1610 verschijnt hij op de goorspraak te Emmen in een geschil had met Lambert Huisinge over de koop van een stuk land. In 1612 koopt hij van de predikant Franciscus Pontanus te Odoorn een door de predikant ontgonnen stuk land. Na het overlijden van Pontanus neemt diens opvolger de grond in gebruik, in de mening dat die tot de pastoriegronden behoorde. Een proces met Roelof Houwing is daarvan het gevolg.
In 1622 annuleert Roelof Houwing van Weerdinge Herman Ickinge de huur van Brincks erf. Er waren namelijk problemen over heffingen.
Roelof Houwing is diverse malen betrokken bij scheldpartijen en vechtpartijen. In 1610 heeft hij Lambert Huising uitgescholden voor schelm, en is hij betrokken bij een slagenwisseling met Geert Menger. In 1611 wordt hij geslagen door Joost van Welvelde, en slaat hij Roelof Battinge.
In 1614 heeft Roelof Houwing een geschil met Johan Lamberts over een verkochte ketel.
[9]
In 1617 heeft Roelof Houwinge een geschil met Harmentien Reintiens over belediging: "Roelef Houwinge klagende dat Harmentien Reintiens hem gediffameert ende nagesecht solde hebben dat hij zekere verkofte honing met water en modder vermengd had". De impetrant moet eerst voor het gerecht submitteren en borg stellen.
[10]
In de grondschatting van 1630 vinden we de volgende Houwing vermeldingen:
- Weerdinge: Roelof Houwinge, meijer van Jr. Borchart van Aswede: 15 mud bouwlant, 3 dachwarck hoylant, en 1/4 waardeel met een hoff; gestelt op f 2400.0.0.
- Weerdinge: Houwinge goedt.
- Noordbarge: Arent Brinx meijer van Roelef Houwinge: 15 mud bouwlant, 3 dachwarck hoylant en 1/2 waer met een huis en kleine hoffte, aangegeven op f 2000, gesteld op f 2400.
[11]
Kennelijk pacht Roelof behalve Houwinge ook nog wat van Borchart. In 1645 wordt dit goed omschreven als Jolinge Hof, onbetimmerd, toebehorend aan Borchard. In 1654 wordt het aangemerkt als Jolinge erf met 20 mud land, geen huis. In 1672 wordt melding gemaakt van de koop van Jolinge door Berend Houwing en Johan Woerdinge en hun echtgenotes, ieder de helft. Het is dan in gebruik bij Berend. De verkoper is Luitenant Conrad van Aswede.
[12]

 

handtekening Roelof Houwing[13]


In 1646 hebben Olde Jan Houwinge en Geert Houwinge een geschil met Berent Houwinge en jonge Jan Houwinge. Het betreft een geschil over de afkoop van waarschijnlijk de eisers die gemaakt was op 24-2-1634 met de ouders van de partijen. De hier genoemde vier Houwing's zullen de zonen geweest zijn van Roelof Houwing. Het is mogelijk dat er ook nog dochters geweest zijn die ook afgekocht zijn. Deze zijn echter niet gevonden.
[14]

 

Wapen Houwing


Kinderen:

   1.

 m 

Berend Roelofs Houwing, geb. circa 1600 te Weerdinge (zie IIa).

   2.

 m 

Geert Houwing, geb. circa 1605 te Weerdinge (zie IIb).

   3.

 m 

Jan Houwing, geb. circa 1615 te Weerdinge (zie IIc).

   4.

 m 

Jan Houwing, geb. circa 1615 te Weerdinge.


IIa    Berend Roelofs Houwing, geb. circa 1600 te Weerdinge, overl. circa 1678. In 1631-1633 heeft Roelof Geerts een geschil met Berent Houwinge over een schuld van 50 daeler en 25 stuivers.
[15]
Uit de rekeningen van de rentmeester der domeinen blijkt dat in 1638 Berent Roelofs Houwinge de pacht heeft overgenomen van zijn vader. In 1655 is het Houwinge goed te Weerdinge verpacht aan Berent Roelofs Houwinge voor 27 mud; in 1668 en 1671 is hij ook nog pachter.
[16]
In 1645 en 1654 wordt Berend Houwinge genoemd, bij de prisering van de huizen etc. resp. de aangifte van de landerijen, huizen en hoven. Hij heeft als pachter op Houwinge een oud huis van 11 gebint en 26 voet wijd. Daarnaast heeft hij zelf nog in eigendom een huisje van 4 gebint,14 voet wijd, en een spijker van 5 gebint, 15 voet breed. Over de grondschatting over deze spijker wordt in 1730 zijn oomzegger Aaltje Houwing te Borger vergeefs aangesproken.
In 1645 is hij met Willem Straetinge, Jurjen Luitjens en Jan Willems momber over de vier voorkinderen van Gerrit Woerdinge te Weerdinge. Zij verzoeken om goedkeuring van de verkoop van een half vierendeel waardeel te Weerdinge, en een vierde deel van een hof en bomen en land.
[17]
Berent Houwinge te Weerdinge voor hem en als volmacht voor zijn broer (jonge) Jan Houwinge is op 10-10-1652 eiser tegen Hindrick Woerdinge te Weerdinge. Het betrof schelden en belediging. De verweerder zou namelijk gezegt hebben dat de eisers "de honich op de tonge en de galle in 't herte" hebben.
[18] Op dezelfde dag zijn Hindrik Woerdinge en Jan Woerdinge eisers tegen Berent Houwing in een zaak betreffende onterecht weggehaald hooi.[19] Ook op die dag is Berent Houwinge te Weerdinge eiser tegen Luitje Heminge en Willem Heminge te Weerdinge. Het betreft het weghalen van rogge van een akkertje dat Berend op 14-5-1629 gekocht heeft van Roelof Altinck.[20]
In 1662 zijn Geert Houwinge en Thije Wichers mombers over de kinderen van wijlen Jan Houwinge. Zij hebben een geschil met Berent Houwing over een inventaris die door de verweerder is afgegeven.
[21]
In 1665 komt Berend Houwinge voor op de lijst van weerbare mannen.
Luitenant Conrad van Aswede verkoopt aan Berend Houwink en Jantje, echtelieden, en aan Johan Woerdinge en Anne zijn huisvrouw een ieder de helft van het hele erf Jolinge te Weerdinge zoals bij Berend Houwink in gebruik, alsmede drie schat bij Jan Elkinge in gebruik in 1670.
[22]
Hij maakt in 1671 met zijn vrouw een testament ten gunste van zijn zoon Willem. Zijn zoon Joannes Houwinck, predikant te Schoonebeek verzoekt in 1678 om nietigverklaring van het testament.
[23]
In het haardstedenregister van 1672 wordt Berend Houwing voor vol aangeslagen. Zn. van
Roelof Houwing (zie I).
Tr. kerk circa 1628 Jantje Wichers, geb. circa 1600.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

ds. Johannes Houwing, geb. circa 1629 te Weerdinge (zie IIIa).

   2.

 m 

Rudolphus Houwing, geb. circa 1631 te Weerdinge (zie IIIb).

   3.

 m 

Jan Houwing, geb. circa 1635 (zie IIIc).

   4.

 m 

Willem Houwing, geb. circa 1645 te Weerdinge (zie IIId).

   5.

 v 

N.N. Houwing.
Tr. Albert N.N.


IIb    Geert Houwing, schoolmeester Gasselte 1632, schoolmeester Rolde 1637, geb. circa 1605 te Weerdinge, overl. 1666 te Rolde. In de boekjaren 1636 en 1638 komt voor Geert Houwing, schoolmeester te Gasselte.In 1638 is er een geschil voor de Etstoel tussen Geert Houwing en de buren van Gasselte over de betaling van zijn tractement. Mede daardoor misschien is er het volgend jaar een andere schoolmeester: in het boekjaar 1639 is Hendrik Hendriks schoolmeester te Gasselte. Geert Houwinge blijkt in 1660-'61 schoolmeester te Rolde te zijn met een tractement van 30 gulden. In het boekjaar 1675 komt hij nog steeds in Rolde voor.In februari 1667 verzoekt zijn zoon Albert uitbetaling van 30 caroliguldens die zijn vader Geert Houwink jaarlijks zijn toegezegd "voor zijne bedieninge van het uirwarck" te Rolde.
[24] [25]
Op 30-4-1663 is er een geschil tussen Geert Houwinck en Oltger Everts en de gerichtsdieners van Hunsingo: "ten einde gij sult supersederen met de verdere executorialen van Zacharias Pesmans goederen ter tijt met de gerechtelijke beschrijvinge, vercopinge en verclaerenge in praeferentie sall zijn gedaen".
[26] Op 12-11-1663 wordt hij schoolmeester te Rolde genoemd in ditzelfde geschil: "Geert Houwinck schoolmester tot Rolde contra de voorstanderen van Mr. Regneers kinderen ten einde gij de goederen van sijn mede debitor Zacharias Pesman ongedistraheert sult laten verblijven, ter tijt daer over de gerechtelijke beschrijvenge, vercopinge en verclaringe van praeferentie sal zijn gedaen".[27]
In 1665 is hij met Adolphus Molanus predikant te Sellingen en Luca Fledderij, predikant te Vledder momber over het minderjarige kind van Ernestus Fledderus, predikant te Rolde en wijlen Christina Brachtesende. De mombers verzoeken om goedkeuring van een accoord met de weduwe van Herbertis Brachtesende, in leven predikant te Emmen en Joannes Boutichius namens zijn vrouw.
[28], zn. van Roelof Houwing (zie I).
Kind:

   1.

 m 

Albert Houwink, geb. circa 1650 (zie IIIe).


IIc    Jan Houwing, geb. circa 1615 te Weerdinge. Op 3-10-1631 heeft Jan Houwinge een geschil voor de Etstoel met Jan Busen te Dalerveen. De verweerder zou hem drie wonden in het hoofd geslagen hebben, en Jan wil daarvoor smartegeld.
[29], zn. van Roelof Houwing (zie I).
Tr. kerk (1) circa 1640 N. N.
Tr. kerk (2) circa 1655 N. N.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 m 

Roelof Houwing, geb. circa 1640, overl. na 1698.

   2.

 m 

Willem Jans Houwing, geb. circa 1645 (zie IIIf).

   3.

 m 

Jan Jans Houwing, geb. circa 1645 te Anderen, overl. voor 1695. Bij het huwelijkscontract van 20-2-1672 te Veendam treedt voor Jan Janssen op Herman Jansen als broer en Jan Hermans zwager en Rudolph Houwinck als neef. De bruidegom noemt zich nog geen Houwinck. Voor de bruid verschijnen Evert, Jan en Tamme Clingius als vader en broers.[30]
Freeke is een dochter van Evert Clinge en Tyacke Tammens; dat blijkt o.a. uit een familie-overeenkomst inzake een huis te Noordbroek, ten N. van het Nieuwe Diep bij de pijpe.
[31] Andere kinderen uit dit huwelijk zijn Tamme Clingius gehuwd met Marichjen Bavings en Jan Clingius gehuwd met Anje Eltjes. Freeke is eerder gehuwd met Mento Gökens. Uit dit huwelijk een dochtertje Haijke dat medio 1672 drie jaar oud is. Zij wordt door de moeder en stiefvader afgekocht met f 800, "een bedde met sijn toebehoor, een silveren beecker en een silver leepel". Haar mombers zijn Hemmo Tonckens, Jan Clingius en Cornelis Hasewinckel.[32] Overigens moet dit kind voor haar moeder overleden zijn, aangezien in 1698 Freeke's erfenis vervalt op familieleden Clingh.
Freeke en haar man Jan Houwinck komen voor als zwager en zuster bij het huwelijkscontract van haar broer Tamme Clingius met Hayke Harmens.
[33] Jan Houwink is voogd over de kinderen van Tamme Clinge bij zijn eerste vrouw Martje Bavinck.[34]
Johan Clingius en Anje, Jan Houwinck en Freeke laten zich in als borg voor leverantie van een huis en schuur etc. op hun grond in Nieuw Scheemda ten opzichte van Aeldert Jans en Trijnje Herens.
[35] Jacob Bavinck en Jan Houwingh met hun vrouwen Wijven Jacobs en Freke Clingius laten zich in als borg voor vrije levering van een huis en schuur te Noordbroek op armengrond door Cornellijs Lammers van Tamme Clinge en Haike gekocht.[36]
Jan Houwink, Haijo Elties en Jacob Jans zijn voormond en voogden over de kinderen van wijlen Jan Clinge bij Anie Elties.
[37]
Jan Houwinck en Freeke Clingius te Veendam verkopen voor f 700 aan Tjapke Tammes en Tjaelde Eltjes te Beerta 5 deimten en 28½ roeden land gelegen in een heerd land in de Scheemda groot 27 deimpten 53 roeden 6 voeten, verkregen 18-5-1669 in scheiding of deling van wijlen Mento Geukens. Voor deze kopers laten Jan en Tamme Clinge tot Noordbroek en Herman Janssen gehuwd met Haseke Alberts in Veendam zich in als borg.
[38]
Op 11-10-1678 is er een geschil tussen Gepke Wessels en Jan Jans Houwincks inzake de erfenis van het kind van de vrouw van Jan Jans Houwing.
[39] Jan Houwingh en Freecke Clingius te Veendam verkopen 8 akkers land te Veendam het Tonckel genaamd aan het Oosterdiep liggende aan Lambert Roelefs en Aefken Louwens voor f 800.[40]
Op 26-1-1677 verkopen Herman Hendricx Pranger en Brechte Arents aan Jan Jansen Houwinck en Freke Clingius een stukje land tussen beider erven gelegen, 4 roeden breed en 6 3/4 roeden diep, totaal 27 vierkante roede voor f 132.
[41]
Brechte Arents weduwe van Herman Hendricx hertrouwt met Aeldert Jacobs. Bij het huwelijkscontract zijn de getuigen aan bruidegomszijde Dirck Hendricx te Groningen en Jan Houwingh te Veendam; aan bruidszijde zijn de getuigen Hendrick en Arendt Hermans zonen, Lambert Hermans, Lambert Janssens, en Hendrick Janssen.
[42]
Jan Houwinck diaken in Veendam en Wildervank en Freeke Clingius verkopen op 21-8-1680 een huisplaats en tuin gelegen te Veendam in de Tonkel voor f 800 aan Jan Willems en Eva Simons.
[43]
Roelof Janssen alias Houwingh te Drouwen in Drenthe is op 29-7-1684 240 gulden schuldig aan Jan Janssen alias Houwingh zijn broer te Veendam en Freecke Clingius. Hij tekent (met onbeholpen letters) Roelef Jansen.
[44]
Op 25-9-1684 is Acke Jansen 43 gulden schuldig aan Jan Jansen Houwingh en Freecke Clingius wegens huishuur.
[45]
Op 16-5-1686 zou Jan Jansen Houwing de huisvrouw van mr. Pieter van der Klimp beledigd hebben: "Is meede naest voorgaende denunciatie voor den kerkeraedt verscheenen Jan Jansen Houwingh, en is denselven afgevraeght, of hij de lasteringh noch staende ieldt, welcke hij tegen mr. Pieter van der Klimps huisvrouw, Zarah Schoormans, dronken zijnde, hadde uijtgespoogen. Waerop de voorn. Jan Jansen Houwingh in de thegenwoordigheidt van gemelten mr. Pieter van der Klimp, ende desselfs huisvrouwen Zarah Schoormans, leedtwesen heeft bethoont, ende opentlick verclaerdt, dat hij op meergemelten Zarah Schoormans niet en wiste als eer en deugt... Zijnde verder hij bij dese occasie aengesproocken edde bestraft oover sijn droncken drincken, schelden en vechten, heeft hij daeroover als uijterlick bleeck ende men andders niet conde bemerken groot leedtwesen gethoont, ende versocht, dat de kerkeraad sulx wilde ten besten houden, onder belofte van beeterschap, ;t welck geschiedt is, naest voorgaende ernstlicke vermaeninge, ende op hoope dat sijn ongeregeld leeven in't toecomende sal verbeetren".
[46] Zie voor de genealogie van der Klimp ook Huppeldepup.[47]
Op 4-5-1690 wordt aan Jan Houwinck wegens "sijn veelvoudige dronckenscappen en slagerijen" de toegang tot het Avondmaal ontzegd. Op 5-9-1690 wordt hij weer toegelaten, na zijn excuses. Op 27-2-1691 wordt hem echter de toegang weer ontzegt wegens dronkenschap. De zaak blijft de komende jaren spelen waarbij hem diverse malen de toegang afgenomen wordt.
Louis Sena rentemeester der Ommelanden nom. ux. ontvangt 431 gulden van Jan Houwinck en Freecke Clingius voor een huis te Veendam aan de Wiede met het land daaronder beklemd.
[48] Jan Houwing en Frouke Clingius te Veendam verkopen op 15-9-1686 aan Jan Claessen en Maria Janssen voor f 400 een huis te Zuidbroek met het land.[49] Ook in de volgende jaren verkopen en kopen Jan Houwing en zijn vrouw regelmatig huizen en land.
Frouke Tammes huisvrouw van Jacob Joesten tot Emden, Egbert Tammes broer en zuster, mede-erfgenamen van Freke Clingius weduwe van Jan Houwing, dragen hun aandeel in de erfenis over aan Willem en Andries Clingius, broers tegen betaling van honderd zilveren ducatons en een zilveren beker.
[50]
Freke Clingius weduwe van Jan Houwingh te Veendam verklaart in 1695 samen met haar wijlen haar man verkocht te hebben aan Hilbrand van Peer en Margaretha Wildervanck een behuizing en schuur etc. voor f 1095.
[51]
Hun nalatenschap wordt verdeeld op 13-4-1698. De erfgenamen van zijn kant zijn Hindrick Houwing van Gasselte voor zich en als gemachtigde van Rudolph Houwingh te Drouwen en Willem Houwingh te Vriescheloo en Hindrick Hindricks nomine uxoris tot Noordlaren. Aan haar zijde zijn de erfgenamen Willem en Andries Clingh mede voor hun broer Allert Clingh. De Houwing familie wordt afgedaan met f 1250. Als Rudolph Houwingh uit zijn erfenis zijn schuld aan de boedel niet kan betalen valt dat naar beide helften uiteen. De 40 gulden die Jan Jansen Houwingh aan de armen in Veendam en Wildervank heeft beloofd komen ten laste van de Clinghii.
[52]
Tr. kerk op 5-4-1672 te Veendam Freeke Clingius, overl. voor 1698, dr. van Evert Clingius en Tjaecke Tammes.

   4.

 m 

Harm Jans Houwing, geb. circa 1645.

Uit het tweede huwelijk:

   5.

 m 

Hindrik Jans Houwing, geb. circa 1650 (zie IIIg).

   6.

 v 

Hilligje Jans Houwing, geb. circa 1655.
Tr. kerk (1) voor 1675 Jan Hermans.
Tr. kerk (2) op 24-2-1675 te Veendam Evert Kiers, smid, overl. voor 1694. Er is een huwelijkscontract tussen mr. Evert Kijrs smidt weduwnaar van wijlen Phie Everts en Hille Janssen weduwe van wijlen Jan Hermans van 22-1-1675. Getuigen bij het huwelijkscontract waren aan zijn kant: Michiel en Roelef Roelefs (swagers = doorgehaald), en aan haar kant: Jan en Rudolph Houwingh halve broer en hele neef.
[53]
Op 30-12-1675 zijn Jan en Rudolph Houwinck en Lambert Jansen voormond, sibbe- en vreemde voogd over de minderjarige kinderen van wijlen Jan Hermans. De kinderen zijn Herman en Hille Jansen. Er wordt een afkoop geregeld met de moeder Hillichjen Janssen en stiefvader Evert Kiers.
[54]
Evert Kiers en Hilligjen Jans te Veendam verklaren zich als borgen in te laten voor leverantie van een stuk veen in Veendam aan het Oosterdiep gelegen, volgens acte van 13-01-1679.
[55]
Hilligjen Jans weduwe van Evert Kiers te Veendam verkoopt op 7-2-1694 een huis staande in Veendam met het halve smidsgereedschap aan Willem Barels en Hajke Jans.
[56]

   7.

 v 

Geertje Jans Houwing, geb. circa 1655 te Drouwen?
Tr. kerk 1679 te Zuidlaren Hindrik Hindriks, geb. circa 1650 te Midlaren.
Hindrik Hindriks wordt 1695 aangenomen als lidmaat te Noordlaren.


IIIa    Ds. Johannes Houwing, predikant te Schoonebeek 27-11-1656, Wetsinge 10-1684; emeritus 1703, geb. circa 1629 te Weerdinge, overl. op 14-5-1706 te Groningen. Hij wordt ingeschreven aan de universiteit Groningen op 25-6-1651, uit Drenthe, 22 jaar oud gelijktijdig met Rudolf Houwingh, 20 jaar oud: "Joannes Houwingh, Drentinus, a. 22, Phil".
Het geboortejaar van Johannes ligt ergens tussen 1620 en 1629, waarschijnlijk in 1629. Bij zijn inschrijving als student te Groningen in 1651 is hij 22 jaar oud (geboren 1629), Bij zijn emeritaat in 1703 77 jaar oud (geboren 1626) en bij zijn overlijden in 1706 is hij 86 jaar oud (geboren 1620). De vermelding op de jongste leeftijd zal het dichts bij de waarheid liggen.
Johannes Houwing wordt lidmaat te Groningen in december 1651: " Joannes Houwinck stud. in d'Nye Ebbingestraet"
De familieaantekeningen Brons geven een duidelijk beeld van het gezin. In deze aantekeningen wordt vermeld dat de predikant met de Hollandse ambassadeur in Engeland als "Hotel prediker" heeft gefungeerd, 20 jaar in Schoonebeek en 25 jaar in Wetsinge heeft gestaan.
Hij heeft een graf op het Noorderkerkhof: 14-11-1651 uitwijzing aan Derck Jansen constapell, in 1675 pastor Johannes Howinck tot Schonebeeck nomine uxoris, 7-10-1752 Derk Jan Houwink schoolmr. in de Beneeden Pek. A als erfgenaam.
[57]
Getuige bij de ondertrouw te Groningen is voor de bruid Derk Jans constapel als vader.
In 1678 krijgt hij ruzie met zijn broer Willem over de nalatenschap van zijn ouders, welk geschil tenslotte door de Etstoel in het voordeel van Willem wordt beslecht.
Exact in de jaren van Ds. Houwingh's predikantschap te Wetsinge (ca. 1684 tot 1703!), valt een lacune in de DTB. Berend moet zijn zoon zijn geweest, die nog in Drenthe trouwde en met zijn gezin ook enkele jaren in Wetsinge gewoond heeft; maar in laatstgenoemd dorp is in geen enkel protocol iets te vinden over hem, zijn vrouw en zijn oudste kinderen.

 

Handtekening Johannes Houwing[58]

, zn. van Berend Roelofs Houwing (zie IIa) en Jantje Wichers.
Otr. op 17-3-1660 te Groningen Geertruit Derks Wijrsema, geb. circa 1635, overl. op 24-7-1700 te Wetsinge. De familienaam van Geertruid Derks is afkomstig uit de familieaantekeningen Brons.
Dr. van Derk Jans, constapel.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Berend Houwing, geb. op 1-7-1661 te Schoonebeek (zie IVa).

   2.

 v 

Helena Houwing, geb. op 13-2-1663 te Schoonebeek, overl. 1706 te Groningen. Uit een relatie van Helena Houwing met kapitein Coppen Tjarda van Starckenborgh te Wehe worden verschillende kinderen geboren, waarvan vermoedelijk slechts één in leven bleef. Bekend zijn:
- Frederijke ged. 27-5-1690 te Groningen
- Jacobus Jacobi, geb. 1691
Helena Houwing wordt vanwege de onechte kinderen in 1691 de toegang tot het Avondmaal onzegt: "Helena Houwing twemael in kraem bevallen van Capit. Sterckenborch van Wee, wierde à D. Praeside scherpelijck bestraft dat sij, een predicanten dochter, in de vuile sonde van hoererije was gevallen, en de bose vuilichheit so menichmael jaeren nae malkander had gepleecht; is dieswegen het gebruick des Avontmaels onweerdich verklaert".
[59]
In 1693 heeft Helena Houwing een geschil met vrouw Anna Catharina de Mepsche weduwe Starkenborgh als borg voor jr. C.T. van Starkenborgh tot Whee inzake betalingen, waarschijnlijk voor onderhoud van de kind(eren).
[60] Dit geschil sleept zich nog jaren voort.
Na de dood van Helena Houwing verzoekt de luitenant geweldige Berent Houwingh om de inventaris van de boedel van zijn overleden zuster, Dr. Loenens weduwe.
[61] Hij is de naaste in den bloede van zijn zuster, en haar erfgenaam. Het huwelijk zal dus kinderloos gebleven zijn. De inventaris van de boedel geeft o.a. een lijfrentebrief op Helena Houwingh groot f 2000 in dato den 25-1-1697.[62]
Wel is het onechte kind nog in leven, zoals blijkt uit het volgende stuk: "Weesheren rat. off. contra Lieutenant Houwing eisen dat deze zich niet zal onderstaan om zich de boedel van wijlen zijn overleden zuster de wed. Gesworen van Loenen te bekreunen, alsmede van zijn vader de pastor Houwingh, voor hij zich daarover heeft verklaard. B & R renvojeren dit aan de Raads Bouwmeister om sigh te informeren over de tijd van de conceptie van 't kint en de trouwdag van de heer Coppen Tiaarda van Starckenborgh".
[63]
Helena Houwink heeft een kind nagelaten geboren uit de relatie met Coppen Tjaarda van Starkenborg. Dit zou van de moeder erven als het onecht is, maar niet als het in overspel verwekt is; vandaar de interesse van Helena's broer. Tjaarda van Starckenborgh is volgens attestatie van de predikant to Wee gehuwd op 28-12-1690, het kind is volgens verklaring van Emerentiana Goedhart geboren in 1691. Lieutenant Houwing zal moeten bewijzen of het kind inderdaad in overspel is verwekt. Drie voorgaande kinderen, waarvoor de heer Starckenborgh gerechtelijk was geconstringeert, zijn buiten de provincie geboren, om gesleept en opgevoedt geworden.
[64]
Jacobus Jacobi namens zijn moeder Helena Houwinck ordonneert aan de luitenant en hoofdmannen Houwincks weduwe in qualite om haar stukken aan het gerecht af te geven.
[65]
Jacobus Jacobi trouwt op 15-12-1718 te Groningen met Heiltje Rewerts van Martenshoek. Uit dit huwelijk twee kinderen, Rewert Jacobi en Jacoba Helena Jacobi. Bij de doop van het laatste kind is de vader al overleden.
Otr. op 4-6-1705 te Groningen Andreas van Loenen, dr. der beide rechten, gezworene van Groningen, ged. op 27-10-1657 te Groningen, overl. 1705 te Groningen, zn. van Thomas van Loenen en Abeltje van Starkenborgh.

   3.

 v 

Margrieta Houwing, geb. op 24-1-1667 te Schoonebeek, overl. op 1-4-1676 te Groningen.


IIIb    Rudolphus Houwing, collector in Veendam en Wildervank, geb. circa 1631 te Weerdinge, overl. circa 1683 te Veendam. Hij komt in 1663 met attestatie van Bellingeweer naar Usquert en in 1664 naar Veendam.
Er is een huwelijkscontract van 1-3-1667 tussen Rudolf Houwingh en Stijntje Verhoogh. Aan de kant van de bruidegom zijn de getuigen: Willem Houwingk broer, mede namens hun vader Berent Houwink. Aan de kant van de bruid is Lammert Westenborg, oom getuige. Lammert Westenborg is op 14-2-1658 getrouwd met Cornelia Bougen, een zuster van de moeder van Stijntje.
[66]
In 1667 zijn er afhandelingen betreffende de laatste wil van Cornelia Vougen, huisvrouw van Lambert Westerbergh. Haar weduwnaar, nu hertrouwd met Hendrickjen van Wees, moet f 1000 uitbetalen aan Isaac Vougen (gehuwd met Annecken Berendts), Jacob Verhoog zijn neef te Leiden en Rudolph Houwinck voor zijn vrouw Stijntjen Verhoog.
[67],[68]
Op 10-12-1666 wordt Rudolph Houwing in plaats van wijlen Jan van Benthem benoemd tot collecteur te Wildervank.
[69] Op 11-9-1674 is er een geschil tussen Peter Gerijts contra Rudolph Houwing over schelden.[70]
Rudolph Houwing als voormond, Cornelis Schagen sibbevoogd in de plaats van Joost van Sorgen, Jan Busscher vreemde voogd gedurende de scheidinge in de plaats van de stiefvader regelen op 11-4-1677 een afkoop tussen Hendrickjen van Wees weduwe van Lambert Westenborgh, nu gehuwd met Dirck de Keyser en haar twee dochters Anna en Cornelia bij Lambert verwekt. De kinderen krijgen f 2000, zij zal Lambert's moeder Geertruidt Duidings onderhouden tot haar dood.
[71]
Rudolph Houwingh collector in Veendam en Wildervanck koopt voor f 1305 en huis en land omtrent Munterdammer verlaat voor f 1430. Borg is Jan Sena.
[72]
Jan Egberts, Willem Juriens en Rudolph Houwingh voormond en voogden over wijlen Albert Hendrix dochter Annichjen maken op 20-12-1682 een afkoop met Albert Hermans en Trijne Egberts.
[73]
Pastor Johannes Houwingh, Paul Bosch en Meerten Robers als voorstanders over de drie kinderen van wijlen Rudolph Houwingh maken een afkoop met de moeder, nu de huisvrouw van Else Sinnekes. De kinderen worden afgekocht voor f 2700, en drie zilveren bekers.
[74]
Johannes Houwinck, Paulus Bosch en Meerten Roberts voogden over de kinderen van wijlen Roelof Houwing sluiten op 15-5-1691 een overeenkomst met Tonnijs Riemts en zijn huisvrouw Stijntje. Het betreft de goederen in Drenthe die Roelf Houwing in zijn leven, en de kinderen na zijn dood, van zijn vader en moeder zijn aangeërfd. Tonnis ontvangt namens zijn vrouw contant f 150 en dan jaarlijks een rente van f 50 die zijn voorzaat Elso Sijnekes en zijn huisvrouw Stijntje Verhoog van Jan Jolinge uit de goederen van de kinderen hun tante Anna Houwing had nagelaten. Daarboven krijgen ze jaarlijks f 4 die Willem Houwing wegens een lening van 100 gulden aan de kinderen schuldig is en de f 300 die Roelf Houwing van de halve plaats Brinks te Noordbarge is nagelaten.
[75]
Op 2-4-1692 lenen Tonnis Riempts en Stijntien Verhoogh van Jan Houwinck in Veendam, provisioneel administrator van de goederen van de nagelaten kinderen van Rudolphus Houwing 75 gulden.
[76]
Willem Jolinge te Weerdinge geeft op 22-1-1694 aan schuldig te zijn aan de twee kinderen van wijlen zijn broer Rudolph Houwing, Aaltje en Roelofje Houwing 250 gulden, namelijk 150 gulden uit de erfenis van de tante van de kinderen Annigje Houwing en 100 gulden uit de 300 gulden van een plaats te Noordbarge.
[77]
Voor de schulte van (o.a.) Emmen wordt op 30-6-1696 een verkoopakte verleden (Privecollectie): Ds. Petrus Wilman, predikant te Veendam, (als hoofdmomber over Aeltien en Roeloffien Houwinge, kinderen van wijlen Rudolph Houwinck en Stijntien Verhooch, geauthoriseerd door Louis Zena en Meerten Roebers zijn medemombaren) voor 1/6 part, Willem Jolinge tot Weerdinge voor 2/6 part (zijn dochter was gehuwd met Tijmen Dillinge Houwinge, zn. van Hindrick Jans Houwinck alias Kremer te Borger) en Mr. Hindrick Roeloffs, kleermaker tot Borger, comparerende voor zijn zwager Roeloff Houwinge tot Anderen (Mr. Hindricks dochter Jantyn Hindricks Hofsteenge was gehuwd met Jan Willems Houwinck) voor 3/6 part verkopen publiekelijk bij stoklegging aan Hindrick Cremers tot Emmen een zekere akker land de padtacker geheten uit Brinx en Nijenhuus goedt tot Noortbarge.
Op 25-3-1697 verklaart Stijntjen Verhoogh te Wildervank 280 gulden schuldig te zijn aan Ds. Petrus Wilman, Louys Sena en Meerten Roberts als voormond en voogden over Roelfjen Houwinghs, minderjarige dochter van wijlen Rudolph Houwing.
[78], zn. van Berend Roelofs Houwing (zie IIa) en Jantje Wichers.
Otr. op 1-3-1667 te Veendam, tr. kerk op 22-3-1667 te Veendam Stijntje Gerrits Verhoog, ged. op 11-12-1644 te Leiden (get.: Isaack Vougen, Cornelia Vougen, Hester Lanoy). Gedoopt als Christina. Dr. van Gerrit Joostens van der Hooch, kleermake, en Aaltje Pieterdr.
Veugen.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Cornelia Houwing, ged. op 12-9-1669 te Veendam.

   2.

 m 

Bernhardt Houwing, ged. op 25-12-1670 te Veendam.

   3.

 m 

Gerrit Houwing, ged. op 25-2-1672 te Veendam.

   4.

 v 

Aaltje Houwing, ged. op 22-7-1674 te Veendam, overl. voor 1677 te Veendam.

   5.

 m 

Berend Houwing, ged. op 10-10-1675 te Veendam.

   6.

 v 

Aaltje Houwing, ged. op 9-9-1677 te Veendam.
Tr. kerk (1) op 5-10-1696 te Veendam Sijse Hindriks, geb. circa 1670 te Zuidbroek, overl. voor 1715. Bij het huwelijkscontract van 3-4-1696 zijn de getuigen voor de bruidegom Steenik Fransen en Geertie Sisens, Schulte Jans en Meneke Hindr. zwagers en zusters. Voor de bruid zijn de getuigen Stijntien Verhoogh moeder, Ds. Wilman, L. Sena en Meerten Robers voormond en voogden.
[79]
Aeltjen Houwingh, huisvrouw van Sijso Hindricks op Overbuiren komt voor op de lidmatenlijst van Zuidbroek, aangelegd in 1701/1702. Het echtpaar leent te Wildervank op 20-5-1696 f 200 van Jan Dieters en Tietien te Zuidbroek
[80]; op 4-3-1697 f 300 van Roelf Blinck collector in Veendam[81]; op 25-3-1700 f 200 van haar zuster Roelfjen Houwing in Veendam, waarvoor Stijntien Verhoogh zich als borg inliet[82]; en op 6-5-1700 van Tiapke Peters een bedrag van f 250.[83]
Tr. kerk (2) op 27-1-1715 te Veendam Hans Jans Plagge, geb. circa 1690 te Veendam, overl. voor 1728.
Tr. kerk (3) op 27-2-1728 te Veendam Albert Jans, geb. circa 1700.

   7.

 v 

Jantje Houwing, ged. op 16-9-1679 te Veendam.

   8.

 m 

Gerrit Houwing, ged. op 30-10-1680 te Veendam.

   9.

 v 

Roelofje Houwing, ged. op 12-8-1683 te Veendam.
Tr. kerk (1) op 18-4-1706 te Veendam Hans Lamberts, overl. voor 1730. Bij het huwelijkscontract tussen Hans Lamberts en Roelfje Houwing zijn de getuigen aan bruidegomszijde Coop Alberts en Hilligjen Lamberts, Jan Lamberts en Aukjen Willems resp. zuster en zwager, broer en schoonzuster. Aan bruidszijde zijn de getuigen Stijntien Verhoogh weduwe van Tonnis Riemts moeder, Syso Hindriks en Aeltien Houwingh zwager en zuster.
[84]
Berent Jacobs Kock en Janneke Alberts te Veendam verkopen op 14-4-1717 aan Hans Lammerts en Roelfjen Houwing "een tasse zijnde het blote hol reeds aanvaard" (een schip waarvan de romp al gekocht was).
[85]
Op 20-10-1721 leent Roelfje Houwing weduwe van Hans Lammerts in Veendam 100 gulden van Derk Roelfs en Grietjen Jans in Veendam.
[86] Willem Isaaks en Roelfje Houwing te Veendam verkopen aan Harm Glim en Geertjen Hansen hun schoonzoon en dochter een behuizing en tuin aan het Oosterdiep te Veendam liggende voor 625 gulden.[87]
Willem Isaaks en Roelfjen Houwingh als stiefvader en moeder, Albert Jans en Aaltjen Houwingh aangetrouwde oom en moei zijn getuigen bij het huwelijkscontract tussen Geertjen Hansen en Harmen Jans Glim.
[88] Roelofje Houwingh, huisvrouw van Willem Isaaks treedt op als moeder van Lammegien Hanssen bij haar huwelijkscontract met de brouwer Leendert Nanninga.[89], zn. van Lambert Jans en Geertje Alberts Kracht.
Otr. (2) op 23-7-1730 te Westerlee, tr. kerk op 10-9-1730 te Veendam Willem Isaaks, geb. te Westerlee.


IIIc    Jan Houwing, geb. circa 1635, overl. voor 1679. Bij dit echtpaar is niet zeker wie van de twee een kind is van Berend Roelofs Houwing.
Op 14-10-1679 zijn Willem Houwink hoofdmomber, medemomber Johan Hidding, Hindrik Wiggers en Harm Jansen Roelofs over de gewezen pupillen van wijlen Jan Houwink en Annigje Houwing. Er is een eindafrekening aan de pupillen Roelof Houwing, Grietje Houwing getrouwd met Jan Hamering en Aaltje Houwing.
[90], zn. van Berend Roelofs Houwing (zie IIa) en Jantje Wichers.
Tr. Annigje Houwing, geb. circa 1635 te Weerdinge.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Roelof Jans Houwing, geb. circa 1655 te Weerdinge (zie IVb).

   2.

 v 

Grietje Houwing, geb. circa 1655 te Weerdinge.
Tr. kerk op 25-5-1679 te Emmen Jan Hamering, geb. circa 1650 te Buinen. Jan Hamering wordt genoemd met een vol erf te Buinen in 1691, 1692, 1694 en 1695. Uit zijn huwelijk met Grietje Houwing drie kinderen, Harm, Annigje en Jan Hamering.
Zn. van Harm Hamering.

   3.

 v 

Aaltje Houwing, geb. circa 1655 te Weerdinge, overl. voor 1741.
Tr. kerk op 25-5-1684 te Emmen Hindrik Roelofs, snijder, geb. circa 1660 te Borger. Hendrik Roelofs is mogelijk een zoon van de snijder Roelof Jans die in de haarstedenregisters van 1691-1695 te Borger genoemd wordt.
Hendrik Roelofs en Aaltien Houwinge te Borger verkopen een halve plaats in Bronniger, zoals zij dat van Roelof Nijenbronniger en Geessien zijn huisvrouw hadden gekocht. De koper was Roelof Wichers tot Bronniger.
[91]
Aaltje Houwing weduwe van Hendrik Roelofs Snijder te Borger wordt op 13-1-1730 aangesproken door de schatbeurder Roelof Gerrits te Emmen over de grondschatting van de Houwinge spijker te Weerdinge.
[92]
Uit dit huwelijk een dochter die in 1741 erft van Aaltje Willems Houwing.


IIId    Willem Houwing, geb. circa 1645 te Weerdinge. Hij wordt vanaf circa 1685 Willem Jolinge genoemd.

 

handtekening Willem Houwing[93]


Op 19-11-1667 is er een geschil tussen Geertje Wolters en Willem Houwing. Geertje is na trouwbelofte en vleselijke conversatie met Willem zwanger geworden en bevallen van een kind.
[94] Er wordt geen woonplaats van Willem genoemd, dus dit zou ook een andere Willem Houwing kunnen betreffen.
Willem Houwinge te Weerdinge heeft op 21-11-1676 een geschil met Geert Elking over land. De zaak ging naar de volgende lotting.
[95] Uiteindelijk krijgt Willem gelijk.
Willem Houwinge voor zich en als volmacht van zijn moeder Jantien Wichers, en voor Jan Woerdinge heeft in 1681 een conflict met de gemene buur van Weerdinge, vertegenwoordigd door Jan Elckinge en Engbert IJckings.
[96] Hij is dan eigenaar van Jolinge plaats te Weerdinge en klaagt dat hij voor een volle plaats in Weerdinge alle lasten heeft, maar door de gemene buur wordtgehinderd in het gebruik daarvan.
Op 2-3-1681 is er een vonnis op de goorsprake van Emmen inzake een klacht van Willem Houwinge en consorten, als eigenaren van Jolinge plaats te Weerdinge tegen de boer van Weerdinge.
[97]
In 1684 zijn Willem Houwinge en Jan Elkinge erfburen van Weerdinge.
[98]
Willem Jolinge te Weerdinge heeft op 19-10-1690 een geschil voor de Etstoel met Roeloff Roeloffs en Jan Roeloffs te Weerdinge. De verweerders zouden eikels geraapt hebben van de bomen staande in de sloot tegen Roelof Elkinge en Jan Elkinge of Battinge te Weerdinge. De eiser heeft deze bomen gekocht van Harmen Batting en Roeloff Battinge. De verweerder is van mening dat het eigendom niet bewezen is.
[99]
In de collecte van 1687 en 1699 wordt hij genoemd als Willem Jolinge, en in 1689 wordt hij bij de weerbare mannen genoemd, eveneens als Willem Jolinge. In de haardstedenregisters van 1691-1695 wordt hij voor vol aangeslagen.
Op 22-01-1694 verklaart Willem Joelinghe te Weerding geld schuldig te zijn wegens twee posten aan de kinderen van wijlen zijn broer Rudolph Houwing, Aeltien en Roelfjen Houwings, namelijk geld uit de erfenis van der kinderen moeie Annigje Houwinghs en geld "van de plaets tot Noortberghe, die der kinderen vader vooruit waren gemaeckt". Zn. van
Berend Roelofs Houwing (zie IIa) en Jantje Wichers.
Tr. Hindrikje? N.N. Geb. circa 1645.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Berend Houwing, geb. circa 1670 te Weerdinge (zie IVc).

   2.

 m 

Geert Joling, geb. circa 1672 te Weerdinge (zie IVd).

   3.

 m 

Roelof Willems Houwing, geb. te Weerdinge (zie IVe).

   4.

 v 

Grietje Houwing, geb. circa 1675 te Weerdinge, overl. op 21-4-1744 te Groningen. Lummichjen Willems verzoekt in 1697 om de ompname van de krankzinnige Grietje Willems: "Op de requeste van Lummichjen Willems, versoeckende dat haer Ed.Mog. remonstrate ex intuitu misericordia haer (dit laatste woord is doorgehaald) in Anthoni Gasthuijs gelieven te bestellen. Mogelijk is Lummichjen Willems een zuster van Grietje.
Op 17-5-1697 wordt een rapport gemaakt: "Gehoort het rapport van de Raadtsheer Berkhuis hebben de H.H. B&R verstaen dat de voogden van Geertruits Gasthuijs als mede de voogden van H.G. Gasthuijs tot onderhout van de sinnelose ten requeste vermelt weeckelijcks ijder 15 st. sullen hebben te geven".
[100]
Zij wordt in 1697 in het Heilige Geest Gasthuis opgenomen.[101]

   5.

 v 

Aaltje Houwing, geb. te Weerdinge, ged. op 26-8-1677 te Emmen, overl. op 3-9-1751 te Groningen.
Otr. op 3-12-1718 te Groningen, tr. kerk op 20-12-1718 te Groningen Jan Wichers, snikkevaarder. Bij het huwelijk van Jan Wichers van Coevorden en Aaltje Willems van Oosterhesselen is Jacobus Mulder als neef getuige.
Het huwelijk is kinderloos gebleven. Op 1-5-1741 is er een testament van Aeltien Willems, kinderloze weduwe van de snickevaarder Jan Wichers. Haar zuster Grietje Willems is sinneloos, maar krijgt levenslang vruchtgebruik van de nalatenschap. Andere erven zijn:
1. haar volle nicht Niesijn Alberts wed. Roelof Brinck te Westenes of haar kinderen
2. de kinderen van wijlen haar volle neef Roelof Houwing te Anderen
3. de kinderen van wijlen haar volle nicht Grietijn Hamering wed. van Jan Hamering
4. de dochter van wijlen haar volle nicht Aaltijn wed. van Hinderick snijder te Borger
5. Agnes Roelofs dochter van wijlen haar volle neef Roelof Alberts te Teesinge
6. de kinderen van wijlen haar volle nicht Aaltien Albers wed. van Albert Beninge te Hijken
7. de kinderen van wijlen haar volle neef Jan Alberts te Gees
Verder erven nog:
- Willem Gerridt zoon van Gerrid en Jantijn Jans te Oosterhesselen
- Albert Jans te Oosterhesselen zoon van Jan Alberts en zuster Jantijn Jans (onder aftrek van datgene dat zij al genoten hadden als erfgenaam)
- Jurrien Alberts zoon van Albert Eggen en Hindrikijn te Wijster
- Egbert Garminge of zijn kinderen
- Lummegijn Rabberts tot Barge of haar kinderen
- de kinderen van Jacob Mulder en Margreta Houwingh
- het Heijligen Geest Gasthuis kreeg 50 gulden evenals het St. Geertruids gasthuis.
[102]
Op 23-11-1751 is er een geschil tussen Willem Gerrits en consorten en Berent Roekes. De consorten van Willem zijn: Niesie Alberts wed. van R. Brink; Roelf Houwing kinderen; Grietie Hamering kinderen; Aeltie wed. van Jan Hindrix kinderen; Agnes Roelfs; Aaltie Alberts kinderen; Jan Alberts kinderen; Albert Jans.
[103] We zien hier de hoofderfgenamen weer terug. Aaltje de wed. van Jan Hindriks zal waarschijnlijk identiek zijn met de dochter van Hindrik snijder te Borger.

   6.

 v 

Jantje Joling, geb. te Weerdinge (zie IVf).

   7.

 m 

Hindrik Elkinge, geb. te Weerdinge (zie IVg).

   8.

 m 

Jan Willems Houwing, geb. te Weerdinge (zie IVh).


IIIe    Albert Houwink, geb. circa 1650, overl. op 19-11-1705 te Meppel. Albert Houwing is de stamvader van een uitgebreid geslacht Houwing te Meppel.
[104]
Met deze Albert Houwink zijn we bij de hierboven genoemde eerste Meppeler Houwink aangekomen. Waarom de veertigjarige Albert Houwink in 1690 besloot zijn lucratieve baantje van solliciteur eraan te geven en zich in Meppel als bierbrouwer te vestigen, is niet zeker. Misschien zocht hij een minder inspannende baan, waarbij hij geregelder thuis was bij vrouw en kinderen. Het kan ook zijn dat de gezondheid van zijn vrouw achteruit was gegaan (zij overleed twee jaar later) en dat hij om die reden vaker thuis wilde zijn en zij dichter bij haar familie wilde wonen. De keuze voor Meppel is daarmee te verklaren, maar Albert zal ook wel aangetrokken zijn door de bedrijvigheid van de handelsplaats die hem opviel als hij bij zijn schoonfamilie op bezoek was.
Hij had als solliciteur Drenthe vele malen doorkruist, maar het was hem duidelijk dat Meppel de enige plaats in de Landschap was, die door zijn compactheid en levendigheid een stedelijk karakter had. Bovendien had hij gehoord dat de plaats zeer goede contacten had met Amsterdam. Vooral op de Oever was het een drukte van belang. In de Aa lagen vele schepen die over de Oude Vaart, de Wold A en de Wetering turf uit de Echtense venen en landbouwprodukten uit alle windstreken hadden aangevoerd. Meppel diende als doorvoerhaven. In deze plaats die dus economisch, maar ook cultureel erg verschilde van de rest van Drenthe, vestigde Albert Houwink zich, zoals we hiervoor hebben gezien, met vrouw en zeven kinderen aan het eind van het jaar 1690 of in begin 1691. Voor het eerst vinden wij hem namelijk vermeld in het haardstedenregister van 20 mei 1691, en de tweede keer op 7 december van hetzelfde jaar als hij met vier goudguldens het burgerrecht van Meppel koopt. Hij richtte een bierbrouwerij op en ging wonen aan de Kruisstraat, een van de oudste gedeelten van Meppel. Het geluk aldaar duurde echter maar kort, daar zijn vrouw Roelofje op 21 september 1691 overleed. Als gevolg hiervan kocht hij het recht van de klok. Dat wil zeggen dat bij het overlijden van hem of van een van zijn kinderen de kerkklok werd geluid, zonder dat daarvoor verder betaald hoefde te worden. Volgens een aantekening in het zogenaamde klokkeboek was zijn vrouw (geboortig uit Meppeler ouders die het recht van de klok kennelijk hadden gekocht) "vrij van de klok". Bij het overlijden laat zij haar man achter met zeven kinderen waarvan de oudste dertien en de jongste twee jaar is. Alberts moeder is waarschijnlijk als gevolg hiervan bij hen in huis komen wonen om haar zoon in deze moeilijke omstandigheden bij te staan. Ze is in ieder geval in Meppel overleden, want volgens het klokkeboek werd op 24 december 1695 in Meppel "verluid de moeder van Albert Houwinck" zonder dat haar naam er uitdrukkelijk bij wordt vermeld. Op 31 december werd zij begraven op `t koor in de kerk. Daarvoor werd betaald 2 gulden en 16 stuivers terwijl uit het bekken 18 stuivers en 8 penningen door de kerk werd ontvangen.
Bij de goedschatting in Drenthe, die in 1694 werd ingevoerd, werd het roerend vermogen van Albert Houwink geschat op f1000,-, een van de hoogste bedragen in Meppel.
Hij werd een gezien man die evenals andere voorname mensen in Meppel een kerkbus in huis had hangen en die bier aan de kerk leverde. Die kerkbus werd opgehangen, ten behoeve van de armen. Eens per jaar werd ze geleegd. Meestal werd daar bij bijzondere gebeurtenissen een stuiver in gegooid, maar af en toe kwam er ook een gulden in terecht. Gemiddeld per jaar leverde zijn bus anderhalve gulden op. In 1694 leverde hij bier aan de kerk, wat blijkt uit de mededeling in een van de kerkboeken: " 1694 den 13 Dec. betaelt aen Albert Houwinck voor geleevert dunne bier, doe messelders die wage en die portael strecken, die somma 2 - 11 - 0 gld. "
Hieruit meen ik op te maken dat Albert bier leverde aan de kerk dat bestemd was voor de metselaars die de waag naast de toren oprichtten en het portaal van de toren verbouwden. Hij bekleedde te Meppel onderscheidene openbare functies. Zo vinden wij hem op 1 november 1697 in kwaliteit als kerkvoogd, toen hij een schuldbekentenis mede ondertekende die door de kerkvoogden werd afgegeven aan Jan Danenbergh Mein, voor een bedrag van 75 Caroligulden, voorgeschoten ten behoeve van kerkreparatie. In 1698 wordt hij genoemd als burgemeester, niet te verwarren met de functie van burgemeester van tegenwoordig en ook niet met die van de schout of schulte. De term `burgemeester' was een andere naam voor volmacht. Meppel had in die tijd enige volmachten die samen met de schulte het dagelijks bestuur vormden. In 1700 is hij gecommitteerde van het derde rot (= wijk), dat wil zeggen gemeenteraadslid. Het derde rot bestond uit de Kruisstraat, de Touwstraat en de Noteboomstraat. Zn. van
Geert Houwing (zie IIb).
Tr. kerk op 11-11-1678 te Diever Roelofje van der Veen, begr. op 21-9-1691 te Meppel, dr. van Pieter Jan Leffers van der Veen en Grietje Andries Coninck.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Margaretha Houwink, geb. 1679 te Meppel.
Tr. kerk op 7-12-1710 te Ruinen Jan Bouwscholten.

   2.

 m 

Pieter Houwink, geb. 1681 te Meppel, overl. op 6-4-1717 te Meppel.

   3.

 v 

Anna Maria Houwink, geb. 1681 te Meppel, overl. 1691 te Meppel.

   4.

 m 

Jan Houwink, geb. 1683 te Meppel (zie IVi).

   5.

 m 

Lucas Houwink, geb. circa 1685 te Meppel (zie IVj).

   6.

 m 

Roelof Houwink, geb. 1686 te Meppel, overl. op 13-11-1755 te Amsterdam. Roelof Houwink woonde in Amsterdam, wat blijkt uit het klokkeboek te Meppel, waarin staat Amsterdam. " vermeld dat op 13 november 1755 aldaar is verluid "de E. Roelef Houwink van Amsterdam.

   7.

 v 

Tabina Houwink, geb. 1690 te Meppel.
Tr. kerk op 1-8-1730 te Meppel Joost Tekkelman.


IIIf    Willem Jans Houwing, schoolmeester te Vriescheloo, geb. circa 1645. Zie voor Willem ook een artikel in het tijdschrift voor Westerwolde.
[105]
Omstreeks 1680 wordt hij als schoolmeester te Vriescheloo gesuspendeerd. Na na een verzoekschrift aan de Classis Winschoten wordt hij op 19-4-1681 in zijn ambt hersteld. Dat wilde niet zeggen dat de bevolking hem toen ook weer accepteerde in deze functie.
[106] Later is er namelijk een geschil over de betaling van zijn tractement: "Op het ingediende bij Wilhelm Houwincks verteijckende request remonstrerende hoe hij tot Vriesche Loo den 18-11-1666 als schoelmester was beroepen, oock sijn tractement daer op eenige jaeren genoten, doch nu eenige huijsluiden onwillich om te betalen, waer over hij eenige tijdt met deselve had geprocedeert, en eijntelijk bij Lt. en Hftm. verstaen dat de carspelen hem souden moeten voldoen, waer op wederom een mandaet van inhibitie uijtgebracht, 't welcke door de drost Aldringa dan 24-10 jongst was gecasseert. En alsoo den suppliant onmogelijck waer om eenige verdre recthspleginge tegens 't carspel te connen doen, als zijnde sijn opcomsten seer geringh, sulx dat ter nouwer noot met sijn familie daer van coste subsisteren, soo was sijn versoek dat hem de executie op de onwillige betaelders der carspeluiden willen gelieven te vergunnen... Lt. en Hftm. accorderen den remt. om de sententie soo als nae landtrechte behoort met den eersten ter executie te mogen stellen".[107], zn. van Jan Houwing (zie IIc) en N. N.
Tr. Geesje N.N. Geb. circa 1650.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Jan Houwing, geb. circa 1670 te Vriescheloo (zie IVk).

   2.

 m 

Allert Willems Houwing, geb. circa 1670 te Vriescheloo (zie IVl).

   3.

 m 

Abraham Houwing, geb. circa 1690 te Vriescheloo (zie IVm).


IIIg    Hindrik Jans Houwing, kremer, geb. circa 1650, overl. circa 1720 te Groningen. Hindrik (Jans) Houwing is vol boer te Gasselte in 1691, 1692 en 1693. In 1693 wordt hij genoemd als Kremer. In 1694 wordt hij voor 2 paarden aangeslagen.
Hendrik Houwinge te Gasselte wordt aangesproken door Dr. Rudolf Steenbergen als volmacht van Luichien Olde Eijtinge, Jan Weggemans op den Hool en Thije Lussinge te Drouwen, over grondschatting van een huis te Drouwen afgebroken en te Gasselte weer opgebouwd.
[108]
Hij komt met attestatie van Gasselte en wordt lidmaat te Groningen sept. 1709. Hij kocht zich in 1709 voor f 375 in het Heilige Geest gasthuis te Groningen in; hij overleed in 1720.
[109]
Op 7-10-1718 is Hindrick Houwink arrestant en Thije Lussinck gearresteerde. Het betreft een beslag op paard en wagen opgeheven op acquiescement van partijen na gestelde borgtocht.
[110]
Tijmen Houwinck verklaart dat zijn vader Hinderik Houwinge in't Heylgen Geest Gasthuis te Groningen op 21-3-1721 verkocht heeft aan Thij Lussinge te Drouwen 3 mudden zaailand en een half vierendeel waardeel in de marke van Drouwen.
[111], zn. van Jan Houwing (zie IIc) en N. N.
Tr. kerk (1) circa 1674 Jantje Dilling, geb. circa 1650 te Drouwen, overl. op 25-3-1701 te Gasselte, dr. van Tijmen Dilling en Geesje Teenge.
Otr. (2) op 12-7-1710 te Groningen, tr. kerk op 29-7-1710 te Groningen Eefje Otten, geb. circa 1660 te Elp.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 m 

Tijmen Houwing, geb. op 29-1-1675 te Gasselte (zie IVn).

   2.

 v 

Grietje Houwing, ged. op 14-12-1679 te Gasselte, overl. op 25-9-1702 te Gasselte.

   3.

 m 

Jan Houwing, ged. op 31-8-1684 te Gasselte (zie IVo).


IVa    Berend Houwing, luitenant-geweldige, geb. op 1-7-1661 te Schoonebeek, overl. op 2-11-1707 te Nieuwe Pekela, begr. op 8-11-1707 te Nieuwe Pekela. Bij het huwelijk met Magdalena Jans is Nicolaes Sickmen getuige.
Op 6-5-1686 wordt Berent Houwing benoemd in plaats van wijlen Geert van der Schilt tot luitenant geweldige van Groningen.
[112]
Hij woonde op de geweldige hof in de stad. In december 1686 wordt hij als lidmaat ingeschreven met zijn eerste vrouw op attestatie van Wetsinge.
Op 10-2-1692 wordt Harmen Harents provincie bode angezworen als voormond over de kinderen van Lieutenant Houwincks en Maria van der Veen. Watse Harmens wordt voogd gedurende de scheiding. Veertien dagen later wordt Jan Peters van der Veen voogd.
[113] In het archief van de weeskamer worden de kinderen met name genoemd: Jan 7 jaar en Margareta 5 jaar.[114]
De afkoop van de kinderen wordt in 1692 geregeld: "Afkoop tussen Berent Houwinck luitenant gewaldige deser provincie als vader en Harmen Harens als voormond, Jan Peters Leffers en Watso Harmens voogden over Berents kinderen bij Maria Pieters van der Veene met name Jan out seven en Margareta out vijff jaren. De kinderen zullen tot hun 18e worden grootgebracht, daarna zullen zij hebben eenige landerijen in den landtschap Drenthe gelegen soo van haer moeder heergecomen sijn met haar lijfstoebehoren, een silveren kop en twee silveren lepels".
[115]
Niet al te lang na de laatste vermelding in Groningen, de geboorte van een dochter in 1703, zal het echtpaar Houwink naar de Nieuwe Pekela zijn vertrokken. De man is snel daarna gestorven, want Magdalena Parsens is al in september 1708 weduwe; zij koopt dan voor f 480 en een ducaton van Jacob Geerts en Jantien Hindricks in de Nieuwe Pekela "seker nieuw huys en thuyne zijnde stadsgrond".
[116] Daarna begint zij geld uit te lenen, binnen een jaar tot een totaalbedrag van f 900[117] en tussen 1712 en 1715 nog eens f 750.[118] Daarbij steekt de afkoop met de voorkinderen van haar man wel heel karig af. Dezen hebben eind 1710 venia aetatis (verklaring van meerderjarigheid) verworven[119] en worden door hun stiefmoeder afgekocht van het vaderlijk erfdeel voor 25 gulden voor de zoon, en de dochter en schoonzoon krijgen een bed met toebehoren.[120] Vergeleken bij de f 1400 die Margaretha Parssens de voorafgaande maanden had belegd moeten ze zwaar te kort zijn gekomen! Bovendien blijft het proces dat voor B & R diende aangaande Vrouw van Leunen (dit is Helena Houwing) nog voor gezamenlijke rekening.
Vrou (dat moet weduwe zijn) van Luten. Houwinck keert in september 1720 met attestatie van d'Pekel A naar de stad terug. Tevoren zijn verscheidene van hun kinderen ook vandaar alweer teruggekomen: Margreta in 1710, Geertruit in 1710 en nogmaals in 1712 en Kunna in 1717. De zoon Derk (of Derk Jan) gaat juist in 1721 van Groningen naar de Oude Pekela. Magdalena Persens wed. Houwinck betaalt op 2-12-1719 f 160 voor toelating tot het Armhuiszittend Gasthuis.
[121] In december van dat jaar verkoopt haar zoon Derk Jan Houwinck namens haar een huis in de Nieuwe Pekela voor f 280 aan haar schoonzoon en dochter Luppe Vos en Johanna Houwings.[122]
Voor de genealogie Parsens zie ook het artikel in Gruoninga.
[123], zn. van Ds. Johannes Houwing (zie IIIa) en Geertruit Derks Wijrsema.
Tr. kerk (1) op 6-4-1684 te Westerbork Maria Peters van der Veen, geb. circa 1660 te Meppel, overl. op 1-12-1690 te Groningen, dr. van Pieter Jans van der Veen en Grietje Andrees Coninck.
Otr. (2) op 27-2-1692 te Groningen (A-kerk), tr. kerk op 16-3-1692 te Groningen (A-kerk) Magdalena Jans Persijns, ged. op 9-11-1665 te Groningen, overl. op 19-6-1727 te Groningen, begr. op 24-6-1727 te Groningen, dr. van Jan Marcus Parssens, pijpmaker, en Kunna Hansen van Ullem.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 m 

Jan Houwing, geb. op 2-1-1685 te Wetsinge (zie Va).

   2.

 v 

Margaritha Houwing, geb. op 14-7-1686 te Wetsinge, overl. op 18-9-1758 te Groningen.
Tr. kerk op 15-4-1711 te Groningen Jacobus Muller, geb. circa 1685, overl. voor 1746. Getuige bij de ondertrouw te Groningen is voor haar Herman Haerens als oom. Zijn afkomst is niet gevonden; gezien de vernoeming zou hij een zoon moeten zijn van een Jan en Jantien. Hij schreef een mooie vlotte handtekening en moet dus behoorlijk zijn opgeleid.
Margreta Houwing, van de N. Pekel A, komt met attestatie naar Groningen in sept. 1710. Zij vraagt, 25 jaar oud, om venia aetatis bij het stadsbestuur.
[124]
Het echtpaar koopt op 27-4/23-5-1740 van Stoffer Reinders gehuwd met Etjen Haijes, Coene Roelefs gehuwd met Aaltijn Reinders, en Gerrit Reinders de behuizing op vrij eigen grond in de Carolieweg, voor f 560.
[125] Op 3-12-1746[126] is Jacobus Mullers overleden; zijn weduwe, zij tekent als Margrieta Houwingh wed. Mulders, is dan nog f 560 "huire in plaats van renten" schuldig aan Aaltjen Willems wed. Jan Wiggers, wegens restant van koopschatspenningen. Margrieta geeft het huis daarom op en laat aantekenen "dat zij kan gedogen dat de impetrante de behuizing weer als eigen onveralieneerd goed aanvaard".

   3.

 v 

Geertruid Houwing, ged. op 15-11-1688 te Groningen, overl. op 9-12-1688 te Groningen.

   4.

 m 

Pieter Houwing, ged. op 11-11-1690 te Groningen, overl. 1690 te Groningen. De Familieaantekeningen Brons geven 9 februari als geboortedatum en 30 september 1690 als overlijdensdatum.

Uit het tweede huwelijk:

   5.

 v 

Geertruid Houwing, ged. op 26-2-1693 te Groningen, overl. op 14-1-1742 te Nieuwe Pekela, begr. op 19-1-1742 te Beneden Pekela. Geertruijt Houwing, van de Pekel, komt zowel in december 1710 als in september 1712 met attestatie de stad binnen.
Beene Harms en Stijntje Willems verkopen in 1725 aan Geertruida Houwingh mede in de Pekel hun behuizing met tuin en de veenplaats voor f 850.
[127] De verkoop wordt klaarblijkelijk administratief niet geheel correct afgehandeld, gezien een rekest van een jaar later.[128] Dan verzoekt Geertruda Houwingh "hoe dat van Bene Harms in de Peeckel A heeft gekoght het beklemreght van een clooster veen plaats, der halven van de Hr. Rentemr. over geschenck van overteickeninge, als mede de breucke om tot haar op de beraamde tijdt niet heeft angegeven wordt angesproken, versoghte dat van de betaalinge der breucke à 25 gld. mogte werden geëxcuseert". B & R remitteerden haar de halve breuk. Financieel kan ze het kennelijk redelijk goed doen: zij leent begin 1727 f 200 uit aan Jan Arents en Annegien Jans[129], eind 1727 f 100 aan Jacob Egberts en Aaltien Jans in de Booven Pekel A[130] en begin 1728 f 200 aan Jurjen Egberts en Grietien Ebbes in de Nieuwe Pekela[131] Mogelijk komt het geld uit de nalatenschap van haar moeder, die in 1727 moet zijn overleden.

   6.

 m 

Derk Jan Houwing, ged. op 14-7-1695 te Groningen (Nieuwe Kerk) (zie Vb).

   7.

 v 

Janna Houwing, geb. op 1-12-1697 te Groningen (zie Vc).

   8.

 v 

Kunnije Houwing, geb. op 20-3-1700 te Groningen, ged. op 28-3-1700 te Groningen (A-kerk). Zij leent als Kennera Houwings in 1727 f 150 uit aan Israel Jans en Aaltien Peters.[132]
Kunna Houwingh, van de N. Pekel A, komt in juni 1717 met att. de stad binnen en in december 1724, als Kunnichje Houwings, dan van Grijpskerk. Zij is in 1743 nog in leven en waarschijnlijk (als Kennera) zelfs nog in 1771. Op 2-6-1742 woont zij nog, of weer, in de Beneden Pekel A; dan leent zij f 200 à 5% uit aan Pieter Fransen en Jantje Jans, met hun moeder Albertje Olgers wed. Frans Hindrix als borg.
[133] Kenna Houwingh rekestreert op 15-3-1743 bij het stadsbestuur of de penningen die haar broer Derk Houwingh moet uitkeren aan haar zuster Anna, onder hem mogen verblijven tot er over het mandaat van opzegging zal zijn beslist, en "verdere differenten sullen sijn gereguleert". B & R difficulteerden echter in het verzoek.[134]
Op 20-1-1755 verzoeken Kunnera Houwing en consorten, crediteuren van Olgert Fransen om preferentie in diens boedel.
[135]

   9.

 v 

Anna Houwing, geb. op 18-5-1703 te Groningen, ged. op 20-5-1703 te Groningen (Nieuwe Kerk).
Otr. op 3-11-1736 te Groningen, tr. kerk op 23-11-1736 te Groningen Johan Carel Kourts. Getuige bij het huwelijk is voor haar Wilhelm Brandts. De bruidegom is bij zijn huwelijk afkomstig van Hessen-Kassel.
Anna Houwinks, j.d. in Heerestraat, wordt lidmaat te Groningen op belijdenis in maart 1727; als j.d. van Amsterdam kwomt zij in maart 1734 de stad opnieuw in. Tevoren heeft zij al regelmatig kleine bedragen geleend aan het echtpaar Egbert Reinders en Jantjen Roelfs in de Nieuwe Pekela tussen 1732 en 1735 volgens diverse obligaties. Als zij in de stad woont laat zij hen een schuldbekentenis tekenen voor f 232.
[136] Ook Hindrik Egberts en Maria Jacobs ter Pekel A zijn haar f 325 schuldig wegens verschotene penningen en berekende waren.[137] Zij heeft geprobeert[138] het stadsbestuur te overtuigen dat zij recht had op het burgerschap en het kramergilde: "Anna Houwingh dr. van wijlen Berent Houwingh, kindtskindt van Marcus Parssens, hoe haar overgrootvader de gilde en borgerreght heeft genoten, haar grootvader van gem. privilegie niet is geweest versteecken, dogh haar vader res publica causa veel tijdts uithuisigh geweest sijnde waardoor het jaarlyx contingent an de cramergilde een weinigh versuimt is". Dat was een drogredenering, aangezien haar vader wel met een burgerdochter was gehuwd, doch nooit zelf burger was geweest. Op gezag van olderman en heuvelingen difficulteerden B & R dan ook in het verzoek. Aansluitend werd zij dus maar tegen betaling burger van de stad, als Anna Kunniera Houwink, coopmanschap doende, tussen Peter ad Cathedram en Pinksteren 1734; volgens het kwitantieboek werd op 28-5-1734 "Anna Kunniera Houwinck alhier geboren het kleine borgerreght deser stadt als een inboorling... geaccordeert". Het aspect van koopmanschap wordt bevestigd door een inschrijving in de naamrol van het koopman- en kramergilde.[139] Daarin staat letterlijk: Anna Kunniera Houwink (de tweede voornaam is weer doorgehaald) an't Vismerkt, N.B.: van 2 susters de outste (doorgehaald, en vervangen door: jongste). Het zal hier dus steeds om de in 1703 geboren Anna gaan, die samenwerkte met de in 1700 geboren Kunnigje en soms diens naam kreeg toegevoegd. Beide zusters deden namelijk "mandelige handelinge en coopenschap"; bij de verbreking van deze samenwerking was op 30-5-1738 een "papieren obligatie" opgemaakt (door Anna en haar echtgenoot Carel Kurz vertekend) waarbij zij aan haar zuster "Kennera Houwinck" nog f 1030 schuldig bleven.[140] De verbetering in de naamrol van het koopman- en kramergilde blijkt voort te spruiten uit een rekest uit 1742[141], als Anna en haar echtgenoot bij herhaling door het gilde worden aangemaand om de gilde te winnen en te voldoen. Anna verklaart toen dat zijzelf al enige jaren eerder dit gilde heeft gewonnen, en wel uit haar eigen goederen en niet uit die van haar zuster Cennera. De echtgenoot moet van B & R echter f 9 betalen, voor hij handel mag drijven. Het is de vraag of hij toen nog aktief was: "Op de requeste van Anna Houwingh huijsvrouw van Carel Kiers inwoonders van dese stadt hoe haar eheman den 19 July jongst van haar is gegaan alles met sigh nemend wat eenigsints heeft konnen bergen tot het gereetschap 't geen tot de kostwinninge gebruikte incluis, versogte dat haar eheman ten eersten moge worden angehouden om redenen te geven waarom sijn vrouw en kinderen dus moedwilligh koomt te verlaaten".[142]
Carel Curts treedt in 1743 weer namens zijn vrouw op in een aktie tegen hun broer en zwager D.J. Houwingh, waarschijnlijk inzake het lijfstoebehoren van de overleden Geertruida.
[143]


IVb    Roelof Jans Houwing, geb. circa 1655 te Weerdinge. Hij wordt genoemd met een vol erf in het haardstedenregister te Anderen in 1692, 1693 en 1694. Circa 1700 waren Roelof Houwing en Albertje lidmaat te Anloo, wonende te Anderen.
Roelof Gerrijds Quants als schatbeurder van Emmen is op 12-7-1735 eiser tegen Jan Houwinge en Roelof Houwinge beide van Anderen, Jan Coerts mede van Anderen weduwe van Anneghien Houwinge voor zich en zijn minderjarige kinderen, Hobe Hoben nom. ux. Roeloffien Houwinge te Amen, Jantien Houwinge, Aaltien Houwinge en Hinderickien Houwinge, alle drie te Anderen, te samen kinderen of kindskinderen van wijlen Roelof Houwinge. Het betreft betaling van de grondschattingenen van het Spijcker te Weerdinge, door Roelof Houwinge in 1688 vrij van schattingen verkocht. Aaltien Houwinge is daar in een proces in 1730 over aangesproken. Volgens verweerder moeten de representanten van Jan Houwinge aangesproken worden. De schatbeurder krijgt ongelijk.
[144], zn. van Jan Houwing (zie IIIc) en Annigje Houwing.
Tr. kerk op 24-6-1683 te Emmen Albertje Hindriks Sijbering, geb. circa 1660 te Anderen, overl. op 13-7-1727 te Anderen, dr. van Hindrik Jans Sijbering.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Annigje Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 28-12-1684 te Anloo, overl. op 16-1-1686 te Anderen.

   2.

 v 

Annigje Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 3-11-1686 te Anloo. Annigje Roelofs Houwing wordt aangenomen als lidmaat te Anloo 25-9-1712.
Tr. Jan Jans Kors, geb. te Gasteren, ged. op 28-8-1687 te Anloo, zn. van Jan Roelofs Korthuis en Gebbigje Lamberts.

   3.

 m 

Hindrik Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 11-11-1688 te Anloo.

   4.

 m 

Jan Roelofs Houwing, geb. te Anderen (zie Vd).

   5.

 m 

Roelof Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 19-2-1693 te Anloo. Zijn erfenis van 600 gulden werd in 1749 door Jan Houwing en consorten te Anderen aangegeven.[145]

   6.

 v 

Roelofje Houwing, geb. te Anderen, ged. op 17-11-1695 te Anloo, overl. voor 1705.

   7.

 v 

Jantje Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 12-3-1699 te Anloo, overl. 5-1756 te Anderen.
Tr. kerk op 13-11-1735 te Anloo Jan Udding, geb. te Eext, ged. op 6-3-1692 te Anloo. Jan Udding en Jantje Roelofs Houwing maken een langstlevende testament op 12-10-1743.
[146] In 1752 geeft Jantien Houwinge weduwe van Jan Uddinge te Eext als lijftuchtenares de inventaris van de goederen aan. De tilbaren zijn door broer Harm Uddinge begroot op 137 gulden.[147]
Jantien Roelofs Houwinge is in mei 1756 tot Anderen gestorven. Haar erfenis wordt begroot op f 700. De erfenis wordt voor de collaterale successie aangegeven door haar neef Hendrik Korts van Anderen voor hemzelf en consorten.
[148], zn. van Jan Udding en Jantje Jans.

   8.

 v 

Aaltje Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 23-4-1702 te Anloo, overl. op 18-2-1776 te Anloo. Roelof Houwing geeft op 22-3-1776 de erfenis aan van zijn vrouws zuster Aaltje Roelofs Houwing. Erfgenamen zijn Egbert Hoben, en de kinderen van Jan Cors.[149]
Deze Roelof Houwing is waarschijnlijk de zoon van Jan Jans Korst en Annigje Houwing, die zich later Houwing gaat noemen, naar zijn grootvader.
Met vrouws zuster zal bedoeld zijn moeders zuster.

   9.

 m 

Berend Hofsteenge Houwing, geb. te Anderen, ged. op 18-1-1705 te Anloo.

   10.

 v 

Roelofje Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 17-11-1705 te Anloo.
Otr. op 1-10-1730 te Anloo, tr. kerk op 19-1-1730 te Rolde Hobe Egberts Hoben, ette Rolde 1713-1743, geb. circa 1690 te Amen. Hobe Egberts Hoben geeft voor zich en zijn consorten op 14-12-1723 de erfenis aan van Geesje Heuving te Loon overleden.
De erfenis bedraagt 1200 gulden.[150], zn. van Egbert Hoben.


IVc    Berend Houwing, geb. circa 1670 te Weerdinge, overl. op 2-10-1735 te Annen. Hij wordt lidmaat te Emmen in 1706 als Berend Joling.
Hindrikje Jacobs heeft in 1733 een obligatie tegoed ten laste van Jantien Rabbens weduwe van Lambert Jansen en Berent Houwing gehuwd met Lammegien Lamberts.
[151]
Berend Houwing wordt met attestatie van Emmen aangenomen als lidmaat te Anloo in 1707. Zijn huisvrouw Lammigje Lammerts wordt als lidmaat te Anloo aangenomen op 16-12-1709. Zn. van
Willem Houwing (zie IIId) en Hindrikje? N.N.
Tr. Lammigje Lamberts, geb. te Annen, ged. op 25-2-1683 te Anloo, dr. van Lambert Jans en Jantje Rabbens.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Lambert Berends Houwing, geb. circa 1710 te Annen (zie Ve).

   2.

 v 

Hindrikje Berends Houwing, geb. circa 1712 te Annen.
Tr. kerk op 27-6-1751 te Anloo Jan Jans, geb. circa 1725 te Taarlo.

   3.

 m 

Willem Houwing, geb. te Annen, ged. op 15-4-1714 te Anloo.


IVd    Geert Joling, geb. circa 1672 te Weerdinge, begr. op 19-4-1715 te Emmen. Op 25-11-1732 zijn Geesje de weduwe van Gerrit Jolinge en haar zonen Hindrik Jolinge en Thij Jolinge en Lammegien de weduwe van Geert Joling voor zich en haar minderjarige kinderen en namens haar meerderjarige zoon Willem Joling eisers tegen de gemene eigenerfde boeren van Weerdinge. De verweerders zouden de eisers belet hebben vee te schutten. In de akte is er is sprake van Jolinge, Binders en Battinge waardelen.
[152]
Op 1-6-1752 lenen Lammigje Jolinge en haar beide meerderjarige zonen Willem Jolinge en Sikke Jolinge te Weerdinge 400 gulden van Tijbe Roelofs Wilts op Roswinkel. Lammigje tekent als Lammigje Sikken.
[153]
Lammigje Sikken weduwe van Geert Jolinge en haar zonen Willem Jolinge en Sikke Jolinge te Weerdinge lenen in 1752 geld van predikant M. Witsenborg te Emmen.
[154], zn. van Willem Houwing (zie IIId) en Hindrikje? N.N.
Tr. kerk op 11-6-1702 te Emmen Lammechien Sikkens Hoving, geb. circa 1680 te Midlaren, begr. op 26-5-1761 te Emmen. Lammechien Hoving werd ook Lammegien Sikken genoemd. Dr. van Sikke Harms Hoving en Trijntje Jans Hoben.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Willem Joling, geb. te Weerdinge (zie Vf).

   2.

 v 

Hindrikje Geerts Joling, geb. te Weerdinge, ged. -12-1706 te Emmen, begr. op 25-3-1763 te Emmen.
Tr. kerk op 27-5-1731 te Emmen Warner Hindriks Cremers, ged. op 26-2-1702 te Emmen, begr. op 22-6-1746 te Emmen. Op 17-3-1764 worden Jan Cremers van Emmen, Engbert Hidding van Emmen, Willem Jolinge en Sikko Jolinge van Weerdinge als voogden benoemd over Willem, Hindrik en Roelof, de weeskinderen van Warner Cremers en Hindrikje Jolinge te Emmen.
[155]
Op 21-4-1770 zijn de kinderen meerderjarig en ontslaan hun mombers van hun verplichtingen.
[156] Zie voor verdere gegevens van de familie Cremers het Drents Genealogisch Jaarboek.[157], zn. van Hindrik Cremers en Willemtje Oldenschirring.

   3.

 m 

Sikke Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 14-4-1709 te Emmen, begr. op 24-9-1788 te Emmen. Sikke Jolinge te Weerdinge schenkt op 7-3-1772 een gerechte vierendeel van zijn vaste goederen aan zijn neven Geert Jolinge en Harm Jolinge.[158]

   4.

 v 

Aaltje Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 20-9-1711 te Emmen, begr. op 7-10-1740 te Emmen.
Tr. kerk op 22-11-1739 te Emmen Geert Albering, ged. op 9-6-1710 te Emmen, zn. van Harm Albering en Anna Albering?

   5.

 m 

Jan Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 20-5-1714 te Emmen.


IVe    Roelof Willems Houwing, geb. te Weerdinge, ged. op 20-12-1674 te Emmen, overl. voor 1722. Op 8-12-1711 is er een geschil voor de Etstoel tussen Trijntien Jansen, weduwe van Sicco Harms met haar zwager Roelof Houwink. Met zwager zal hier schoonzoon bedoeld zijn. De verweerders zijn de weduwe en kinderen van Roelof Balsters en Roelof Jans en consorten.
[159]
Hij is momber over de kinderen van Willem Hoben te Ekehaar.
[160] De andere momber aan vaderszijde is Hindrik Luichjens Oosting, gehuwd met Hilligje Roelofs Hars. Een van de kinderen is bij hem in de kost en vanaf 1722 bij zijn weduwe.
Jantjen Sickens wordt lidmaat te Zuidlaren met Pasen 1698, Roelf Willems Houwink met Pasen 1700. Op de weduwe van Roelef Houwing wordt op 22-12-1746 een graf op het Noorderkerkhof overgetekend.
[161] Op 25-9-1752 wordt dit graf overgetekend op de zoon monsieur Willem Houwink.
De dochter Hindrikje zal jong zijn overleden; de drie zoons treden in mei 1752 samen op, kennelijk bij de verkoop van een ouderlijke bezitting. Dat zijn Hindrik Houwink en Albertje Carsens, Sicke Houwink en Grietie Jans en Willem Houwink en Eltje Reinders. Zij verkopen aan Harm Jacobs en Annegje Roelefs de behuizing op eigen grond aan de Kleine Costersgank bij het Winschoterdiep voor f 450.
[162], zn. van Willem Houwing (zie IIId) en Hindrikje? N.N.
Tr. kerk op 5-11-1699 te Emmen Jantje Sikkens Hoving, geb. circa 1680 te Midlaren, overl. op 9-12-1751 te Groningen, dr. van
Sikke Harms Hoving en Trijntje Jans Hoben.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Hindrik Roelofs Houwing, geb. te Midlaren (zie Vg).

   2.

 v 

Hindrikje Roelofs Houwing, geb. te Midlaren, ged. 1703 te Zuidlaren.

   3.

 m 

Sicco Houwing, geb. te Midlaren (zie Vh).

   4.

 m 

Willem Roelofs Houwing, geb. te Midlaren (zie Vi).


IVf    Jantje Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 16-11-1679 te Emmen, overl. op 12-11-1721 te Gasselte, dr. van
Willem Houwing (zie IIId) en Hindrikje? N.N.
Otr. op 21-10-1703 te Emmen, tr. kerk op 21-10-1703 te Gasselte
Tijmen Houwing (zie IVn).
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Jantje Houwing, ged. op 19-10-1704 te Gasselte, overl. op 24-3-1707 te Gasselte.

   2.

 m 

Willem Houwing, ged. op 13-6-1706 te Gasselte (zie Vj).

   3.

 v 

Jantje Houwing, ged. 1708 te Gasselte, overl. op 18-8-1785 te Gasselte.
Tr. kerk op 25-5-1735 te Gasselte Geert Jans Kamps, schoolmeester te Gasselte, koster, geb. circa 1710, overl. op 24-1-1778 te Gasselte. Mr. Geert Jans en Jantje Houwing te Gasselte lenen 150 gulden van Jan Hilbing van Gasselte op 22-8-1761.
[163] Meester Geert Jans te Gasselte en huisvrouw lenen op 5-7-1768 100 gulden van Harm Aling en huisvrouw te Gasselte.[164], zn. van Jan Kamps.

   4.

 v 

Hindrikje Houwing, ged. op 26-12-1710 te Gasselte.

   5.

 m 

Hindrik Houwing, ged. op 1-10-1713 te Gasselte, overl. voor 1741.

   6.

 m 

Willem Dilling Houwing, ged. op 10-1-1717 te Gasselte.


IVg    Hindrik Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 10-11-1682 te Emmen, begr. op 24-8-1731 te Emmen. In 1758 is er een afhandeling van de afkoop van de kinderen: "Willem Elkinge, Geert Elkinge en Roelof Elkinge, om onjuistheden bij de afkopen van hun zusters recht te zetten, hebben afgesproken, met goedvinden van hun moeder Jantje, door tussensprake van predikant M. Witsenborg, de Ette Geert Hoving en enige naaste verwanten in bijzijn van Scholte C.W. Emmen als volgt. Tussen Willem en Roelof: dat Willem afstand zal doen voor zijn portie van de afkoop van zuster Hindrikje mits Willem de gestipuleerde condities van dat contract nakomt. Dat voorts Roelof voor zijn gehele ouderlijke boedel wordt afgekocht voor 800 gulden, doch zo dat hij tot weerzeggens bij Willem blijft als voorheen als arbeider, en voorzien wordt van kost, kleding, huisvesting. Roelof hoeft niet voor zijn moeder te zorgen, dat gaat voor rekening van Willem. Voorts tussen Willem voor zich en als het recht van afkoop hebbende van twee zusters en broer Roelof, en dus gerechtigd in de ouderlijke boedel, en Geert voor zich en als recht van afkoop hebbend voor 1 zuster, en dus gerechtigd tot de ouderlijke boedel: de vaste boedel wordt gescheiden (de tilbare was dat al). Op grond van (vermelde) argumenten wordt een regeling getroffen. Willem behoudt het ouderlijke huis op Elkinge hof staande. Geert zal hebben het huisje op Heminge; Willem zal met Geert op de hem ten dele gevallen derde deel van Heminge hof een huis van 5 gebint timmeren ten profijt van Geert, en zo goed van getimmer en zo goed doorgetimmerd al het ouderlijke huis, aan de straat opgemuurd met glazen en vensters aan de straat en een schoorsteen daaruit".
[165]
In 1749 is er een akte van overdracht door Jantien Elckinge, weduwe Hindrik Elckinge, aan haar zoons Willem, Geert en Roelof Elckinge van 2/3e van haar onroerende goederen in de marke van Weerdinge.
[166]
Willem Elkinge, Roelof Elkinge, Fennegijn Elkinge de weduwe van Jan Warners Smits, Geert Roijers representerende zijn moeder en landschrijver J. Kijmmel als curator over de grasvellige boedel van Geesjen Elkinge weduwe van Oldenburg te samen erfgenamen van wijlen Geert Elkinge zijn in 1772 eisers tegen Margijn Elkinge de weduwe van Geert Elkinge te Weerdinge
Het betreft de inventaris van de goederen van Geert. De verweerder zou oppositie voeren tegen een inventaris van de goederen, ondanks een accoord van 13-4-1772. De ette Hovinge is een volle neef van de verweerder.
[167], zn. van Willem Houwing (zie IIId) en Hindrikje? N.N.
Tr. kerk op 8-1-1702 te Emmen Jantje Elkinge, ged. op 10-8-1684 te Emmen, begr. op 8-4-1763 te Emmen, dr. van Jan Roelofs Herming en Geesje Willems Elkinge.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Fennigje Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 5-11-1702 te Emmen, begr. op 9-1-1777 te Roswinkel.
Tr. kerk op 4-3-1731 te Emmen Jan Werners Smits, ged. op 15-1-1693 te Emmen, begr. op 31-1-1770 te Roswinkel, zn. van Werner Smits en Hendrikje Loesing.

   2.

 m 

Willem Elkinge, geb. te Weerdinge (zie Vk).

   3.

 v 

Geesje Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 19-4-1708 te Emmen, begr. op 31-5-1780 te Sleen.
Tr. kerk op 20-12-1739 te Emmen Jan Oldenborg, geb. circa 1715 te Erm, begr. op 9-9-1760 te Sleen.

   4.

 m 

Jan Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 13-4-1710 te Emmen, begr. 4-1710 te Emmen.

   5.

 m 

Jan Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 8-3-1711 te Emmen, begr. op 16-7-1736 te Emmen.

   6.

 v 

Hindrikje Elkinge, geb. te Weerdinge (zie Vl).

   7.

 m 

Geert Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 11-4-1717 te Emmen, begr. op 14-2-1772 te Emmen.
Tr. kerk op 27-6-1751 te Emmen Margje Bening, geb. te Noordbarge, ged. op 20-7-1704 te Emmen, begr. op 15-7-1782 te Emmen, dr. van Willem Schirring.

   8.

 v 

Jantje Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 18-2-1720 te Emmen, begr. op 19-3-1748 te Emmen.

   9.

 m 

Roelof Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 14-3-1723 te Emmen, begr. op 3-2-1791 te Emmen.


IVh    Jan Willems Houwing, geb. te Weerdinge, ged. op 25-4-1686 te Emmen. Op 14-4-1716 zijn de mombers over Hendrikje, dochter van Jan Houwing en Jantje Hofsteenge: Hendrik Roelofs, hoofdmomber en bestevader, Jan Hofsteenge, Roelof Houwing en Hindrik Houwing. De pupil heeft, samen met haar vader, recht op de helft van de goederen van Hindrik Roelofs.
[168]
Kinderen uit het huwelijk van Jan Houwing en Lammigje Meijering zijn: Jantje, Aaltje, Hindrikje, Willemtje en Jantje Houwing.
Hendrik Roelofs Hofsteenge van Eext, tegenwoordig te Anderen, testeert op 7-1-1721. Ingeval zijn dochters dochter bij Jan Willems Houwing verwekt mocht komen te overlijden, dan vervalt haar erfdeel van moederszijde op Hendriks dochter Trijntien Hindriks, weduwe van Jan Hofsteenge, of haar kinderen.
[169]
De mombers van de vijf minderjarige kinderen van Lammeghien Meijeringe van Eext en wijlen Jan Houwing verzoeken in 1727 om goedkeuring van een eenkindscontract wegens het huwelijk van Lammeghien met Hindrik Tonnis van Gasteren.
[170], zn. van Willem Houwing (zie IIId) en Hindrikje? N.N.
Tr. kerk (1) voor 1708 Jantje Hindriks Hofsteenge, geb. circa 1680 te Eext, overl. op 24-4-1716 te Eext, dr. van Hindrik Roelofs Hofsteenge en Trijntje Berents.
Tr. kerk (2) op 15-9-1715 te Anloo Lammigje Meijering, geb. te Eext, ged. op 5-4-1686 te Anloo, dr. van Otto Meijering en Aaltje Hamming.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 v 

Hindrikje Jans Houwing, geb. circa 1708 te Eext, overl. op 21-2-1768 te Noordlaren.
Otr. op 14-5-1730 te Anloo, tr. kerk op 18-6-1730 te Noordlaren Geert Jans Hoiting, diaken te Noordlaren, ged. op 30-6-1700 te Noordlaren, overl. na 1768. Willem Jolinge en Sikke Jolinge te Weerdinge lenen op 11-2-1771 570 gulden van Geert Hoiting weduwnaar van Hindrikje Houwink woonachtig te Noordlaren.
[171]
Willem Jolinge en Sikke Jolinge te Weerdinge lenen op 8-10- -769 636 gulden van Geert Hoiting weduwnaar van Hindrikje Houwink te Noordlaren, afkomstig uit een afkoopbrief van hun oom Jan Houwink.
[172]
Op 28-5-1769 is er lening van 700 gulden door Jan Willems, Willem Jans en Job Willems van Eexterveen van Geert Hoiting van Noordlaren.
[173] Borg voor de lening is Berent Steringa gehuwd met Hindrikje Hemsing. Willem Jans ondertekent de akte met W.J. Meinders.
De akte hierna geeft: "Dit binnenstaande capitaal en rente word over gezedeert en getransporteerd van ons ondergeschreven en de voorstanderen over het minderjarig kind van Hindrik Hoiting en Hindrikje Westebrink". Datum 24-2-1780. Ondertekening door Jan Hoiting; Jannes Hoiting; Albert Suinge; Annegje Hoiting; Hindrik Ebbing; Harmtje Hoiting; Harm Jans.
Jan Hoiting is momber over het kind van Hindrik Hoiting en Hindrikje Westenbrink.
Zn. van Jan Geerts Hoiting en Aaltje Hoving.

Uit het tweede huwelijk:

   2.

 v 

Jantje Houwing, geb. te Eext (zie Vm).

   3.

 v 

Aaltje Houwing, geb. circa 1718 te Eext (zie Vn).

   4.

 v 

Hindrikje Houwing, geb. te Eext (zie Vo).

   5.

 v 

Willemtje Jans Houwing, geb. te Eext, ged. op 4-10-1722 te Anloo.
Tr. kerk op 18-5-1749 te Anloo Jan Luigjes Smeenge, geb. circa 1725 te Tynaarlo, zn. van Jan Smeenge en Grietje Jans.

   6.

 v 

Jantje Jans Houwing, geb. te Eext, ged. op 21-1-1725 te Anloo.
Otr. op 21-5-1758 te Rolde, tr. kerk op 28-5-1758 te Anloo Willem Jans Hoben, geb. te Ekehaar, ged. op 15-2-1728 te Rolde, zn. van Jan Willems Hoben en Jantje Geerts.


IVi    Jan Houwink, geb. 1683 te Meppel, overl. op 18-6-1762 te Meppel. Hij woonde evenals zijn vader aan de Kruisstraat. Na zijn vaders dood in 1705 nam hij de bierbrouwerij over. Ook volgde hij hem op als gecommitteerde van het derde rot of wijk 3 in Meppel, waaruit blijkt dat hij ook zitting had in het kerspelbestuur.
In het grondschattingsregister van 1750 blijkt Jan twee huizen te bezitten. Het ene was het door hemzelf bewoonde huis in het derde rot, aan de Kruisstraat, waar ook zijn ouders hadden gewoond. Het was lang 62½ voet (bijna 20 m) en er hoorde een brouwerij bij van 46 voet (ca. 14 m). In het tiende rot bezat hij een huis van dertig voet lang waarin in 1750 een zekere Pieter Jacobs woont.
Bij hen thuis hing ook een bus van de diaconie voor de armen.
Volgens het klokkeboek werd Jan Houwink op 13-6-1762 verluid. Zn. van
Albert Houwink (zie IIIe) en Roelofje van der Veen.
Tr. Agneta van Santen, dr. van Johannes van Santen en Margareta Noijen.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Albertus Houwink, geb. op 22-8-1712 te Meppel (zie Vp).

   2.

 m 

Johannes Houwink, ged. op 8-3-1716 te Meppel, overl. op 30-8-1716 te Meppel.

   3.

 v 

Margrita Geertruida Houwink, ged. op 7-8-1718 te Meppel, overl. op 28-9-1718 te Meppel.

   4.

 v 

Margrita Geertruida Houwink, ged. op 5-12-1719 te Meppel, overl. op 10-11-1724 te Meppel.

   5.

 v 

Sara Houwink, ged. op 18-3-1722 te Meppel.
Tr. kerk (1) op 27-10-1744 te Meppel Jan List, ged. op 12-9-1717 te Meppel, zn. van Jan Gerritsen List en Geertruid Gerrits.
Tr. kerk (2) 1767 te Steenwijk Cornelis Anthonij van Lill.


IVj    Lucas Houwink, wijnkoper, geb. circa 1685 te Meppel, begr. op 16-11-1740 te Amsterdam, zn. van
Albert Houwink (zie IIIe) en Roelofje van der Veen.
Otr. (1) op 16-9-1712 te Amsterdam Susanna Bartius, geb. circa 1685 te Amsterdam, begr. op 9-2-1728 te Amsterdam, dr. van Adriaan Bartius, boekbinder, en Eva Ducens.
Otr. (2) op 14-10-1729 te Amsterdam Anna Petronella Constant, geb. circa 1678 te Amsterdam.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 m 

Albertus Adrianus Houwink, geb. circa 1727 te Amsterdam (zie Vq).


IVk    Jan Houwing, bakker, geb. circa 1670 te Vriescheloo, overl. op 28-7-1730 te Groningen. Getuige bij het huwelijk is Claes Jans Post als goede bekende.
Ongetwijfeld is hij de Jan Houwinck, die in 1703 burger van de stad wordt. Mogelijk hoort ook tot dit gezin: Geertje Houwing, j.d. aan het Winschoterdiep, lidmaat sept. 1730. Was het een verschrijving voor Geesje?
Mogelijk is Aeltjen Clasen begraven als de weduwe Houwing in Kosters ganck
[174]
Jan Houwingh en Aeltien Claesen verkopen op 25-2-1705
[175] aan de olderman Jan Hindricks Heijmulder en Fennegijn Jans het eigendom van een doorgang op vrij eigen grond, op de hoek van verkopers schuyre an't Winschoter diep, voor 50 Car.gld. Tezamen met olderman Jan Hindriks Heimuller is Jan Houwinck in 1715 voormond en voogd over de minderjarige kinderen van Roelf Jochums en Jantien Dercks[176]
Ook komt Jan Houwinck in 1715 voor als borg voor Jacob Aeyssen Spinniker, Reinder Aeyssen Spinniker en Onne Wessels van Goens, die als erfgenamen van Aeysse Dirks Spinniker (in sijn leven tot Norden woonachtig geweest) zijn onroerend goed te Groningen verkopen met een waarde van ruim f 3500. Nogmaals vertegenwoordigt hij deze drie erfgenamen in 1721.
[177] Dit waren ongetwijfeld naaste familieleden van zijn vrouw.
Het Vrouw Franssen Gasthuis, waarin vier conventualen woonden, had met een Jan Houwing een relatie.
[178] Hij levert hen 4 Pascha plassen (paasbroden) en 2 stygen (40 stuks) eieren, te beginnen met 1708. De prijs is meestal in totaal f 3, soms iets meer of minder. In sommige jaren blijft de naam van de leverancier ongenoemd, in 1717 en 1733 is het Jan Cremer, vanaf 1718 Jan Houwen, of Houw. In 1726 is het Jacobus Jans, in 1727 Jan Houwen, in 1728 Jacobus van Ulfen, en in 1729 voor de laatste maal Jan Houwen.
Medio 1728 heeft Jan Houwink bij het Winschoterdiep
[179] een kwestie met Berent Tammens, die over hun mandelige plaatse ofte gang een paard regelmatig heen- en weerleidde. De kluftmeesters verbieden dit dan ook. In december 1730 is hij echter al overleden: dan verzoekt Jan Houwings weduwe wegens haar behuizing aan het Winschoterdiep - die voor het heerdstedengeld belast is met twee heerden en een bakkersoven - om het schrappen van een der schoorstenen, omdat die weggebroken is.[180]
Aaltje Claassen weduwe van Jan Houwing verkoopt op 24-10-1732 aan Bernardus Verschuir en Anna Hooving haar behuizing (toegevoegd is: an haar kante heergekomen!) zijnde een bakkerij ten W. van 't Winschoterdiep.
[181]
Aaltien Clasen koopt nog datzelfde jaar daarvoor in de plaats terug, van Jan Otten en Jannigjen Bos tot Coevorden, een behuizing ad f 830 aan het andere uiteinde van de Costersgang, op de hoek van de Kleine Steentilstraatd.
[182] Daar woont zij eind 1738 nog: de weduwe Jan Houwingh in de Kleine Steentilstraat wordt dan door de kluftheren een nieuwe rollage in de rooijenge geaccordeed.[183], zn. van Willem Jans Houwing (zie IIIf) en Geesje N.N.
Tr. kerk op 23-10-1703 te Groningen Aaltje Claassens Spinneker, ged. op 12-12-1680 te Groningen, begr. op 1-2-1749 te Groningen, dr. van Klaas Spinneker en Tiadeke Ottens.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Geesje Houwing, ged. op 14-9-1704 te Groningen, overl. voor 1712.

   2.

 v 

Tjaduwe Houwing, ged. op 22-5-1707 te Groningen, overl. voor 1709.

   3.

 v 

Tjaduwe Houwing, ged. op 16-7-1709 te Groningen.

   4.

 v 

Geesje Houwing, ged. op 15-5-1712 te Groningen, begr. op 8-7-1735 te Groningen.

   5.

 v 

Claasje Houwing, ged. op 16-2-1715 te Groningen.
Tr. kerk (1) op 19-5-1741 te Groningen Jan Jans Bourma, geb. circa 1715 te Noorddijk. Claasjen Houwing, j.d. in Kostersgang, wordt lidmaat te Groningen maart 1736.
Getuige bij de ondertrouw met Jan Jans Bourma is Hindrik Wyringa als neef.
Claasjen Houwing weduwe van Jan Jans Bourema als moeder maakt op 25-4-1748 een afkoop met Pieter Jans voormond, olderman Hindrik Wieringa voogd over haar eenjarig zoontje Claas. Zij zou het kind grootbrengen tot zijn 18e jaar en daarna f 375 uitbetalen. Het huis, staande op de Nieuwe Weg en door de moeder zelf bewoond, kwomt op haar naam.
[184]
Bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden op 10-4-1748 zijn de getuigen aan de bruidegomszijde olderman Rudolph Rasveldt en Bernardina Nanninga vader en moeder, Anna Amelia Rasveldt suster. Aan bruidszijde zijn de getuigen Aaltien Spinnekers wed. Jan Houwinck moeder, Willemina Houwink zuster.
[185]
Bij de ondertrouw met Gerardus Rasvelt is Jan Klasens aanwezig als zwager.
Gerard Rasvelt en Claasyn Houwink te Groningen lenen in 1776 f 600 uit aan mejuffrouw Lamina Vos, weduwe van de hopman L. ten Oever.
[186]
Zij zijn samen getuige bij het huwelijkscontract
[187] van hun zoon Jan Rudolf Rasvelt en Aaltien Huising, dochter van Derk Jacobs Huising en Jantien Ewolts Fentzema, en ook nog als aangetrouwde oom en moei van de bruid bij het huwelijkscontract[188] van Lambartus Friese en Tjakien Huising. Toen Jan Rudolph hertrouwde met Barbera Smit was Claasje al overleden.[189]
Otr. (2) op 13-4-1745 te Groningen, tr. kerk op 3-5-1745 te Groningen Gerhard Rasveld, ged. op 10-4-1722 te Groningen, zn. van Rudolph Rasveld en Bernardina Nanninga.

   6.

 v 

Willemina Houwing, ged. op 17-9-1717 te Groningen, overl. op 4-11-1752 te Groningen.
Tr. kerk op 28-11-1749 te Groningen Harm Zuidhof, geb. circa 1720. Getuige bij de ondertrouw is voor haar Geerart Rasvelt als broer.
Bij de huwelijkse voorwaarden van 7-11-1749 zijn aan bruidegomszijde aanwezig Hanna Doedens wed. coopman Pieter Zuidthof aangetr. nigte, Here Meints Oedens en Jantjen Zuthofs neef en nicht. Aan de bruidszijde: Gerardus Rasvelt en Claasjen Houwinks zwager en zuster.
[190] Gerhardus Rasvelt en consorten als voormond en voogden over het minderjarig dochtertje van Harm Zuithof bij wijlen Wilmina Houwing worden geauthoriseerd tot het maken van een scheiding en afkoop in 1754.[191]


IVl    Allert Willems Houwing, schoolmeester te Vriescheloo, geb. circa 1670 te Vriescheloo. Op 10-1-1713 heeft Allert Willems Houwing een geschil met Berent Luickens over huur van land. Op 10-11-1714 heeft Alderich Houwingh een geschil met Albert Harms over een paard. In 1719 was er een geschil tussen Allert Willems Houwing en Jan Harmens Wit over de opzegging van huur.
[192], zn. van Willem Jans Houwing (zie IIIf) en Geesje N.N.
Tr. kerk circa 1700 Naantje Wubbes, geb. circa 1670. Naantje Wubbes is mogelijk een dochter van Wubbe Wubbes Jabbing en Ancke Jabbing.
[193]
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Wopke Allers Houwing, geb. circa 1710 te Vriescheloo.
Tr. kerk (1) op 29-4-1735 te Vriescheloo Harm Jans, watermolenaar, geb. circa 1710, begr. op 16-3-1744 te Wedde. Van het eerste huwelijk bestaat een huwelijkscontract verleden te Vriescheloo op 29-4-1735. De bruid trekt bij de bruidegom in; hij zal inbrengen f 400 en een kiste. De bruid krijgt van haar broer de schoolmeester Wub. Allers aan ouderlijk goed f 60, een wollen bedde en een rok; tevens neemt zij mee ten huwelijk f 26 verdiend geld en haar kleren. Bij dezelfde gelegenheid worden ook de andere broers en zusters afgekocht. Besloten wordt dat Willem ook een bed en f 60 zou krijgen met nog een jong paard dat zijn grootvader hem beloofd had, ter waarde van f 50; Geeske krijgt hetzelfde, minus f 23 en een bed dat zij al ontvangen heeft; en Antie eveneens, met een rok en jak van dezelfde kwaliteit als Wopke. Aan bruidegomszijde zijn er geen getuigen, aan de bruidszijde tekenen Wubbe Allers Houwink, Willem Allers Houinck, Geesjen Allers en Antie Allers.
[194]
Op 16-3-1744 wordt er 1-12-5 betaald bij de begrafenis van Harm Jans wootermuller.
Op 16-11-1747 maken koopman Albert Haselhof als voormond en Claas Jans te Blijham als sibbevoogd en Willem Allers Houwink als vreemde voogde een scheiding van de nagelaten vaderlijke goederen van Harm Jans en Wopke Allers. De kinderen zijn Jan Harms, Naantje Harms en Eltje Harms.
[195] Uit eerstgenoemde het geslacht Stefanus.[196]
Ook van het tweede huwelijk bestaat een huwelijkscontract, nu te Wedde. Dan getuigen voor de bruidegom zijn zwager en zuster Luitien Wubbes en Jantijn Jans, daarnaast nog twee nichten: Freerkjen Jacobs en nog een Jantijn Jans. Wopke brengt alleen haar zwager en zuster Harm Jans en Gesyn Allers mee.
[197]
Uit het tweede huwelijk vijf kinderen Hindriks: Jan, Allert, Jan Geerts, Lammegjen en Wubbe. Zn. van Jan Harms Haijens, koopman, en Eltje Jans.
Tr. kerk (2) op 7-7-1747 te Wedde Hindrik Jans Tuinker, ged. op 27-8-1719 te Blijham, begr. op 29-8-1806 te Wedde, zn. van Jan Geerts en Lammigje Harms Tuinker.

   2.

 v 

Geesje Allers Houwing, geb. circa 1710 te Vriescheloo, overl. op 7-7-1747.
Tr. Harm Jans.

   3.

 m 

Wubbe Allers Houwing, schoolmeester te Vriescheloo, geb. circa 1710 te Vriescheloo.

   4.

 m 

Willem Allerts Houwing, geb. circa 1710 te Vriescheloo (zie Vr).

   5.

 v 

Antie Allers Houwing, geb. circa 1710 te Vriescheloo (zie Vs).


IVm    Abraham Houwing, geb. circa 1690 te Vriescheloo, begr. op 15-11-1728 te Scheemda. Getuige bij het huwelijk is Arent Jans als neef.
Bij het huwelijkscontract van zijn eerste huwelijk zijn aan de bruidegomszijde aanwezig Allert Willems Houwinck en Jans Houwinck broers. Voor de bruid: Henricus Sissinck en Geertje Jacobs vader en moeder (bedoeld moet zijn: stiefmoeder), J. Sissinck voormond en oom, Berend Wessels neef en sibbevoogd, Albert Cock vreemde voogd.
[198]
Derk Jan Houwingh, Andreas Sissingh en Symon Derks als voogden over de minderjarige kinderen van Abraham Houwing en Tetina Sissingh maken in 1730 een afkoop met de moeder, die de boedel behoudt. Zij zal de kinderen opbrengen tot 18 jaar en ze lezen en schrijven laten leren, tenslotte uitkeren tezamen f 75, een bijbel met zilveren krappen, 1 paar zilveren gespen, een paar dito mouwknoopjes, en een uitzet.
[199]
De getuigen bij het huwelijkscontract bij zijn tweede huwelijk zijn aan bruidegomszijde: Geesjen Rosevelt moeder, Tonnys en Alle Jacobs volle broers, Everhardus Rosevelt volle oom. Aan bruidszijde: Andries Sissinck organist alhier ter plaatse en Margrietjen Pieters Lant broer en schoonzuster (zij tekent als Margrietjen Sissinck), Margrietjen Sissinck volle suster, Andries Sissinck tevens als sibbevoogd, Simon Derks vreemde voogd mede namens de principale voormont Derk Jans Houwink, over bruits voorkinderen.
[200]
Hayko Rosevelt (tussengevoegd: Jakobs, hij tekent zonder familienaam) en Toitina Sissingh dragen op 11-10-1731 over aan hun broer en schoonzuster Andries Sissinck en Margrietjen Lants een gedeelte van hun hiemplaatse voor f 60.
[201] Hayko Jakobs en Toitina Sissinck verklaren schuldig te zijn aan hun broer de E. Hindrik Sissing schoolmeester te Obergum f 300 wegens huishuur en lening.[202]
Hayko Jacobs en Toitina Sissingh verkopen in 1734 aan Harm Geerts en Grietje Jans hun behuizing te Scheemda voor 720 gulden, gecedeerd door Frouke Evers wed. Otte Harkes. Borgen genoemde Frouke en tevens Hindrick Sissinck, schoolmeester tot Obergum.
[203], zn. van Willem Jans Houwing (zie IIIf) en Geesje N.N.
Otr. op 14-4-1714 te Groningen, tr. kerk op 15-4-1714 te Scheemda Teitina Sissinck, ged. op 7-3-1692 te Scheemda, dr. van Hinricus Sissinck, organist, en Grietje Jacobs.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Grietje Houwing, ged. op 7-4-1715 te Scheemda, begr. op 6-8-1715 te Scheemda.

   2.

 v 

Grietje Houwing, ged. op 19-4-1716 te Scheemda.
Otr. op 29-2-1744 te Groningen Philip Gartzen, tamboer in de compagnie van luitenant kolonel Struck. Getuige bij het huwelijk was voor haar voor haar Haycko Jacobsz Roozeveldt als vader.

   3.

 v 

Geesje Houwing, ged. op 18-3-1718 te Scheemda.
Otr. op 31-8-1743 te Veendam, tr. kerk op 14-9-1743 te Groningen Adam Schilt, geb. circa 1720 te Groningen. Getuig bij het huwelijk is voor haar Abraham Engels.
Zij kopen begin 1747 van Jan Hindriks Braam en Trienje Fockes een huisplaats en tuin aan het Westerdiep te Veendam voor 230 gulden.
[204] Deze koopschatspenningen, kunnen zij niet betalen; daarom wordt de koop 4½ jaar later teruggedraaid.[205]
Adam Schilt en Geesje Houwing laten in Amsterdam een kind dopen op 17-12-1752.
Getuige daarbij is Willemina Houwing.

   4.

 v 

Willemina Houwing, geb. op 21-10-1719 te Scheemda, ged. op 16-11-1719 te Scheemda.

   5.

 m 

Henricus Houwing, ged. op 13-6-1723 te Scheemda.

   6.

 m 

Isaac Houwing, ged. op 30-3-1725 te Scheemda.

   7.

 v 

Aaltje Houwing, ged. op 15-12-1726 te Scheemda.

   8.

 v 

Jacomina Houwing, geb. op 18-4-1729 te Scheemda, ged. op 15-5-1729 te Scheemda.
Otr. op 13-4-1753 te Veendam, tr. kerk op 13-5-1753 te Wildervank Luppe Haijens, geb. circa 1730 te Wildervank. Luppo Haijes en Jacomina Houwens kopen op 10-5-1756
[206] voor f 1005 huis, land en tuin te Wildervank van de erfgenamen van Geesje Jans, laatst gehuwd met Hindrik Reiders. Er horen nog 4 deimten land bij, waarvoor zij nog eens f 300 betalen. De drie termijnen koopschat worden twee jaar later door de Geref. Diaconen in de Wildervank voldaan, die daarvoor het recht van hypotheek verkrijgen. In 1775 kopen zij nog eens ½ deimt tuim van Hillegonda Forsten wed. H. van der Wolde, en ¼ idem van H. Nauta nom. ux.[207]
Als weduwe van Luppe Hajes koopt Jakomina in mei 1781 van Roelf Freriks en Teelke Kornelis huis en tuin aan 't Westerdiep in Veendam voor f 550.
[208] Daar zal ze zelf zijn gaan wonen, want als Jacomina Abrahams weduwe van Lippo Haijes vertrekt zij in maart 1782 met attestatie van Wildervank naar Veendam. Zij treedt als Jacomina Houwings wed. Luppe Hayes, nog op bij het huwelijk van een dochter 12-5-1792. Zn. van Haijo Addekes en Jantje Luppes.


IVn    Tijmen Houwing, schatbeurder Gasselte, onderwijzer Gasselte. Geb. op 29-1-1675 te Gasselte, ged. op 31-1-1675 te Gasselte, overl. op 28-10-1721 te Gasselte. Tijmen Houwink woont op Olde Iddekinge.
[209]
Op de goorsprake te Borger van 1702 brengen de buren Gasselte aan dat Tijmen Houwinck en Albert Alinge beide tot Gasselt een dufslach aan elkaar hebben begaan.
[210]
Tijmen Houwing draagt in 1713 een vierendeel waardeel te Gasselte over aan Roelof Hidding te Gasselte.
[211]
Op 21-11-1713 heeft mr. Tijman Houwink een geschil met Jan Tebinge zoon van Jannes Fabricius te Gasselte. Jan zou koren weggehaald hebben en verkocht aan Roeloff Hiddinge. Verweerder is van mening dat het koren zijn eigendom was. Volgens de eiser heeft de verweerder jarenlang de schattingen niet betaald, en is het goed daarom verkocht.
[212]
Meester Tijmen Houwing verklaart op 22-3-1721 dat zijn vader Hendrik Houwing in het Heilige Geest Gasthuys te Groningen heeft verkocht aan Thij Lussinge tot Drouwen 3 mud zaailand en een half vierendeel waardeel. Hij quiteerde Hendrik Lussinge, zijn moeder en zusters.
[213]
Op 21-11-1721 worden er mombers benoemd over de kinderen van Tijmen Houwinge, schoolmeester en Jantien Jolinge te Gasselte. De hoofdmomber was Jan Houwinge, de medemombers zijn Roelof Houwinge, Jan Houwinge en Tijmen Dilling. De kinderen zijn Willem Houwinge, Jantien Houwinge, Hinderkien Houwinge, Hindrik Houwinge, Willem Houwinge.
[214] Gezien de benoeming van de mombers waren beide ouders overleden.
In 1721-1722 zijn er schapen verkocht van Mester Tijmen Houwinge en consorten. Hendrik Elkinge ontvangt op 29-10-1721 de ene helft, Jan Houwinge als momber over de kinderen van de broeder Tijmen Houwinge de andere helft.
[215]
De mombers van wijlen Mr. Tijmen Houwinck verkopen een gedeelte van het hooi en enige mudden rogge.
[216] Op 1-6-1723 verkopen de mombers van de minderjarige kinderen Tijmen Houwink te Gasselte een hof en schuur te Gasselte aan Lucas Homan te Gasselte om schulden te betalen. Zij verzoeken voor Etstoel om goedkeuring.[217] Op 7-12-1724 worden de mombers Roelof en Jan Houwinge wegens overlijden vervangen door Hindrik Elking en ette Albert Aling.
Na het overlijden van Tijmen blijkt deze uit hoofde van zijn functie als schatbeurder van Gasselte nog een bedrag van 793 Carolus guldens schuldig te zijn aan de Landschap Drenthe. Volgens resolutie van de Ridderschap en Eigenerfden moet dit bedrag voldaan worden op de landdag van 24-2-1728. In een schrijven van 1-3-1728 aan de drost van Coevorden en Drenthe, Roelof baron Van Echten tot Echten, verklaren Jan Houwing, hoofdmomber wonende buiten de Landschap Drenthe, en de Ette Albert Aling, Tijmen Dilling en Hendrik Elkinge, medemombers over de minderjarige kinderen van wijlen Tijmen Houwinge, in leven schatbeurder over het carspel van Gasselte, en wijlen Jantien Jolinge de restantschuld - die dan nog 693 Carolus guldens groot is - niet te kunnen betalen. Zij verzoeken uit de boedel van de pupillen zoveel vaste goederen te mogen verkopen als noodzakelijk om de vereiste som geld bij elkaar te krijgen. De Drost en 24 etten willigen bij schrijven van 12-6-1728 dit verzoek in; ette Albert Alinge zal de verkoop uitvoeren.
[218]
Op 12-6-1736 zijn advocaat J. Dijck als volmacht van mr. Willem Houwink in de Beerta en mr. Geert Jans van Gasselte namens zijn vrouw Jantien Houwink en Timen Dillinge te Bronniger als medemomber over de drie nog minderjarige kinderen van wijlen Tijmen Houwing en Jantien Houwing, tezamen erfgenamen van Tijmen Houwing en Jantje eisers tegen Jan Houwing van Zuidlaarderveen als hoofdmomber over de kinderen. Het betreft de betaling van 129-18-8 die de hoofdmomber nog schuldig zou zijn. De eisers kregen gelijk.
[219]
Op 17-8-1741 zijn de kinderen van Tijmen Houwing meerderjarig.
[220] Er wordt een laatste momberrekening gemaakt en de mombers worden ontslagen. De kinderen zijn mr. Willem Houwink van de Beerta, mr. Geert Jansen n.u. Jantien Houwink en Henderkien Houwink die naar Amsterdam is vertrokken, allen volwassen, en lutke Willem Houwing. Zn. van Hindrik Jans Houwing (zie IIIg) en Jantje Dilling.
Otr. op 21-10-1703 te Emmen, tr. kerk op 21-10-1703 te Gasselte
Jantje Joling (zie IVf).
Uit dit huwelijk: 6 kinderen (zie onder
IVf).
 
IVo    Jan Houwing, ged. op 31-8-1684 te Gasselte. Jan Houwink wordt lidmaat Bellingeweer 22-12-1708 als "knecht van onse Heer Collator", dat was toen Egbert Tamminga (diens voorganger Schotto Tamminga was 4-3-1708 overleden). In de lijst van 1709 komt hij inderdaad voor, in die van 1711 niet meer. Hij komt in maart 1712 met attestatie van Bellingeweer naar Engelbert als gezworene, en wordt daar, met zijn vrouw, opnieuw genoteerd op de lidmatenlijst van zomer 1719 en zomer 1727, en is er kerkvoogd in 1721, 1727 en 1729. In de zomer van 1734 worden zij niet meer genoemd; dan zijn ze kennelijk naar Zuidlaren verhuisd.
Johanna Ridders weduwe van de giltrechtsheer Johannes Henrici Burema verkoopt aan de voogden van het Jacobi gasthuis omtrent 6 grasen land onder Noorddijk, tegenwoordig bij Geswooren Jan Houwingh meijerwijse gebruikt voor f 40 per jaar in 1720.
[221]
In 1733 is Jan Houwing gearresteert zoals blijkt uit het volgende: "Op den req. van B. Nieman (?) en consorten synde Tymen en Arent Dolphing, hoe remonstranten voor Jan Houwingh hebben betaalt de breucke en onkosten wegens sijne detentie en begaan delict waertoe eenige penningen wegens verkofte goederen hebben ontfangen, en bij slot van reeckeninge de remonstranten meerder uitgave dan ontfangh hebben gehadt een summa plusminus à f 600, tot welkers wederbekominge remonstranten geen occasie hebben, egter verstaan dat Jan Houwingh an eene Jan Albers buiten de Bott. poorte op rente heeft gedaen f 200 waervan nog resteert f 150, versogten dat gemelte Jan Albers mogte worden geauthoriseert om haar de gemelte somma te betalen".
[222]
Jan Houwink te Zuidlaarderveen en zijn vrouw Harmtien Jacobs lenen van hun zoon Hindrick Houwink, gehuwd met Jantien Mantinge, 676 gulden 14 st. wegens geleverde winkelwaren en twee jaar huis- en landhuur aan Ette Jan Sissingh, verschenen op mei 1737.
[223], zn. van Hindrik Jans Houwing (zie IIIg) en Jantje Dilling.
Tr. kerk op 17-1-1712 te Westerbroek Harmtje Jacobs, geb. circa 1690 te Engelbert.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Jantje Houwing, ged. op 22-1-1713 te Engelbert.

   2.

 m 

Hindrik Houwing, ged. op 12-8-1714 te Engelbert (zie Vt).


Va    Jan Houwing, geb. op 2-1-1685 te Wetsinge, overl. op 6-3-1717 te Groningen. Bij de ondertrouw te Groningen is vader Harmen van Velten voor de bruid aanwezig.
Er is een huwelijkscontract tussen Jan Houwinge en Titia van Velten van 7-7-1713. Het huwelijkscontract geeft geen getuigen.
[224]
Jan Houwingh wordt in 1714 burger van de stad Groningen en betaalt dan tevens admissiegeld voor het herbergiersgilde.
[225] Er is een graf no 46, oorspronkelijk in bezit van Claes Abels, op 14-3-1720 overgegaan op Jan Houwinck als erfgenaam nomine uxoris.[226]
Doede Ubbens en Jan Houwingh zijn in 1721 voormond en voogd over de kinderen van Roelef Jochums. Zij verzoeken om toestemming tot scheiding, en verkoop van een huis en trekschuit.
[227] Op 14-3-1718 zijn Jacobus Muller voormond en Harmen Harens voogd over het zoontje van wijlen Jan Houwing, Berend. Berend is 2 jaar oud.[228], zn. van Berend Houwing (zie IVa) en Maria Peters van der Veen.
Tr. kerk op 2-8-1713 te Groningen Titia van Velten, ged. op 20-11-1688 te Groningen, begr. op 6-2-1719 te Groningen, dr. van Herman van Velten en Annichje Hijlkens.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Maria Houwing, ged. op 6-5-1714 te Groningen.

   2.

 m 

Berend Houwing, ged. op 13-12-1715 te Groningen, overl. op 23-10-1727 te Groningen, begr. op 27-10-1727 te Groningen.


Vb    Derk Jan Houwing, schoolmeester Oude Pekela, ged. op 14-7-1695 te Groningen (Nieuwe Kerk), overl. op 15-8-1783 te Oude Pekela, begr. op 20-8-1783 te Oude Pekela. Derck Houwingh oudt 24 jaaren (en Cunna Houwingh oudt 19 jaaren) verkrijgen op 1-12-1718 venia aetatis van het stadsbestuur.
[229] Derk Houwink is lidmaat te Groningen maart 1719. Dirk Jan Houwinck, Groninganus, geom. et arch. mil, promoveert te Groningen op 12-9-1738.
Op 19-6-1731 wordt er een huwelijkscontract opgemaakt tussen Derk Houwing en Helena Boldewijn. Aan bruidegomszijde geen enkele getuige; aan bruidszijde Geert Boldewijns volle broer en Berent Berents halfbroer.
[230]
Helena krijgt op 29-5-1715 attestatie van Vlagtwedde naar Groningen, waar zij op in december van dat jaar als lidmaat wordt ingeschreven. Zie voor haar ook Westerwolders en hun woningbezit.
[231]
Op de requeste van Derck Jan Houwingh schoolmr. in de Beneden Pekel A, ten einde Hindrick Essers moge worden gelast met het schoolhouden aldaar te supersederen. Dit wordt door B & R bevolen.
[232]
In mei 1734 verklaart D.J. Houwingh schoolmeester in Pekela hoe in 1728 zijn ouderlijke woning aldaar was verpacht aan Fennigjen Scheepels. Zij kan huur niet opbrengen en hij krijgt toestemming haar uit het staatboek te laten royeren, en zijn eigen naam "in syn qlte weder te boecke te brengen". De verwijzing naar zijn kwaliteit blijkt uit een rekest van drie maanden daarna: "Anna Kenniera Houwingh, hoe haar broer de schoolmeester voor haar in qlte heeft geprocedeert". Het huis in de Nieuwe Pekela, waarover Fennigjen Schepels nog f 580 schuldig was, blijkt dan onder het Westerwoldse gebied te vallen en daarom hebben de deurwaarders van het Oldambt geen recht om maatregelen te treffen. De bewoners, het echtpaar Jurrien Roelefs en Jantien Schepel, mogen door Harmannus Dieterman worden uitgezet.
[233]
Zijn eigen woning blijkt in 1735 bouwvallig te zijn geworden en Derck Houwinge schoolmr. in de Oude Peeckel A verzoektn aan de stad, om o.a. de vloer in de kamer en de vensters in de oude school te laten repareren
[234]
De schoolmeester D.J. Houwingh ter Peeckel A rekestreerde begin 1742 tweemaal bij het stadsbestuur, toen leden van zijn gezin kwamen te overlijden
[235] Op 16-1-1742 vroeg hij "hoe sijn suster is komen te overlijden de altijdt bij remonstrant heeft gewoont, is het dat ... geen begraafplaats voor sijn dooden hier heeft, maar wel genegen waar deselve in de kercke te begraven". B & R authoriseerden de kerckvoogden in de Pekela om hem een plaats in de kerk tot een verrotting aan te wijzen, mits hij f 6 voor de armen voldeed. Amper drie weken later diende hij een identiek verzoek in ten opzichte van zijn huisvrouw, en kreeg dezelfde beschikking. Het wordt dan niet direct duidelijk wie de omstreeks 16-1-1742 overleden zuster geweest is, maar uit zijn eigen aantekeningen blijkt dat het Geertruida was. Anna Houwink heeft kennelijk het oog op de nalatenschap van hun overleden zuster: zij dient later dat jaar een rekest in om haar broer te gelasten dat er een staat en inventaris van diens goederen wordt gemaakt.[236] Deze zaak wordt op den duur in handen gesteld van burgemeester Veldtman en zijn assessoren. Een jaar later treedt Carel Curts nomine uxoris - was hij soms weer teruggekeerd naar de huiselijke haard? - op tegen D.J. Houwingh.[237] Daarna daagt op haar beurt Kennera Houwingh haar zuster en zwager Carel en Anna[238] en Karel daagt zijn vrouw, waarbij wordt aangetekend dat Henrica Houwink a.s. donderdag haar request zou vervolgen.[239] Tenslotte blijkt in het begin van 1744 dat Carel Curts nomine uxoris van Derk Jans Houwing opeist een kwart van het lijfstoebehoren dat Geertruida Houwing bij haar versterf heeft nagelaten, alsmede een kwart van het voorouderlijk zilver volgens uitspraak van borgemr. Veldtman .[240]
Op 6-7-1752 verklaart hij de meest gerechtigde crediteur van Luppe Vos weduwe te zijn, zodat hij bij de convocatie der creditoren betrekken behoort te worden; er zijn veel rechtskosten, en B & R geven tien dagen uitstel om de specificaties der schulden te laten bekijken.
[241] Die weduwe is, al blijkt het niet uit deze inschrijving, zijn zuster Jantje, Janna of Johanna Houwing. In 1761 blijkt hij stadsmeijer van het 16e, 17e en 18e lot (afgegraven) veen aan de zuidkant beneden de verlaten ter Pekel A te zijn; er is van het land tegen die tijd niet veel meer over, het ligt laag en is drassig. De stad geeft hem een kleine tegemoetkoming in de faciliteiten, als hij wil afzien van een uitvaart in de richting van Wedde; hij probeert het een maand later nog eens weer, zonder succes.[242] Twee jaar daarna vraagt hij vermindering van landhuur, waarop de stad evenmin ingaat.[243] In datzelfde jaar heeft hij zijn testament gemaakt[244], als Derk Jan Houwink, schoolmeester ter Pekel Aa. (Hij heeft dan overigens nog twintig jaar te leven, en de meeste bepalingen zullen tegen die tijd achterhaald zijn geweest.) De zoon Barak is dan predikant op het Eiland St. Martin in Noord-Amerika en krijgt tot zijn erfdeel de onbehuisde plaats op no. 16 en 17½ in de Oude of Beneden Pekel A. Zijn kleindochter Helena Folkeringa, dr. van de vaandrig Hindrik Folkeringa en Debora Houwink, krijgt de behuisde plaats met schuur enz. op no. 17½ en 18, en zal bovendien vooruit trekken evenveel contanten als Barak heeft ontvangen tot uitrusting tot zijn reis. Zijn zuster Kennera Houwink woonde kennelijk bij hem in als huishoudster: wegens `aan hem gedaane diensten en uit sonderlinge affectie' mag zij levenslang de vrije inwoning behouden in en op de bovengenoemde behuisde plaats, en bovendien het gebruik (eventueel ter verhuur) van een koeweide in ieder van beide plaatsen. De schulden aan deze zuster toekomende zullen volgens staatboek worden voldaan. De mobilia en levendige have blijft tussen beide vrouwen gezamenlijk tot de kleindochter de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt; daarna zal deze in 2 egale porties tussen hen worden verdeeld. Zolang de zoon afwezig bleef en de kleindochter nog minderjarig was, werden tot testamentaire voorstanderen aangesteld Jan Marcus Vos, Albert Smit schoolmeester in Sappemeer, en de brouwer Jan Kristiaans. In het geval zijn zoon en kleindochter overleden zonder descendenten, werd enige erfgenaam zijn neef Jan Marcus Vos, mits dat Kennera gedurende haar leven 2/3 deel van de revenuen zal genieten. In dat geval werden er ook enige legaten gesteld: aan Anna Houwink of haar nakomelingen f 200, aan Berent en Maria, Jan en Jantje Mulder, halfzusters kinderen van de testateur, ieder f 100, terwijl de schoolmeester Albert Smit en de brouwer Jan Kristiaans f 100 voor hun moeite zouden ontvangen.
De neef Jan Marcus Vos had enig geld toen kennelijk wel kunnen gebruiken, want in 1768 leende hij f 500 van zijn oom! Ook de schoenmakersbaas Beerend Jans Kleune en zijn vrouw Fennigjen Hindriks waren de schoolmeester enkele honderden guldens schuldig.
[245]
Hindrik Willems Kock en Sophia Renkes zijn in 1730 45 gulden schuldig aan D.J. Houwing schoolmeester te de Oude Pekela.
[246] D.J. Houwing schoolmeester te Oude Pekela verkoopt aan Harm Beerents te Nieuwe Pekela een huis en schuur met tuin op stadsgrond voor 788 gulden.[247]
Klaas Steffens en Berentje Ottes verklaren op 19-6-1744 schuldig te zijn aan de schoolmeester D. Houwing en zijn huisvrouw H. Boldewijns 45 gulden wegens geleverd smidsgereedschap door Geert Boldewijns nagelaten, en door verkopers aangeërfd en aangekocht.
[248]
Ook later (1745 - 1772) lenen nog diverse mensen geld van de schoolmeester Derk Jan Houwing.
Op 20-11-1762 verkoopt Derk Jan Houwing, schoolmeester in de Beneden Pekel A aan Knellis Tonnis en Wyeke Lammers een huis en tuin in de Nieuwe Pekela voor 350 gulden.
[249]

 

Derk Jan Houwing[250]

, zn. van Berend Houwing (zie IVa) en Magdalena Jans Persijns.
Tr. kerk 1731 Helena Boldewijns, ged. op 5-12-1691 te Vlagtwedde, overl. op 3-2-1742 te Oude Pekela, dr. van Boldewijn Geerts Gruut, smid, en Albertien Tiabbes.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Debora Houwing, ged. op 20-12-1733 te Oude Pekela (zie VIa).

   2.

 m 

Barak Houwing, predikant te St. Maarten 1763-1774, geb. op 18-1-1736 te Oude Pekela, ged. op 19-2-1736 te Oude Pekela, begr. op 4-8-1824 te Oude Pekela. Baracus Houwink, Westerwollinganus, A.L. wa student op 20-12-1754.
Barak Houwing schenkt aan de kerk van Oude Pekela een zilveren avondsmaalbeker:
"Gaf Groningen een nachtmaalskelk aan de Oude Pekel-A
"De eerwaarde Barak Houwink volgt dit loflyk voorbeeld na.
"Herfstmaand 1810. H. Wester."
Ingegraveerd wapen: gedeeld, I. een halve adelaar, II een huismerk.
Helmteken: uitkomende adelaar.
[251]
Op 5-10-1787 verkoopt de eerwaarde Barak Houwink te Oude Pekela aan Harm Geerts smit te Vlagtwedde en Gepke Jans een akker bouwland voor 57 gulden.
[252]
Zie voor Barak Houwing ook de artikelen van de heer Tiktak.
[253]
Zijn boekerij wordt verkocht in het voorjaar van 1825: "Verkooping van eene verzameling wel geconditioneerde boeken, meest bestaande in godgeleerde en andere wetenschappen, in onderscheidene talen en wetenschappen, nagelaten door wijlen den Weleerwaardigen heer Barak Houwink, rustend predikant te Oude Pekel-A; welke boeken, waarvan catalogus bij den logementhouder R.H. Middel te bezien is, publiek zullen verkocht worden op Dingsdag den 26 April 1825, des namiddags te 1 uur, in het huis, geteekend no. 776, vooraan in de Oude Pekel-A".
[254]

 

Barak Houwing[255]


Vc    Janna Houwing, geb. op 1-12-1697 te Groningen, ged. op 2-12-1697 te Groningen (Nieuwe Kerk), dr. van
Berend Houwing (zie IVa) en Magdalena Jans Persijns.
Tr. kerk op 4-12-1718 te Oude Pekela Luppe Eggericks Vos, geb. circa 1698 te Bunde. Waarschijnlijk is zij de Johanna Houwink, in dePoelestraat die te Groningen maart 1714 lidmaat op belijdenis werd.
Luppe Eggericks Vos en Johanna Houwincks te Nieuwe Pekela lenen kort na hun huwelijk 260 gulden van hun broer broeder Derk Jan Houwing.
[256] Een jaar later, op 23-12-1720 verkoopt Derk Jan Houwing, als gemachtigde van zijn moeder Magdalena Parsens wed. Lieut. Houwing, aan haar schoonzoon en dochter Luppe Eggers Vos en J(oh)anna Houwings in de Nieuwe Pekela, voor f 280 een behuizing in de Nieuwe Pekela, gelegen op stadsgrond aan de Oostzijde van de Oude A.[257] Kennelijk dit huis, met tuin, schuur en boekweitenmolen verkopen zij op 26-1-1722 aan Jurrien Roelfs voor f 1130.[258] Inbegrepen zijn het toebehoor van de molen, de toon-bank, twee bakken, 4 stukken loden wichte, de balance met schalen, het bakvat, diverse spindvaten. Deze verkoop is blijkens kantmelding teruggedraaid omdat er andere conditiën waren gemaakt; toch zal Jurrien Roelefs er bewoner zijn gebleven. Het echtpaar verpacht dit bezit op 15-1-1727[259] voor negen jaar aan Juffer Fennighje Schepers; het totale bedrag daarvoor is f 800, f 350 voor het huis en f 450 voor de molen. Jurrien Roelefs en Jantien Schepels mogen te allen tijde in de pacht treden als zij hun zuster deze penningen hertelden; en de familie Houwink hun recht om dat geld te mogen beuren aan (hun zuster) Anna Houwink. Hetzelfde huis, tuin en molen wordt op 7-10-1734 door D.J. Houwingh, schoolmeester in de Oude Pekela, opnieuw verkocht aan Harm Beerents.[260] Kennelijk is er binnen familieverband opnieuw mee geschoven. Bewoner is dan inderdaad Jurryn Roelfs. De prijs is f 788.3.0 en twee zilveren ducatons.
In de tussentijd zijn zij mogelijk gaan wonen op de halve veenplaatse op stadsgrond aan de zuidkant van Nieuwe Pekela, die zij begin 1723
[261] voor f 400 van Lubbe Jans aankochten. De verkoperse behoudt de huisstede met het eerste kamp groenland, de kopers de vierde kamp `rouwe leijen', tot de rest (ondergrond zowel als veen) blijven beide partijen gelijke na. Dat wordt echter in 1730 voor f 425 verkocht aan Cornelis Jans en Hindrikjen Klaasen[262]; de andere helft is dan in het bezit van Hindrik Wygers en Trijntje Klaassen. Op dat moment wonen de verkopers in de Oude Pekela.
In 1740 koopt het echtpaar van Ubbo Sybrants en Auke Abbekes in de Nieuwe Pekela een heemstede op stadsgrond nieuw aangelegd, voor f 105; zij betalen 5% huur i.p.v. rente, het perceel is al op 14-5-1739 aanvaard.
[263] In dezelfde winter tekent Geertruit Baltes wed. Wilm Ennes in de Nieuwe Pekela een schuldbekentenis aan de koopman Luppe Eggers Vos en vrouw voor f 160, de optimmerming van een nieuw huis en de daartoe gebruikte materialen.[264] Was Luppe handelaar in bouwmateriaal, of zelfs aannemer? Soortgelijke akten vinden we in 1742: dan verklaren Jurjen Hindrix Daaiker en Kunneje Jans in de Boven Pekela schuldig te zijn aan Luppe Vos en Janna Houwing in de Beneden Pekel A f 225 à 5% heerkomende van geleverde materialen, hout, steen pannen enz. waarvan in de Boven Pekela op grond van Wolter Egberts een nieuw huis is gebouwd. Hetzelfde deden Syfke Syfkes en Thamar Jans te Nieuwe Pekela voor f 280 à 5% wegens zodane behuizing als Luppe Vos voor debiteuren heeft getimmerd op de plaats van Obbe Sibrants.[265]
Een laatste vermelding van Luppo Vos is gevonden op 18-4-1747.
[266] Mogelijk is hij dan al ziek, want bij een uitbetaling van creditoren van de overleden Jan Christoffers Kok en Trijntje Lucas treedt alleen op Janna Houwingh vrouw van Luppo Vos. Twee-en-een-half jaar later is Janna weduwe.[267] Mede namens haar minderjarige kinderen draagt zij aan haar oudste zoon Berent Luppes Vos over een huis en tuin, toonbank en winkelplanken te Pekela bij 't Middelste Verlaat. De koopsom ad f 600 wordt voldaan door enkele tientallen guldens contant, en verder neemt de zoon de verzegelde rentebrieven over van f 260, f 100 en f 195.5.0, welke zijn oom D.J. Houwing tot hiertoe over zijn moeders boedel had gehouden. Ook moet Janna haar broer nog f 123.7.2 achterstallige rente voldoen. Daarmee is zij nog niet uit de brand; een maand nadien tekent zij een schuldbekentenis ad f 400 aan dezelfde zoon.[268], zn. van Eggerick Oldricks Vos en Antie Luppes.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Antie Vos, ged. op 15-10-1719 te Nieuwe Pekela.

   2.

 m 

Berent Luppes Vos, geb. circa 1725 te Nieuwe Pekela.

   3.

 v 

Magdalena Vos, ged. op 11-9-1729 te Oude Pekela.

   4.

 m 

Jan Markus Vos, ged. op 23-3-1732 te Oude Pekela (zie VIb).

   5.

 m 

Eggerus Vos, ged. op 3-7-1735 te Oude Pekela.

   6.

 v 

Anna Magdalena Vos, ged. op 25-5-1738 te Oude Pekela.


Vd    Jan Roelofs Houwing, geb. te Anderen, ged. op 1-6-1691 te Anloo. Op 1-3-1734 is er een momberrekening voor de kinderen van Harmen Meijers en Aaltje Coops. Bij de ontvangsten zijn er afkooppenningen van Jan Houwing en Luichje Coops.
[269] Jan Houwing en Luichje Coops zijn de zwager en broer van Aaltje Coops. Zn. van Roelof Jans Houwing (zie IVb) en Albertje Hindriks Sijbering.
Tr. kerk (1) op 2-4-1724 te Anloo Albertje Coops, geb. te Anderen, ged. op 29-7-1688 te Anloo, overl. voor 1744, dr. van Coop Jans en Jantje Aling.
Tr. kerk (2) op 3-5-1744 te Anloo Grietje Hindriks Hofsteenge, geb. circa 1715 te Anderen, dr. van Hindrik Hofsteenge en Jantje Aling.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 v 

Aaltje Houwing, geb. te Anderen, ged. op 18-2-1725 te Anloo.

Uit het tweede huwelijk:

   2.

 v 

Albertje Houwing, geb. te Anderen, ged. op 20-12-1744 te Anloo (get.: Albertje Clasen), overl. voor 1746.

   3.

 v 

Albertje Jans Houwing, geb. te Anderen, ged. op 30-1-1746 te Anloo (get.: Roelofje Roelofs Houwing, weduwe van de Ette Hobe Egberts Hoben), overl. op 16-2-1777 te Anderen.
Tr. kerk op 2-5-1762 te Anloo Jacob Claassen Hofsteenge, geb. te Anderen, ged. op 14-2-1734 te Anloo (get.: Jantje Jacobs), overl. op 15-5-1791 te Anderen. Op 11-2-1778 word er mombers benoemd over het kind van Jacob Hofsteenge en wijlen Albertje Houwing van Annen. Het kind is Jan Hofsteenge, 14 jaar oud. De hoofdmomber is Roelof Hofsteenge van Anderen, de medemombers zijn Roelof Koiter, Hindrik Harmannus en Remmelt Hofsteenge. Roelof Hofsteenge is momber i.p.v. zijn vader Harm Hofsteenge, die niet schrijven kan. Jacob hertrouwt met Aaltje Hindriks. In de inventaris een deel van een erf te Anderen, waarvan Otto Hoenderken en consorten de andere kwart bezitten.
[270], zn. van Claas Hofsteenge en Lammigje Jacobs Bluchs.


Ve    Lambert Berends Houwing, geb. circa 1710 te Annen. Op 6-10-1753 zijn Lambert Berents Houwinge en Willem Berents Houwinge van Annen universele erfgenamen van hun zuster Hendrikjen Berents Houwinge in leven gehuwd met Jan Jansen van Taarloo. Zij hebben een geschil met Jan Jansen over een testament van 6-10-1753 door Hendrikjen ten voordele van de verweerder. De eisers krijgen echter geen gelijk.
[271]
In 1772 is er een verkoop van een mat hooiland te Zuidlaren aan o.a. Harm en Jan Sissink, van Zuidlaren, door Lambert Houwing, van Annen, hoofdmomber over de zoon van Jan Jans van Norg en Jantien Jans Schuilinge, in leven e.l. tot Zuidlaren, met Jan Wieringe hoofdmomber over de zoon van Jan Jans van Norg en Hinderkien Willems, in leven e.l. tot Zuidlaren, en Harm Jans en Aaltien Jans van Norg te Annerveen.
[272]
In 1774 is Jan Hindriks Hilbrants te Oudemolen voor de helft bezitter van een stuk hooiland te Annerveen gekocht van Bartelt Meijeringe te Annen, mandelig met Lambert Houwing te Annen. Hij eist voor de Etstoel teruggave van teveel weggehaald hooi door Lambert Houwinge te Annen.
[273]
In 1777 zijn Roelof Geerts, Harm Caspers, Jan Berents en Willem Harms diakenen van Gieten namens hun voedsterlingen Jan Jacobs en Lammegien Jacobs en Caspar Berents te Eext gehuwd met Jantien Jacobs volgens de wet erfgenamen van hun moeder Geertien de weduwe van Jacob Jurriens eisers voor de Etstoel. De verweerders zijn Lutgertien de weduwe van Lambert Houwing en zonen Jan Lamberts, Berent Lamberts en Aaldert Lamberts voor zich en als het recht van afkoop hebbende van haar zuster Jantien. De eisers willen betaling van geld dat verweerder geleend zou hebben van de weduwe van Jacob Jurriens.
[274] Hieruit volgt dat de dochter Annigje Houwing al voor deze datum is overleden. Zn. van Berend Houwing (zie IVc) en Lammigje Lamberts.
Otr. op 2-2-1738 te Zuidlaren, tr. kerk op 9-2-1738 te Anloo Lutgertje Jans Schuiling, geb. circa 1710 te Annen, dr. van Jan Jans Schuiling en Annigje Jans Buiter.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Jantje Lamberts Houwing, geb. te Annen, ged. op 25-1-1739 te Anloo, overl. op 24-5-1815 te Anloo.
Tr. kerk (1) op 15-12-1765 te Anloo Jan Hindriks, molenaar, geb. te Anloo, ged. op 18-9-1729 te Anloo. Op 8-5-1784 worden er mombers benoemd over de kinderen van wijlen Jan Hindriks en Jantje Lamberts Houwing. De kinderen zijn Hindrik Jans, 15 jaar en Jan Jans, 11 jaar. De mombers zijn Engbert Hindriks van Anloo, Albert Eppens van Anloo, Jan Lamberts Houwing en Berent Lamberts Houwing van Annen. Jantje hertrouwt met Coop Arents.
[275], zn. van Hindrik Engberts, molenaar, en Hebeltje Jans Vogeling.
Tr. kerk (2) op 6-6-1784 te Anloo Coop Arents Coops, geb. te Anderen, ged. op 22-2-1733 te Anloo (get.: Lammegje Jacobs), overl. op 30-9-1811 te Anderen, zn. van Arend Peters Coops en Aaltje Willems Baving.

   2.

 m 

Jan Lamberts Houwing, geb. te Annen (zie VIc).

   3.

 m 

Berend Lamberts Houwing, geb. te Eext, ged. op 23-8-1744 te Anloo (get.: Hindrikje Berends, zuster van de vader), overl. op 25-2-1828 te Annen. Hij wordt in 1797 te Annen genoemd: huisnr. 101, broer van Jan Houwing, ongehuwd.[276]

   4.

 v 

Annigje Lamberts Houwing, geb. te Annen, ged. op 8-9-1748 te Anloo (get.: Grietje Jansen, zuster van de moeder).

   5.

 m 

Aaldert Lamberts Houwing, geb. te Annen, ged. op 9-5-1751 te Anloo (get.: Libe Hindriks, hv. van Jan Harms van Annen). Aaldert Lamberts Houwing te Annen wordt op 23-6-1789 aangesproken door de diakenen van Eelde. Lutgertje Jacobs, alumna (= onderhouden door de diaconie) van de eisers, is na trouwbelofte etc. zwanger geworden van de verweerder. De eisers willen de verweerder dwingen om te trouwen met Lutgertje Jacobs of de kosten te betalen voor defloratie en onderhoud van het kind.[277] De eisers worden echter in het ongelijk gesteld.
In 1792 wordt de erfenis van Aaldert Lamberts Houwing begroot op 1500 gulden.
[278]


Vf    Willem Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 15-3-1705 te Emmen, begr. op 10-10-1772 te Emmen. In het haardstedenregster van 1742, 1764 en 1774 wordt hij voor vol aangeslagen.
Willem Jolinge vermaakt op 7-3-1772 aan zijn zoons Geert Jolinge en Harm Jolinge al zijn vaste goederen te Weerding, mandelig met zijn broer Sikke Jolinge.
[279]
Sikke Jolinge te Weerdinge maakt in 1772 een oevelgangscontract met de kinderen van broer Willem Jolinge, Geert Jolinge, Harm Jolinge en Aaltje Jolinge. Al zijn eigendommen worden overgedragen in ruil voor verzorging gedurende zijn leven, en een fatsoendelijke begrafenis. De overige erfgenamen zijn Roelof Cremers uit de Pekel A, Geert Cremers te Emmen, Hindrik Cremers te Zweeloo en Willem Cremers te Schonebeek.
[280], zn. van Geert Joling (zie IVd) en Lammechien Sikkens Hoving.
Tr. kerk op 13-12-1739 te Emmen Margje Albering, geb. te Zuidbarge, ged. op 21-11-1717 te Emmen, dr. van
Harm Albering en Anna Albering?
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Aaltje Joling, ged. op 6-11-1740 te Emmen, overl. op 30-12-1823 te Westenesch.
Tr. kerk op 20-12-1772 te Emmen Geert Hindriks Meijering, ged. op 4-3-1731 te Emmen, overl. te Westenes, begr. op 26-2-1811 te Emmen, zn. van Hindrik Jurjens Meijering en Fennigje Harms.

   2.

 m 

Geert Joling, ged. op 13-5-1742 te Emmen (zie VId).

   3.

 m 

Harm Joling, geb. te Weerdinge (zie VIe).


Vg    Hindrik Roelofs Houwing, geb. te Midlaren, ged. 1701 te Zuidlaren, begr. op 19-12-1761 te Groningen. Zij wonen aanvankelijk te Midlaren; kort na de geboorte van hun vierde kind verhuizen zij naar Groningen waar zij aan het Winschoterdiep wonen. Daar kopen zij namelijk op 31-1-1741 van de onmondige kinderen van Albert Harms Leringe (Lieringh) een behuizing en wagenhuis op vrij eigen grond, met voerwerk en andere bijbehorende zaken zoals een ernaast gelegen kamer voor niet minder dan f 7140.
[281] De voerman Hindrik Houwing aan het Winschoterdiep wordt in 1754 een nieuwe pomp voor zijn stalling vooraan in de Costersgang toegestaan.[282]
Hij is dus dezelfde als Hindrik Houwingh, die in 1742 admissiegeld voor het voerliedengilde betaalt. Mogelijk is hij ook de Hindrik Houwink, die in 1737 "tijn mudde rogge" aan het Anthonygasthuis levert voor f 29.10.0.
[283] Jan Hindriks en Hindrik Houwink voerlieden van 't Winschoterdiep hebben in 1746 een conflict met hun collega's buiten de A-poort, toen zij geweigerd hadden op een zondag 1500 kalfsvellen voor de Jode Isaac Israels te vervoeren zonder authorisatie van het stadsbestuur[284], en dezelfde Jan Hindriks en Hindrik Houwink's weduwe hebben in 1768 problemen met de koopman Hulshof (dan eigenaar van de pelmolen buiten de Kleine Poort) die zijn granen door anderen dan de voerlieden van de 4e kluft liet transporteren.[285]
Ook met een buurman, de brouwer Hinricus Warendorp, heeft de weduwe van de voerman Hindrik Houwing een conflict.
[286] Deze, geassisteerd met zijn schoonvader de suikerbakker W. Smith, heeft tegen de gezamenlijke muur in de Costersgang een paardestal gebouwd, en de weduwe Houwing was bang dat die beschadigd zou raken. Bovendien helde zijn zuidermuur flink over, en de brouwer wordt gelast om deze "in het loot" te laten optrekken; de paardestal mocht blijven, maar hij wordt wel aansprakelijk gesteld voor eventuele schade. Verder wordt de weduwe Hindrik Houwing in 1773 nog een nieuwe rollage, potkas en pomp voor haar huis en stal aan 't Winschooterdiep geaccordeerd.[287] Zij onderhoudt de boel dus goed, hoewel zij niet lang meer eigenaar zou blijven: Albertjen Carssens weduwe Hindrik Houwink, en haar meerderjarige zoon en dochters Roelf "Houwenk", Jantje, Trijntjen en Hindrikjen Houwink, verkopen op 2-5-1775[288] aan Gerrit Bras en Albertjen Olthoff de behuizing met een stal. Daarnaast nog een stalling met wagenhuis in de Kostersgang. Voor het huis vragen zij f 900, voor het voerwerk (dat bestond uit 4 Barlijnen, 2 straatwagens, 2 sleeden en 4 paarden met gereiden en toebehoren) niet minder dan f 7498. Van de totale koopsom betaalt Bras f 1398 contant, de resterende f 7000 was hypotheek. Mogelijk zet zij dit geld in leningen uit, want op 13-6-1775[289] leent zij f 500 uit aan Harm Gerrits en Jantjen Aaldriks te Lellens. Ook eind 1774 heeft zij al geld belegd[290] Jacopien Jans Deckers weduwe Gerrit Veldman en de boekhouder H. Smit en coopman A. Wijndels namens de erven van wijlen Lieutenant Sicko Houwing, dragen dan aan Albertien Karsens Hillebrands wed. Hindrik Houwink een hypothecaire vordering van f 40o over.
Nog voor de weduwe verhuisde heeft ze mogelijk al elders een onderkomen gevonden: in maart 1774 verzoekt zij voor haar huis in de Kleine Steentilstraat nieuwe banken, en voor de stal daarnaast een pomp te mogen laten maken. Dat wordt haar in de aangewezen rooilijn geaccordeerd.
[291] Maar het kan ook zijn dat dit pand werd verhuurd: na haar overlijden blijkt het meijerwijze bewoond door Geert Schuiling. Daarna kwomt Albertjen Hillebrands weduwe van Hindrik Houwink nog een keer alleen voor, als zij op 2-5-1781 f 1300 uitleent aan Pieter Klaassen en Diewerke Jelmers te Ten Post.[292] Borg voor de terugbetaling stelden zich Jelmer Jans en Geeske Pieters te Garmerwolde.
Er is een publieke verkoop op 1-12-1773 van: "een behuizing met een stalle ter zijden onder een dak staande aan het Winschooter Diep op vrij eigen grond benevens een deftig voerwerk met deszelfs geregtigheden zoo als door de wedw. van Hindrik Houwing als eigenaarsche bewoond en gepossideert".
[293]
Roelf Houwing en Geesien Bruins, zijn zuster Jantien gehuwd met Tonnis Wijndels, en zijn zuster Trijntien gehuwd met Sipko Oltekamp verkopen bezittingen op 4 en 5-11-1789.
[294] Dat betreft een woning en stal voor een paard ten Oosten in de Kleine Steentilstraat. Tevens verkopen zij ruim 11 gras groenland buiten de Steentilpoort aan de Boerenmandeweg voor niet minder dan f 5720.10.0 aan Louwe H. Louwes en Grietje Goring. Tenslotte, als erfgenamen van wijlen Albertjen Hilbrands wed. Houwing en Freerik Lammerts, aan Daniel Pieters en Trijntje Stoutemeijers een halve trekschuit varende van Groningen op Delfzijl voor f 1161. Zn. van Roelof Willems Houwing (zie IVe) en Jantje Sikkens Hoving.
Otr. op 21-1-1733 te Rolde, tr. kerk op 1-3-1733 te Zuidlaren Albertje Karst Hilbrants, geb. circa 1700 te Grolloo, overl. op 22-12-1788 te Groningen, dr. van Carst Hilbrants en Hindrikje N.N.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Hindrikje Houwing, ged. op 5-5-1734 te Zuidlaren, overl. voor 1744.

   2.

 v 

Jantje Hindriks Houwing, ged. op 19-2-1736 te Zuidlaren, overl. voor 1737.

   3.

 v 

Jantje Houwing, ged. op 31-3-1737 te Zuidlaren, begr. op 23-10-1798 te Delfzijl.
Otr. op 2-7-1768 te Groningen, tr. kerk op 7-8-1768 te Delfzijl Tonnis Willems Wijndels, koopman, geb. te Delfzijl, ged. op 3-10-1734 te Delfzijl. Bij het huwelijkscontract van 1-5-1768 zijn de getuigen haar moeder, en alle broers en zusters met aangehuwden. Aan bruidegomszijde zijn de getuigen Christoffer Jans en Geertje Wiers, voormond en tevens schoonvader en moeder, Jan Jans Winter en Bougien Schortinghuis sibbevoogd en echtgenote, A. Wijndels en Hillegyn Jans, Marten Waaker en Hillegien Willems Wijndels broers en zusters.
[295]
Zij komt naar Delfzijl op 25-12-1768 met attestatie van Groningen. Op een lidmatenlijst van 20-9-1792 staan "Tonnis Wijndelts coopman en Jantje Houwink desselvs vrouw" nog vermeld. Op een ongenoemd later tijdstip staat bij de man bijgeschreven "vertrokken" en bij de vrouw "overleden".
Op 5-4-1797 kopen Uile Hindriks en Grietje Jurriens te Delfzijl van Tonnis Wijndels en Jantje Houwing een groot veer van Delfzijl op Emden en betalen aan de richter te Delfzijl het contingent daartoe staande, zodat Uile Hindriks nu als veerman mag optreden.
[296], zn. van Willem Arents en Fennigje Jans.

   4.

 v 

Trijntje Houwing, ged. op 28-2-1740 te Zuidlaren, overl. op 7-12-1829 te Groningen.
Otr. op 22-11-1766 te Groningen, tr. kerk op 16-12-1766 te Groningen Sipko Oldenkamp, geb. op 22-6-1739 te Groningen, ged. op 23-6-1739 te Groningen, overl. op 23-3-1817 te Groningen. Getuige bij het huwelijk is Roelof Houwing als broer.
Bij het huweljkscontract van 20-11-1766 zijn de getuigen aan bruidegomszijde zijn beide ouders en zijn zusters Geesje en Anna Oldekamps. Aan bruidszijde haar moeder Albertjen Carstens, Roelf Houwink broer, Jantjen en Hindrikjen Houwink zusters.
[297] Bij het huwelijkscontract van Anna Harms Oldekamp met Willem Gleuns[298] komen ze nog tezamen voor en ook op 17-3-1791[299] bij het huwelijkscontract van hun zoon Hendrik Oltkamp met Ida Willems Atzema; ook getuigen dan hun andere kinderen Willemina, Harm en Albertjen Oltkamps. De dochter Willemina Oltkamp maakt op 5-12-1799[300] een huwelijkscontract met Benjamin Westerdiep; ook hier getuigen beide ouders en Hindrik Oltkamp en vrouw als broer, Harm Oltkamp, Albertje Oltkamp, Jantje Holtkamp (sic) en Roelf Oltkamp, allen broers en zusters.
Harm Oldekamp en Willemtje Sipkes verkopen op 28-9-1770 aan hun zoon en dochter Sipke Oldekamp en Trijntje Houwink een huis staande op de hoek van de Kleine Peperstraat aan 't Zuiderdiep, op pachtgrond voor f 900.
[301] Van een ander huis is sprake in 1776; dan verkopen de echtparen Willem Verheek en Jacobjen Peppink en Sipke Oltekamp en Trijntie Houwink een huis, hof en mandelige gang ten W. van het Schuitendiep op eigen grond aan de koopman Jan L. Juirling voor niet minder dan f 2000.[302]
Sypke Oltekamp en Trijntien Houwing te Groningen verkopen voor f 350 aan Egbert Dornvelt en Tallegien Kwakenberg te Groningen de behuizing in het Ruiterstraatje.
[303] Verder zijn zij in 1805 beklemde meijers van drie percelen buiten de Steentilpoort, groot resp. 8, 10 en 10 grazen.[304]
Mr. Abraham Buning, executeur testamentair van de nalatenschap van Mr. Jacobus Buning verkoopt op 2-11-1801 aan Sipke Oltkamp en Trientje Houwing de beklemming van drie percelen groenland buiten de Steentilpoort voor f 8552.1.7.
[305]
Een van de jongere kinderen schijnt de naam Houwing nog gedragen te hebben: Jantje Houwing Oltkamp maakt op 17-12-1802 een huwelijkscontract met Eppo H. Vinkers.
[306], zn. van Harm Oldenkamp en Willemtje Sipkes.

   5.

 v 

Hindrikje Houwing, ged. op 10-5-1744 te Groningen, overl. op 20-2-1782 te Groningen.
Otr. op 17-11-1770 te Groningen, tr. kerk op 4-12-1770 te Groningen Frerik Lamberts, geb. te Groningen, ged. op 10-3-1741 te Groningen. Hindrikje Houwing wordt lidmaat te Groningen in juni 1770.
Bij het huwelijkscontract van 15-11-1770 zijn de getuigen aan bruidszijde de moeder en alle broers en zusters, met aangehuwden.
[307]
Hindrikjen Houwink weduwe van Frerik Lammerts verkoopt aan Derk Berents Bour en Anje Wessels te Veendam een schip voor f 4250.
[308]
Hillegien Jacobs in de Musschen gang weduwe van Lammert Freriks maakt haar testament op 29-12-1779. Zij heeft geen goederen van haar ouders geërfd, de gehele boedel is staande huwelijk aangewonnen en daarom kan zij tot universele erfgenaam benoemen haar schoondochter Hindrikje Houwink, nu haar zoon Frerik Lammerts is overleden. Deze wordt voor 3/4 part erfgenaam en kreeg de levenslange erftocht van het resterende vierde part; ook krijgt zij het lijfstoebehoren.
[309]
Ewold Geerts en Jantjen Popkes tot Wittewierum lenen op 10-12-1780 1000 gulden van Hindrikjen Houwink weduwe van Frerik Lammerts.
[310] Jan Reinders en Grietje Alberts lenen op 10-5-1781 1200 gulden van Hindrikjen Houwing weduwe van Frerik Lammerts.[311] Op 9-5-1780 lenen Klaas Jacobs en Rigtje Jans te Lutjewolde 1000 gulden van Hindrikje Houwink weduwe van Freerk Lammerts.[312] Op 16-12-1780 lenen Hindrik Jans Maat en Trijnje Garmts te Noordijk 300 van dezelfde.[313]
Frerik Hillebrands en consorten, namelijk Willem Harms Drent nom. ux. en Cornelisje Reinders Nering hebben op 12-2-1782 een geschil met Hindrikje Houwink om pertinente staat en inventaris van het gemeenschappelijk bezit van wijlen haar eheman Frerik Lammerts. De betrokkenen, in de vierde graad verwantt, eisen de erfenis op. De gedaagde opponeert en biedt aan conform het huwelijkscontract het lijfstoebehoren over te leveren.
[314]
Roelf Houwink, Jantje Houwink gehuwd met Tonnis Wijndels, Trijntje Houwink gehuwd met Sypke Holtkamp, erfgenamen van wijlen Hindrikje Houwink weduwe van Frerik Lammerts, verkopen op 19-3-1782 voor 615 gulden aan Willem Harms Drent en Lipke Reijnders Neringh de behuizing en kamer erachter ten Z. in Musschengang aan de Schuitendiep, door de overledene geërfd van haar schoonmoeder Hille Jacobs wed. Lammert Freriks.
[315]
Lijklaken M.K., 20-2-1782, schippergilde: Henrikjen Houwing aant Schuijtendiep, wed. van Frerik Lammers.
Uit het huwelijk o.a. een zoon Hindrik Houwing, gedoopt 23-2-1773 te Groningen.
Zn. van Lambert Freriks, olderman, en Hilligje Jacobs.

   6.

 m 

Roelof Houwing, ged. op 21-4-1747 te Groningen (zie VIf).

   7.

 v 

Grietje Houwing, ged. op 20-9-1750 te Groningen.


Vh    Sicco Houwing, boekweitmulder, geb. te Midlaren, ged. 1706 te Zuidlaren, overl. op 19-8-1773 te Groningen. Getuige bij het huwelijk ias Jan Jacobs Dekker als vader.
Sicke Houwingh wordt kleinburger in het seizoen 1734-'35. Hij is snikkevoerder en betaalt in 1751 f 25 admissiegeld tot dat gilde, in 1764 tweemaal dat bedrag en wel voor het traject Groningen-Winschoten en Winschoten-Groningen.
Het Anthony-gasthuis betaalt in 1739 f 73.2.0
[316] aan Sicko Houwenk voor pelde garste en meel, in 1740 f 156.13.0, in 1741 f 165.4.0. Daarna verdwijnt hij uit de rekeningen, tot hij in 1758 voor hetzelfde opnieuw genoemd wordt: ditmaal kreeg hij f 108.3.0. Bij zijn dood wordt Sicco betiteld als Lieutenant.
Er zijn aanvankelijk grote problemen in het huwelijk. Op 25-4-1738
[317] wordt bij het stadsbestuur een request ingediend door Jantien Sickes wed. Roeleff Houwingh en Hindrik Houwingh, moeder en broer van Sicko Houwingh, verder de koopman Jan Jacobs Decker en Trijntien Jans schoonvader en schoonmoeder, benevens Grietien Jans huysvrouw van Sicko Houwingh, hoe remonstranten tot haar smerte verstaan hebben dat Sicko Houwing "sigh heeft later verleyden door seecker vrouws persoon Leentien Classens die bijnae 2 jaaren bij hem heeft gewoont voor dat hij getrouwt is geweest en nae sijn trouwen nogh bij hem heeft gewoont ruim een jaar, welcke heeft verklaardt van hem Zicko Houwingh geimpregneert te sijn, welcke daadt remonstranten ten uiterersten verfoejen, versogten dat Heeren Raadts Gecommitteerden mogten worden verleent om over desen nader te worden verstaan en verder gereguleert tot voorkominge van schande en blaam voor haar eerlycke familie". B & R renvojeren dit aan de Heeren van de Nedergerigte. Daar kwam de zaak inderdaad terecht[318] en wel tegen betaling van kosten. De datering is niet geheel duidelijk, maar men ondervroeg alle betrokkenen reeds op 16-3-1738. Leentijn Claasen, "oudt ses a sevenentwintig jaren, van Groningen, verklaarde van een onegt kindt tot Emden in de kraam gekoomen te zijn, waarvan de vader was Sicko Houwing boekwietenmulder ant Damsterdiep. Sicko Houwing, geboortig van Middelaaren en oudt in sijn twee en dertigste jaar". Sicko geeft alles toe; hij was degene die haar naar Emden had gestuurd. In het voorbijgaan verklaart hij dat hij ook uit zijn huwelijk een kind had gehad en dat zijn vrouw weer zwanger was. Een laatste verklaring is van Claas Willems, ongeveer 60 jaar geboren te Zuidwolde, de vader van Leentje. Sicko had inderdaad verklaard de vader van het kind te zijn, maar ook dat hij haar niet kon trouwen.
Samen met de vaandrik Willem Palmen koopt het echtpaar twee kamers ten N. van het Damsterdiep in 't Snorreghien op vrij eigen grond.
[319]
Vier kopers, onder wie Sicco Houwink en Grietje Jans Dekker, kopen op 25-5-1742 elk voor een kwart van de erfgenamen van olderman Heero Doedens een behuizing met een pakhuis ten noorden van het Damsterdiep. Het echtpaar Houwingh neemt enkele jaren later
[320] de resterende driekwart van hun medebezitters over voor f 1650, onder de bepaling dat gedurende zes jaar vanuit dit huis geen koopmanschap gedreven mocht worden van "tobak, Neurenborger cruidenierswaren, of bakkersnering".[321]
Ook in de volgende jaren zien we de koopman Sicco Houwing regelmatig als koper of verkoper te Groningen.
Op 27-4-1757 treden Sijwert Abels, Sicco Houwink en Jacobs Roelfs op als curatores bonorum over de innocente Trijntje Abels wed. Cornelis Jacobs.
[322]
Het echtpaar sterft kinderloos, hun nalatenschap wordt op 28-1-1778 verdeeld tussen (aan mans zijde) zijn broer Willem Houwink en de vier volwassen kinderen van zijn broer Hindrik Houwink, namelijk Roelf Houwink, Jantje Houwink gehuwd met Tonnis Wijndels, Trijntie Houwink gehuwd met Sypke Oltekamp en Hindrikie Houwink gehuwd met Frerik Lammerts.
Aan vrouws zijde erfde alleen haar zuster Jacobje Jans Deckers, wed. coopman Gerrit Veltman: zij krijgt het eigendom van ruim 33 grazen land buiten het Kleine poortien van 12 grazen land onder het Esser Nieuwland gelegen, van 20 grazen land bij Oosterhoogebrug onder Noorddijk en een vrouwenzitplaats in de Martinikerk. De nabestaanden Houwink krijgen een huis of boekweitenmaalderie ten N. aan het Damsterdiep, een huis buiten het Klein Poortien, 12 grazen land buiten de Steentilpoort aan de Zaagmuldersweg, 6 grazen land onder Noordijk en graf no. 452 in de Martinikerk.
[323]
Bij een afzonderlijke verdeling van dezelfde datum wordt besloten dat huis en maalderie naar Roelf Houwink gingen, het huis buiten het Klein poortien naar Trijntie, en het resterende land naar Willem. Alle overige goederen en meubels zijn te gelde gemaakt en verdeeld.
Enkele jaren daarna, in 1780, is ook oom Willem kinderloos gestorven. De vier neven en nichten verkopen dan de zes grazen land buiten de Steentilpoort aan de "Zaagmolensweg" voor niet minder dan f 3500 aan de Secretaris Reneke Busch Gockinga en vrouw en de 12 grazen land aldaar aan de oostkant voor f 6500 aan de Gesworene Pieter Woortman en de Heer Jacob Woortman.
[324], zn. van Roelof Willems Houwing (zie IVe) en Jantje Sikkens Hoving.
Otr. op 19-5-1736 te Groningen, tr. kerk op 12-6-1736 te Groningen Grietje Jans Dekker, ged. op 14-5-1717 te Groningen, dr. van Jan Jacobs Dekker en Trijntje Gerrits Jessink.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Roelof Houwing, ged. op 14-4-1737 te Groningen. Roelof Houwing is jong overleden.


Vi    Willem Roelofs Houwing, bakker, geb. te Midlaren, ged. op 4-12-1718 te Zuidlaren, begr. op 30-5-1779 te Groningen. Er is een huwelijkscontract tussen Willem Houwingh, zoon van Roelef Houwingh en Jantijn Sickes, en Eltie Reinders, dochter van Reynder Jans en Mensie Jans. Aan bruidegomszijde zijn de getuigen Jantie Sickes moeder, Hindrick en Sicke Houwingh broers. Aan de bruidszijde zijn dat Reynder Jans vader, Jan Folkers halve oude oom.
[325]
Op 4-5-1746 verzoekt Willem Houwing dat twee mud (boek)weit en twee mud rogge gearresteerd door de pachters van het gemaal van de stad weer vrijgegeven zouden worden.
[326]
Willem Houwing verzoekt in 1753 om betaling van geleverd brood van Dominikus. Om betaling te krijgen wil hij arrest op het tractement dat de debiteur bij de weduwe Lankhorst tegoed heeft.
[327]
Er is geen vermelding gevonden van zijn burgerschap van de stad, maar in 1742 betaalt hij zowel voor het bakkers- als het kremergilde admissiegeld.
Mogelijk is hij de Willem Houwing in de Heerestraat, die in juni 1756 lidmaat op belijdenis wordt. Mogelijk ook de Willem Houwing onder het bevel van de hopman Bloemert, die in 1747 in een rel verwikkeld is. Volgens zijn getuigenverklaring heeft hij niemand "gesien die gesmeeten heeft" maar wel "drie steenen op de pockel gehadt".
[328]
Het echtpaar koopt op 24-2-1747 van Harm Hoveman een behuizing ten W. in de Heerestraate. De prijs is f 2850 en wordt in zijn geheel voldaan door Jantje Sickens weduwe van Roelf Houwing, die dus in alle rechten treed.
[329] Daarom moet hij ook de bakker Houwing in de Heerestraat zijn geweest, aan wie in 1773 bij de jaarlijkse schouw wordt opgelegd om "binnen 14 dagen zijn rijpe te laten repareren op boekte van 12 st".[330] De koop van de bakkerij is met moeilijkheden gepaard gegaan: Willem Houwing en vrouw dagen Harm Hoveman en vrouw op 1-2-1746 in om de koop van de bakkerij in de Heerestraat onder het zegel te brengen.[331]
Zij kopen op 25-9-1758 van Lieut. H. Tolema een hof met zomerhuis in de Cubasteeg buiten de Oosterpoort voor f 250.
[332]
Op 20-9-1763 wordt er een afkoop gemaakt tussen Willem Houwink als weduwnaar en Reynder Jans, woonachtig te Stedum, als vader van Eltje Reynders. De weduwnaar houdt alle goederen, in het bijzonder een bakkerie in de Heere straat en een hoff buiten de Oosterpoort, en voldoet aan de vader f 150.
[333] Hij leent op 16-1-1769 van de Gesw. Johan de Drews f 1300.[334] Enkele jaren later koopt hij van Nicolaas Schuttrop en Anne Jans een behuizing en hof erachter aan de zuidzijde van het Damsterdiep op vrij eigen grond.[335] De koopsom van 2200 gulden kan hij geheel contant voldoen, mogelijk omdat hij zijn vorige woning op dezelfde dag verkoopt aan Sicko Staal en Elizabeth Numan.[336] Dit betreft de bovenvermelde woning in de Heerestraat, een bakkerij op de hoek van het Koude Gat.[337]
Op 8-10-1773 is er een publieke verkoop van:
I. een wel ter nering staande behuizinge zijnde een bakkerij staande ten Westen in de Heere Straat, op de hoek van het Groote Koude Gat, zoo door Monsr. W. Houwing als eigenaar worde bewoond, voorzien van een voorhuis, twee beneden en een bovenkamer zoo thans is verhuurd 's jaars voor 80 gld., kelder en een kelderkeuken, daarin de bakkerij, zolders, put en regenwatersbak.
III. een pakhuis in de Groote gang aan het Schuitendiep, gebruikt door de Erven van de Lieutenant S. Houwing.
[338]
Uit de boedel van zijn broer Sicco erft hij op 28-1-1778 een graf en land. De erfenis van Willem komt terecht bij de kinderen van zijn broer Roelof: "Boekhouder Arent Wijndels als gevolmachtigde van zijn broer Tonnis Wijndels en van Frerik Lammers, Roelf Houwink en Sipko Oldekamp erfgenamen van wijlen Willem Houwink verkopen aan Maria van Loo wed. Jan Hovink een behuizing met een hoff erachter aan de zuidzijde van het Damsterdiep op vrij eigen grond, voor f 2200".
[339]
Roelf Houwink te Groningen, Jantje Houwink en Tonnis Wijndels te Delfzijl, Trijntien Houwink en Sipke Oltkamp alsmede Hindertje Houwink wed. Freerk Lammers te Groningen als erfgenamen van haar oom Willem Houwink verkopen 2-11-1780 aan de koopman Herman ten Cate en Antje Sleeswijk land te Noorddijk voor f 1850.
[340], zn. van Roelof Willems Houwing (zie IVe) en Jantje Sikkens Hoving.
Otr. op 5-6-1745 te Groningen, tr. kerk op 22-6-1745 te Groningen Eltje Reinders, ged. op 19-10-1721 te Delfzijl, begr. op 27-2-1801 te Groningen, dr. van Reinder Jans en Mensje Jans.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Roelof Houwing, ged. op 20-8-1745 te Groningen.


Vj    Willem Houwing, schoolmeester Beerta, ged. op 13-6-1706 te Gasselte. Bij het huwelijkscontract van 23-5-1732 zijn aan de bruidszijde getuigen de ouders en daarnaast verdere familie: Lubbigien Hindriks zuster, Jan en Luiken Groenman broers, Aaltjen Hindriks zuster, Grietje Jurjens aangeh. moei, Grietje Alderts weduwe van Harm Heijns nicht, Geert Haring en Aaltien Aalders nicht en aangeh. neef. Aan bruidegomszijde zijn de getuigen: Jan Houwing als oom en voormond over bruidegoms broers en zusters, Timon Dilling voogd en halve neef, Brouwer Arent Dolfing en Elke Sypkes halve neef en aangetr. halve nicht.
[341]
Willem Houwink, schoolmeester te Beerta, maakt op 2-5-1760 een minnelijke schikking met zijn zoon Hindrik Houwink, schoolmeester te de Scheemda, over diens moederlijk goed. Aansluitend maakt hij een huwelijkscontract op met Annechijn Roelefs. Getuige daarbij is de zoon.
[342]
In 1770 kunnen we de volgende advertentie in de krant vinden: "Iemand genegen zynde de Kerk en Schooldienst in de Oude Beerta op voordelige conditien waar te nemen, vervoege zig by de eerste gelegenheid by den Schoolmeester Willem Houwink".
[343]
De inventaris van de goederen van wijlen meester Willem Houwingh te Beerta wordt op 29-10-1777 door zijn weduwe Annigien Roelfs overgegeven. Er zijn huisraad en lijfstoebehoren. Het huwelijkscontract te Beerta van 2-5-1760 wordt apart genoemd. Aan de schatbeurder Jan Oetses en vrouw zijn op 30-9-1775 drie kampen land verhuurd voor 6 jaar, doende jaarlijks f 76; Wiltjo Harberts voor 6 jaar drie kampen land in de costerieheerd van de Beerta vanaf St. Peter 1777 voor f 65 p.j. plus een bak grouw artten; aan Ipo Klasens en vrouw enig land voor zes jaar vanaf 1772 voor f 99 p.j. plus een bak grauwe erwten.
[344], zn. van Tijmen Houwing (zie IVn) en Jantje Joling (zie IVf).
Tr. kerk (1) op 15-6-1732 te Beerta Barbertje Hindriks, geb. circa 1710 te Zuidbroek, dr. van Hindrik Luikens, ouderling, en Renske Jans.
Tr. kerk (2) op 11-5-1760 te Beerta Annigje Roelofs.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 m 

Hindrik Houwing, ged. op 7-6-1733 te Beerta (zie VIg).

   2.

 v 

Fenje Houwing, ged. op 28-8-1735 te Beerta.

   3.

 v 

Aaltje Houwing, ged. op 29-9-1737 te Beerta.


Vk    Willem Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 17-8-1704 te Emmen, begr. op 12-2-1782 te Emmen, zn. van
Hindrik Elkinge (zie IVg) en Jantje Elkinge.
Tr. kerk op 14-6-1733 te Emmen Annigje Sikking, geb. circa 1710 te Zweeloo, begr. op 3-8-1774 te Emmen, dr. van Harm Maats Sikking, smid te Zweeloo, en Aaltje Jans.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Hindrik Elkinge, landbouwer, geb. op 2-5-1735 te Emmen, overl. op 25-11-1821 te Weerdinge.

   2.

 v 

Aaltje Elkinge, ged. op 23-10-1735 te Emmen, begr. op 26-4-1768 te Emmen.

   3.

 m 

Jan Elkinge, ged. op 29-12-1737 te Emmen, begr. op 21-1-1738 te Emmen.

   4.

 m 

Jan Elkinge, ged. op 18-5-1739 te Emmen, begr. op 30-6-1741 te Emmen.

   5.

 v 

Jantje Elkinge, ged. op 29-10-1741 te Emmen, begr. op 19-10-1810 te Emmen.
Tr. kerk op 22-4-1787 te Emmen Hindrik Eving, geb. te Noordbarge, ged. op 27-8-1747 te Emmen, begr. op 25-9-1808 te Emmen. Op 23-3-1787 worden beëdigd Jan Beninge als hoofdmomber en J. Hoving, Jan Sikken en Klaas Berends als medemombers over Wemeltje, dochter van Hindrik Evinge en wijlen Jantje Hoving te Noordbarge Hindrik hertrouwde met Jantje Elkinge. Bij de inventaris: een behuizing, schuur en goren te Noordbarge door hem gebruikt en voor een derde gerechtigd; 14 mud bouwland, 24 mud land in de Barger Es.
[345]
Op 9-6-1800 worden de mombers ontslagen omdat Wemeltje meerderjarig is en gehuwd met Lambert Sikken die met de rekening genoegen neemt.
Zn. van Geert Eving en Wemeltje Cremers.

   6.

 m 

Harm Elkinge, ged. op 25-10-1744 te Emmen, begr. op 5-1-1745 te Emmen.

   7.

 v 

Geesje Elkinge, ged. op 15-1-1747 te Emmen.


Vl    Hindrikje Elkinge, geb. te Weerdinge, ged. op 30-9-1714 te Emmen, begr. op 12-11-1756 te Emmen, dr. van
Hindrik Elkinge (zie IVg) en Jantje Elkinge.
Tr. kerk op 28-5-1741 te Emmen Jacob Geerts Houwing, geb. te Weerdinge, ged. op 1-5-1718 te Emmen, begr. op 4-12-1772 te Roswinkel, zn. van Geert Houwing en Annigje Huising.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Geert Jacobs Houwing, ged. op 2-5-1742 te Emmen (zie VIh).


Vm    Jantje Houwing, geb. te Eext, ged. op 19-4-1716 te Anloo, dr. van
Jan Willems Houwing (zie IVh) en Lammigje Meijering.
Tr. kerk op 22-3-1750 te Anloo Willem Lamberts, geb. te Gasteren, ged. op 20-7-1721 te Anloo, zn. van Lambert Jans en Jantje Willems.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Jan Willems Houwing, geb. te Gasteren (zie VIi).

   2.

 m 

Hindrik Willems Cleve, geb. circa 1759 te Gasteren, overl. op 19-10-1814 te Gasteren. Hindrik Cleve wordt in 1797 te Gasteren genoemd als boer, 39 jaar oud op huisnummer 286.[346]
Hindrik Cleve van Gasteren leent op 9-11-1802 250 gulden van Jan Meursinge Braams van Eext.
[347] Hindrik Cleve en huisvrouw van Gasteren lenen 300 gulden van drie gebroeders Roelof Willems, Hindrik Sijbering en Hindrik Haange van Grolloo in 1808. Jan Willems staat borg voor de lening.[348]
Kinderen uit het huwelijk met Hindrik Cleve zijn: Willem, Lammigje, Jantje (2x), Otto en Jan Cleve.
Tr. kerk op 27-5-1787 te Anloo Grietje Ottens Meijering, geb. te Anloo, ged. op 10-2-1765 te Anloo (get.: Aaltje Anthoni huisvrouw van Engbert Hindriks van Anloo), overl. op 29-7-1833 te Anloo, dr. van Otto Meijering, timmerman, en Lammigje Rabbens.


Vn    Aaltje Houwing, geb. circa 1718 te Eext, dr. van
Jan Willems Houwing (zie IVh) en Lammigje Meijering.
Tr. kerk circa 1747 Jacob Hindriks, ged. op 30-1-1719 te Noordlaren, zn. van Hindrik Jacobs en Jantje Harms.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Jantje Jacobs, ged. op 4-2-1748 te Noordlaren.

   2.

 m 

Hindrik Jacobs Houwing, ged. op 5-3-1752 te Noordlaren (zie VIj).


Vo    Hindrikje Houwing, geb. te Eext, ged. op 24-3-1720 te Anloo, begr. op 25-3-1788 te Noordlaren, dr. van
Jan Willems Houwing (zie IVh) en Lammigje Meijering.
Tr. kerk circa 1745 Tonnis Jans, ged. op 5-3-1719 te Noordlaren, begr. op 9-5-1793 te Noordlaren, zn. van Jan Tonnis en Annigje N.N.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Annigje Tonnis, geb. te Glimmen, ged. op 29-6-1746 te Noordlaren.

   2.

 m 

Jan Tonnis Houwing, geb. te Glimmen (zie VIk).


Vp    Albertus Houwink, brouwer, geb. op 22-8-1712 te Meppel, begr. op 1-3-1788 te Meppel. Albertus Houwink werkte waarschijnlijk eerst in de brouwerij van zijn vader Jan en nam de zaak in 1762 na diens dood over. Ook hij woonde in het huis aan de Kruisstraat. Zn. van
Jan Houwink (zie IVi) en Agneta van Santen.
Tr. kerk op 23-9-1739 te Meppel Johanna Vos, ged. op 8-9-1715 te Meppel, begr. op 17-8-1776 te Meppel, dr. van Claas Gerrits Vos en Lammigje Meijn.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Jan Houwink, ged. op 18-12-1740 te Meppel (zie VIl).

   2.

 m 

Nicolaas Houwink, ged. op 8-8-1742 te Meppel (get.: Trijntje Vos), overl. op 10-6-1810 te Leeuwarden. Nicolaas Houwink was achtereenvolgens predikant in Borger, Oude Schoot, Idaard, Franeker en Leeuwarden. Als hij op 10-6-1810 overlijdt, laat zijn echtgenote Juliana van Arum het volgende overlijdensbericht in de Leeuwarder Courant opnemen: "Met een diep getroffen hart moet ik aan mijne vrienden en betrekkingen kennis geven, dat God, op den 10 van Zomermaand dezes jaars, mijnen dierbaren man, Nicolaas Houwinck, predikant bij de hervormde kerk te Leeuwarden, na eene ziekte van weinige dagen, een nuttig,
werkzaam en voorbeeldig leven, in den ouderdom van ruim 67, en na eene echtverbindtenis van bijna 34 jaren, van mijne zijde weggerukt en tot zich heeft opgenomen".
Tr. Juliana Margareta van Arum, ged. op 3-11-1752 te Leeuwarden, overl. op 5-4-1831 te Leeuwarden, dr. van Willem van Arum en Maria van Dessel.

   3.

 m 

Roelof Houwink, ged. op 14-7-1745 te Meppel (get.: Sara Houwink), overl. op 24-4-1819 te Meppel. Roelof Houwink was wijnkoper en hij woonde aan de Hoofdstraat, ongeveer tegenover de Groenmarktstraat.
Ook hem ging het financieel goed. In 1795 stond hij borg voor zijn zwager Claas Kniphorst, die die borg nodig had voor zijn functie van ontvanger van de 30e penning die geheven werd bij collaterale successiën (zijdelingse erfenissen) en de 40e penning die betaald moest worden bij vrijwillige verkopingen te Meppel en Oosterboer. Volgens het Ontvangboek van de 50ste penning d.d. 1808 (belasting: 2% van het inkomen) betaalde hij f 400,-. Volgens een staat van ingezetenen van Meppel uit 1808 had Roelof Houwink: geen kinderen, een inwonende nicht en 1 dienstbode, betaalde hij in de personele belasting f 6,10 en voor de dienstbode f 5,-. Het huwelijk werd niet met kinderen gezegend.
Als zijn echtgenote overlijdt, plaatst hij het volgende bericht in de krant: "Den 29 November 1816 is mijne vrouw overleden. Zij was eene der deugzaamste en beste vrouwen, een voorbeeld van Godsvrucht en deugd en is begraven 6 Dec. in onze grafstede K.57 en is voor 2 kisten diep gegraven."
Zijn zuster Agneta plaatste twee en een half jaar later zijn doodsbericht in de krant: "Mijn eenig overgeblevene broeder, Roelof Houwink overleed heden morgen aan een langzaam verval van krachten, in den ouderdom van ruim 73 jaren; dienende deze tot kennisgeving aan vrienden en kennissen.".
Tr. kerk op 1-12-1773 te Meppel Anna Aleida Kniphorst, ged. op 7-2-1746 te Meppel, overl. op 29-11-1816 te Meppel, dr. van Lambert Kniphorst en Anna Aleida ten Wolde.

   4.

 v 

Agneta Houwink, ged. op 4-2-1748 te Meppel, overl. 1822 te Zwolle.
Tr. kerk op 13-4-1788 te Meppel Gerhardus Albertus van Riemsdijk, geb. op 17-7-1737 te Ootmarsum, overl. 1805 te Meppel, zn. van Statius Reinhard van Riemsdijk en Hermanna Reiners.

   5.

 m 

Gerrit Houwink, ged. op 24-6-1750 te Meppel, overl. op 7-8-1750 te Meppel.

   6.

 m 

ds. Gerrit Houwink, ged. op 16-9-1753 te Meppel (zie VIm).

   7.

 v 

Lamberdina Houwink, ged. op 18-1-1756 te Meppel, overl. op 14-6-1808 te Meppel.
Tr. kerk (1) op 12-5-1778 te IJhorst Michiel Dassen, schulte, advocaat, ged. op 10-11-1745 te Meppel, overl. op 12-1-1798 te Meppel, zn. van Herman Dassen en Hindrikje Hidding.
Tr. kerk (2) op 18-12-1798 te Meppel Berent Willem van de Sande, dokter, adjunct-maire, geb. te Annen, ged. op 11-5-1760 te Anloo, overl. op 25-5-1822 te Meppel, zn. van Jan Lodewijk Henrik van de Sande en Johanna Munnik.

   8.

 m 

Albertus Houwink, ged. op 29-4-1759 te Meppel (get.: Sara Houwink).


Vq    Albertus Adrianus Houwink, geb. circa 1727 te Amsterdam, overl. op 3-1-1799 te Haarlem, begr. op 8-1-1799 te Haarlem, zn. van
Lucas Houwink (zie IVj) en Susanna Bartius.
Otr. op 7-6-1754 te Amsterdam Gerarda Johanna Varlet, geb. op 15-10-1727 te Paramaribo, ged. op 8-11-1727 te Paramaribo, overl. op 28-3-1799 te Amsterdam, begr. op 1-4-1799 te Amsterdam, dr. van Jan Varlet en Susanna van der Putten.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Jan Lucas Houwink, ged. op 3-9-1760 te Amsterdam (get.: Daniel Varlet, Maria du Mortier).

   2.

 v 

Sara Susanna Houwink, ged. op 3-10-1764 te Amsterdam (get.: Aalst van der Holck de Bruijn, Susanna Geertruy de Bruijn), overl. op 24-3-1843 te Haarlem.


Vr    Willem Allerts Houwing, schoolmeester te Vriescheloo, geb. circa 1710 te Vriescheloo, overl. voor 1750. Getuigen bij het huwelijkscontract van 31-5-1737 zijn voor de bruidegom: Boele Jans, Geesie Alberts, Harm Jans (doorgehaald). Voor de bruid: Berent Renckes, Trijntie Berens, Berent Egbers, Renske Egbers, in de tekst wordt nog genoemd Willem Berens, zoon van Berent Renckes.
[349]
Antje Geerts weduwe van Geert Tiabbes en haar beide zonen verkopen op 22-4-1744 aan Willem Allers Houwinck en Renske Berents Renckes hun huis en landerijen voor 2500 gulden.
[350]
Willem Allers Houwinck en Renske Berents te Vrieschelo verpachten voor 9 jaar behuizing, tuin etc. aan Claes Harms kuiper en Antje Dercks te Vriescheloo, voor f 500.
[351]
Zij kopen op 22-4-1744 van Antje Geerts wed. Geert Tiabbes een behuizing met landerijen voor f 2500.
[352] Willem Allers Houwinck tot Vriescheloo en Rensche Berents lenen in 1745 van Ocke Else Bruggers en diens broeders en zusters f 900.[353] Op 4-12-1752 verkoopt Renske Berents, de weduwe van Willem Alderts te Vriescheloo land aan Frerik Berents Barlage en Willemina Christiaans.[354]
Op 16-11-1776 maken Naantje Willems en haar man Harm Eltjes, Jan Jans Lutje voor zijn vrouw Trijntje Willems, Aldert Willems, Jan Harms Kuiper wegens zijn vrouw Jantje Willem, samen kinderen en erfgenamen van wijlen Renske Berent, laatst gehuwd met Wilke Geerts, met Wilke Geerts een verdeling van de erfenis.
[355], zn. van Allert Willems Houwing (zie IVl) en Naantje Wubbes.
Tr. kerk 1737 Renske Berends Renks, geb. circa 1710 te Roswinkel, dr. van Berent Willems Renks en Trijntje Berends Kleen.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Naantie Houwing, ged. op 1-1-1738 te Vriescheloo (zie VIn).

   2.

 v 

Trijntje Houwing, ged. op 1-4-1740 te Vriescheloo.
Tr. Jan Jans Lutje.

   3.

 m 

Allert Willems Houwing, ged. op 25-12-1742 te Vriescheloo (zie VIo).

   4.

 v 

Jantje Houwing, ged. op 24-4-1746 te Vriescheloo.
Tr. kerk op 3-5-1767 te Wedde Jan Harms Kuiper, ged. op 15-1-1741 te Wedde. Hieruit een zoon: Willem Hauwing, ged. Wedde 7-8-1768. Zn. van Harm Harms en Jantje Jans.

   5.

 v 

Berendijn Houwing, ged. op 31-5-1750 te Vriescheloo, overl. voor 1776.

   6.

 m 

Willem Willems Houwing, ged. op 31-5-1770 te Vriescheloo (zie VIp).


Vs    Antie Allers Houwing, geb. circa 1710 te Vriescheloo, dr. van
Allert Willems Houwing (zie IVl) en Naantje Wubbes.
Tr. Boele Jans, geb. circa 1710 te Vriescheloo. Uit dit huwelijk, o.a.: Aldert Boelens Houwen, ged. Wedde 13-9-1740, koopman te Vriescheloo, begr. ald. 13-3-1804, tr. ald. 13-4-1775 Tetje Steffens, ged. ald. 25-8-1748, dr.v. Steffen Dreewes en Hille Zacharias. Hieruit een tak Houwen. Zn. van Johannes Boelens en Harmtje Ottens.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Jans Boeles, geb. op 26-12-1736 te Wedde.

   2.

 m 

Allert Boelens Houwing, ged. op 13-1-1740 te Wedde (zie VIq).

   3.

 v 

Naantje Boeles, ged. op 23-1-1744 te Wedde.

   4.

 v 

Harmke Boeles, ged. op 6-7-1748 te Vriescheloo.


Vt    Hindrik Houwing, ged. op 12-8-1714 te Engelbert. Op 27-11-1736 is er een geschil voor de Etstoel tussen Tijmen Dilling en Hendrik Houwink tot Zuidlaren. Tijmen eist dat Hendrik hem restitueert een somma van f 153.15.0 wegens mandelig koopmanschap van beesten tussen Tijmen enerzijds en Hendrik's vader Jan Houwink anderzijds; Hendrik verklaart alleen aan zijn vader verantwoording schuldig te zijn en niet aan Tijmen, maar de heren Drost en Etten zijn niet overtuigd.
[356] [357]
Hindrik mantink en n.u. creditoren van de boedel van Hindrik Houwing en Jantje Geerts Mantink hebben op 29-6-1754 een geschil met borgemr. Geertsema over een vordering op de penningen van de verkochte boedel.
[358]
Hendrik Houwing en vrouw in het Helperhamrik verzoeken in 1740 aan hun zwager Hindrik Manting om de boedel te zuiveren door de beklemming te verkopen; gedwongen door zijn creditoren.
[359], zn. van Jan Houwing (zie IVo) en Harmtje Jacobs.
Otr. op 1-4-1736 te Rolde, tr. kerk op 6-5-1736 te Zuidlaren Jantje Geerts Manting, geb. circa 1700, dr. van Geert Manting en Hindrikje Nijenschuttrups.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Hindrikje Houwing, ged. op 4-11-1736 te Zuidlaren.
Tr. kerk op 4-3-1759 te Farmsum Haijo Pierius, ged. op 21-7-1726 te Farmsum. Bij het huwelijkscontract van 2-3-1759 zijn de getuigen aan bruidegomszijde broers en zusters. Aan bruidszijde Albert Thies oom en Jan Hindricks verzochte dedigsman.
[360]
Op 25-6-1765 is er een geschil voor de Etstoel over de erfenis van Geert Haange. De eiser is Lucas Sissing te Zuidlaren volle neef en dus in de 4e graad verwant aan ette Geert Haanghe onlangs te Coevorden overleden en dus tot deze van zijn vader wijlen Egbert Haanges kant en wegens het huwelijkscontract van 17-8-1724 tussen Egbert Haanghe en Jantijn Geers Mantinge overleden ouders van Geert Haanghe gerechtigd tot de goederen door Egbert Haanghe aangebracht. De verweerder is Hajo Pierius gehuwd met Hindrikje Houwing te Farmsum halve zuster en dus erfgenaam van ette Geert Haange.
[361] De eiser krijgt echter ongelijk.[362]
De staat en inventaris van de goederen nagelaten door wijlen Hindrikje Houwingh op haar dodelijk deces wordt overgeleverd door Hajo Pierius met zijn zoontje bij de overledene verwekt: een gemiddelde inventaris, met o.a. f 15 aan schoenmakersgereedschap, geen leer maar wel f 105 schuld over geleverd leer aan Harm Fritses en Reinold Damhoff. Onder het lijfgoed vrij veel zilver, de krappen van de bijbel gemerkt J.G.M. 1704, verder een zilveren beugel H.H., zilveren schaar en ketting H.H. 1758, zilveren ketting met een esse en een zilveren oorijzer beide ongemerkt, een zilveren mesheft H.H., en een zilveren doosje H.H. Uitstaande obligaties: ten laste van Roelf Manting f 1000, dito f 1250, ten laste van Grietje Eppes wed. Eltje Vos f 1000, ten laste van Uge Jans f 350, ten laste van Uildericus Pierius f 300, ten laste van Reinold Danhoff f 200, ten laste van Sijbolt Derks f 200, ten laste van Jannes Jans wed. f 150.
[363]
Hajo Pierius maak een scheiding en afkoop met Hindrik Mantinge voormond, Ulricus Pierius sibbe en Gerhardus Diephuis administrerende vreemde voogd over het minderjarige zoontje. De vader houdt de boedel, het kind krijgt f 2670.10.0, het lijfstoebehoren bestaande in goud, zilver en linnen zijnde f 162.10.0. daarin inbegrepen.
[364]
Uit dit huwelijk èèn zoon, Urbanus Pierius gedoopt 9-12-1759 te Farmsum.
Zn. van Urbanus Pierius en Grietje Haijes.


VIa    Debora Houwing, ged. op 20-12-1733 te Oude Pekela, overl. op 15-7-1761, dr. van
Derk Jan Houwing (zie Vb) en Helena Boldewijns.
Otr. op 22-7-1752 te Groningen, tr. kerk op 13-9-1752 te Oude Pekela Henricus Folkeringa, vaandrig, ged. op 22-9-1729 te Groningen, overl. op 10-11-1756 te Groningen, begr. op 18-11-1756 te Groningen. Getuige bij het huwelijk is Jannes Mulder als neef.
Op 13-9-1752 wordt er een huwelijkscontract opgemaakt tussen Henricus Folkeringa en Debora Houwing. Aan bruidszijde getuigden haar vader D. Houwink en haar moei K. Houwink. De stiefvader en volle moeder van de oud-vaandrig zijn niet verschenen.
[365], zn. van Klaas Folkeringa en Margje Baumans.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Helena Folkeringa, geb. op 18-8-1753 te Oude Pekela (zie VIIa).


VIb    Jan Markus Vos, schipper, ged. op 23-3-1732 te Oude Pekela, overl. op 12-1-1816 te Oude Pekela. N.B.: de doopboeken van Oude Pekela zijn rond 1770 zeer incompleet. De beide zoons Houwink droegen niet het patroniem Jans, maar de tweede voornaam Jan; alleen de jongste is mèt de naam Houwink gedoopt.
Er is een huwelijkscontract van 19-1-1759. De getuigen daarbij zijn aan zijn kant oom D.J. Houwink, schoolmeester en aan haar kant Israel Jans Finkeles, vader en Jan Israels Finkelus, broer.
Alle Hindriks Buning scheepstimmerman en Bouwgyn Jacobs ter Beneden Pekel A woonachtig verkopen in 1758 aan Jan Marcus Vos een nieuwe scheepsromp.
[366]
De schipper Jan Markus Vos leent op 29-5-1758 f 825 van zijn oom de schoolmeester D.J. Houwink "tot uithalinge van een nieuw vaartuig".
[367] Ook in 1768 leent hij, nu met zijn vrouw Fennigje Israels Finkelius, f 500 van hem.[368] En in 1776 bekende het echtpaar schuldig te zijn aan Barach Houwing f 439 wegens opgeschotene penningen.[369],[370] Het betreft f 300 handgift wegens een nieuw uitgehaalde tjalkschuit aan Bartelt Harms en consorten en diverse andere posten. Het desbetreffende schip is onderpand. Zn. van Luppe Eggericks Vos en Janna Houwing (zie Vc).
Tr. kerk op 21-1-1759 te Nieuwe Pekela Fennechijn Israels Vinkelius, ged. op 3-5-1734 te Oude Pekela, dr. van Israel Jans Vinkelius, rusmeester, en Aaltje Pieters.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Janna Vos, ged. op 28-10-1759 te Oude Pekela.
Tr. kerk op 16-1-1791 te Oude Pekela Jacob Geerts Kamp, ged. op 2-5-1762 te Wehe. Getuigen bij het huwelijkscontract van 29-1-1791 zijn aan bruidegomszijde: Mattje Alberts moeder, Grietje Geerts zuster, Jan Eylkes volle neef. Aan bruidszijde zijn de getuigen: A.H. Staal, schoolmeester te Wehe, als gemachtigde van bruids moeder Fennegien Israels Finkkeles, haar broers Israel en Derk Jans Vos, en haar zuster Aaltje Jans Vos.
[371], zn. van Geert Kamp en Mattje Alberts.

   2.

 m 

Israel Jans Vos, geb. op 17-9-1762 te Oude Pekela, ged. op 19-9-1762 te Oude Pekela, overl. 1826 te Marrenes, Frankrijk. De getuigen bij het huwelijkscontract van 15-12-1790 zijn aan zijn kant: Fennegijn Israëls Vinkelius, moeder ook voor haar man Jan Markus Vos, vader; Derk Jans Vos, broer; Janna Jans Vos en Aaltje Jans Vos, zusters; Martje Egberts, aangehuwde moei; Jan Tjarks, aangehuwde halve neef.
Haar kant: Geert Jans Boscop, vader; Jantje Jans, moeder; Jan Geerts Boscop, Jannes Geerts Boscop en Willem Geerts Boscop, broers; Janna Geerts, zuster; Tammo Reints de Ruiter, aangehuwde oom; Pieter Abels, aangehuwde oom; Etje Jans, volle moei; Willem Kiers en Eppijn Egberts, volle oom en aangehuwde moei; Klaas Sijbrants en Hendrikje Jans, aangehuwde oom en volle moei; Hendrik Engels, oud oom; Reint Tammes de Ruiter, volle neef; Jabob Eltjes de Ruiter en Johanna Meurs, volle neef en aangehuwde nicht; Jan Blok, volle neef; Egbert Willems en Jan Willems, volle neven; Izak Jans de Jonge, volle neef; Sikko Pieters en Elje Tammes de Ruiter, aangehuwde neef en volle nicht; Freeke Tammes de Ruiter, volle nigt; Gijzelina Tammes de Ruiter, volle nicht; Hendrikje Willems, volle nicht.
[372]
Koopman Jan ten Post, procureur J. Versteeg mede voor gezworene C.M. van Bolhuis en de koopman E. Abbring verkopen op 31-1-1793 ieder voor een kwart een smakschip de Jonge Wendelina genaamd, tevoren bevaren door Israel Jans Vos, prijs f 1325.10.4.
[373]
In de Groninger Courant verscheen de volgende overlijdensadvertentie: "Verpletterend was voor ons het berigt, dezer dagen tot Marennes in Frankrijk, ontvangen, dat aldaar in het laatste der vorige maand, slechts twee dagen na elkander, aan eene kortstondige, doch hevige ziekte, zijn overleden beide onze dierbare ouders, Israël Jans Vos, kofschipper, en Ettje Geerts Boskop, hebbende de eerstgenoemde den ouderdom van ruim 63, en de laatstgenoemde ruim 59 jaren bereikt, waarvan zij 36 in eenen genoegelijken en gezegenden echt mogten doorbrengen.
Zes, nu zoo plotseling ouderloos gewordene, kinderen beweenen het verlies van teederminnende en zorgdragende ouders, een verlies des te treffender, daar wij ons vleiden, binnen weinige weken, dezelve huiswaarts te zien keeren, om voortaan de zee vaarwel te zeggen.
Alleen onzen troost zoekende in het Evangelie, waarin beide onze ouders zoo hartelijk geloofden, en op welks toezeggingen zij ook gemoedigd de Eeuwigheid zijn ingegaan, wenschen wij den Heere te zwijgen en ons, in den hope des beteren levens, aan de ontfermingen van God in J.C. op te dragen".
[374]
Tr. kerk op 15-12-1790 te Oude Pekela Ettje Geerts Boskop, ged. op 27-7-1766 te Oude Pekela, overl. 1826 te Marennes, Frankrijk, dr. van Geert Kamp en Mattje Alberts.

   3.

 m 

Luppe Jans Vos, ged. op 28-10-1764 te Oude Pekela.

   4.

 m 

Derk Jan Houwing, ged. op 16-11-1766 te Oude Pekela (zie VIIb).

   5.

 v 

Aaltje Jans Vos, geb. op 22-2-1771 te Oude Pekela. Geboortedatum volgens census 1815. Overl. op 27-11-1815 te Oude Pekela, bij overlijden 45 jaar oud.
Tr. kerk op 7-9-1800 te Oude Pekela Willem Hendriks Kuiper, scheepstimmermansbaas, geb. op 1-6-1772 te Oude Pekela, ged. op 7-6-1772 te Oude Pekela, overl. op 21-10-1836 te Oude Pekela. Bij het huwelijkscontract van 27-1-1801 zijn de getuigen aan bruidegomszijde: Hindrik Klasens Kuiper en Hanna Willems, vader en moeder; Hendrik Jans Middel, zwager; Trijntje Hendriks Kuiper, zuster; Timen Hendriks Kuiper, broer; Fennechien Hendriks Kuiper, zuster; Geert Klasens Kuiper, oom; Klaas Klaasens Kuiper, oom; Harm Geerts Kuiper, neef; Klaas Geerts Kuiper, neef. Eildert Alberts, aangehuwde oom; Tijmen Willems en Trijntje Jans, oom en aangetr. moei.
Aan haar kant zijn de getuigen: Jacob Geert Kamp en Janna Jans Vos, zwager en zuster; Israël Jans Vos en Etje Geerts Boskop, broer en aangetr. zuster; Derk Jans Houwink en Wiske Okkes, broer en aangetr. zuster; Jan Marcus Vos, vader; Berend Jan Houwink, broer; Harm Jans Vinkelius, neef; Geertje Jans Vinkelius, nicht; Barak Houwink, neef.
[375], zn. van Hindrik Clasens Kuiper, scheepstimmermansbaas, en Hanna Willems.

   6.

 m 

Berend Jan Houwing, ged. op 17-10-1774 te Oude Pekela (zie VIIc).


VIc    Jan Lamberts Houwing, landbouwer, geb. te Annen, ged. op 23-4-1741 te Anloo (get.: Jantje Jans van Zuidlaren), overl. op 15-3-1823 te Annen. Hij wordt genoemd in 1797 te Annen op huisnummer 101 als boer met twee kinderen.
[376] Kinderen uit dit huwelijk zijn: Annigje, Jan en Hindrikje Houwing. Zn. van Lambert Berends Houwing (zie Ve) en Lutgertje Jans Schuiling.
Tr. kerk op 14-10-1781 te Anloo Hindrikje Jans Meijering, geb. te Annen, ged. op 13-12-1750 te Anloo (get.: Jacobje Jobing huisvrouw van Willem Homan van Eext), overl. 3-1788 te Annen, dr. van Jan Stevens Meijering en Grietje Anthoni.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Annigje Jans Houwing, geb. te Annen, ged. op 13-10-1782 te Anloo, overl. op 7-4-1839 te Anloo.
Tr. kerk op 21-5-1804 te Anloo Hindrik Jans Mulder, landbouwer, geb. te Anloo, ged. op 10-7-1768 te Anloo (get.: Aaltje Anthoni, hv. van Engbert Hindriks van Anloo), overl. op 18-4-1845 te Anloo, zn. van
Jan Hindriks, molenaar, en Jantje Lamberts Houwing.

   2.

 m 

Jan Jans Houwing, geb. te Annen, ged. op 7-8-1785 te Anloo.

   3.

 v 

Hindrikje Jans Houwing, geb. te Annen (zie VIId).


VId    Geert Joling, landbouwer, ged. op 13-5-1742 te Emmen, overl. op 21-9-1817 te Weerdinge. Geert Joling wordt in de haardstedenregisters te Weerdinge genoemd in 1784 als halve boer en in 1794 en 1804 als keuter. Zn. van
Willem Joling (zie Vf) en Margje Albering.
Tr. kerk op 23-4-1785 te Emmen Aleida Strating, ged. op 2-2-1755 te Emmen, overl. op 8-1-1837 te Noordbarge, dr. van Luigje Seubers Strating en Jantje Strating.
Uit dit huwelijk:

   1.

 v 

Margje Joling, landbouwersche, geb. te Weerdinge, ged. op 25-11-1786 te Emmen, overl. op 2-7-1869 te Weerdinge.

   2.

 v 

Jantje Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 5-7-1789 te Emmen, overl. op 1-1-1821 te Emmen.
Tr. op 6-11-1820 te Emmen Johan Georg Fuhrer, commies, ged. op 21-2-1790 te Breda, overl. op 13-10-1848 te Dalen, zn. van Johan Georg Fuhrer en Johanna Gerlach.

   3.

 m 

Willem Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 14-8-1796 te Emmen, overl. op 3-4-1864 te Weerdinge.
Tr. op 22-4-1835 te Emmen Janna Horring, geb. te Westenesch, ged. op 22-11-1807 te Emmen, overl. op 1-8-1885 te Weerdinge, dr. van Jan Horring en Jantje Schirring.


VIe    Harm Joling, boer en slachter, geb. te Weerdinge, ged. op 26-4-1744 te Emmen, overl. op 1-6-1818 te Weerdinge. Harm Jolinge wordt in de haardstedenregisters te Weerdinge genoemd van 1794 en 1804 met twee paarden. In de bewonerslijsten van 1807 wordt hij als boer en slachter vermeld. Zn. van
Willem Joling (zie Vf) en Margje Albering.
Otr. op 3-5-1783 te Sleen, tr. kerk op 29-6-1783 te Emmen Maria Weggemans, geb. te Den Hool, ged. op 24-5-1759 te Sleen, begr. op 25-2-1804 te Emmen, dr. van Willem Weggemans en Marrigje Weggemans.
Uit dit huwelijk:

   1.

 m 

Willem Harms Joling, geb. te Weerdinge (zie VIIe).

   2.

 v 

Marchien Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 22-6-1794 te Emmen, begr. op 24-4-1795 te Emmen.

   3.

 m 

Roelof Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 28-2-1796 te Emmen, begr. voor 1797 te Emmen.

   4.

 m 

Roelof Joling, geb. te Weerdinge, ged. op 10-9-1797 te Emmen, begr. op 11-7-1798 te Emmen.


VIf    Roelof Houwing, boekweitmulder, ged. op 21-4-1747 te Groningen, overl. op 5-2-1818 te Groningen. Roelf Houwink en Bouwke Willems maken op 20-9-1776 een huwelijkscontract. Aan bruidegomszijde zijn de getuigen: zijn moeder, en alle broers en zusters met aangehuwden. Aan bruidszijde de vader, Gerardus Willems broer, Jan Willems broer.
[377]
Roelef Houwing en Geesjen Bruins maken een huwelijkscontract op 16-2-1786. Aan bruidegomszijde zijn de getuigen de moeder, en zijn zwager en zuster Tonnis Wijndels en Jantje Houwing. Aan bruidszijde zijn de getuigen de beide ouders en haar broer en schoonzuster Derk Bruins en Jacoba Bijlvelts.
[378]
Waarschijnlijk is hij de Roelf Houwink, die in 1774 grootburger van de stad Groninger wordt. Dat bleek een vergissing: het stadsbestuur had hem weliswaar op 19-5-1774 het grootburgerschap geaccordeerd, maar enkele dagen later blijkt dat hij het kleinburgerschap nog niet eens bezat, zodat hij dit eerst moest aanvragen en het eerste "appoinctement" wordt ingetrokken, om door het kleinburgerschap te worden vervangen.
[379]
De stadsadvocaat klaagt op 3-12-1778 Roelof Houwing aan wegens belediging en het slaan van Hindrik Derks Busscher ten huize van Jan Schuiling op 26-10-1778.
[380]
Roelf Houwink is op 10-10-1780 eiser tegen Geesjen Hars en Caatjen Engels. Hij wil weten waarom de verweerders het kind van Engeltje Jans naar zijn huis gebracht hebben.
[381]
Ongetwijfeld is hij (gezien zijn beroep) ook de Roelf Houwing, die aan het Anthoniegasthuis enige tijd "meel en gorte" leverde in 1792, 1794 en 1796
[382] Over 1791 kreeg hij daartoe f 153.15.0 betaald, over 1792 f 188.12.0, over 1793 f 250.15.0, over 1794 f 370.14.0, over 1795 f 421.9.0. Daarna werd de leverantie kennelijk door anderen overgenomen.
Roelf Houwink koopt op 30-9-1785 samen met zijn toekomstige schoonouders Jan Derks Bruins en Grietjen Jans van Harm Hamming en Hinderkjen Jacobs een kamer en stal ten N. van het Damsterdiep.
[383] Zij betalen er f 500 voor en verkopen het een week later voor f 625 weer door aan Hinderikus Numan en Hilligje Eising.
Zoals uit de doopinschrijvingen van de kinderen blijkt, woont Roelf Houwingh aan het Damsterdiep. Op 10-12-1793 maakt hij als boekweitenmulder Houwink aan het Damsterdiep aan het stadsbestuur een klacht bekend, dat hem die nacht zeven Engelse ruiten met stenen waren ingeslagen.
[384] Dat wordt, zoals gebruikelijk, op stadskosten gerepareerd[385]
Roelf Houwink koopt op 5-11-1781 uit de boedel van Juffer C.M. Sevenstern de beklemming van tien grazen land buiten de Steentilpoort bij de Zaagmuldersweg, met een vaste huur van f 100 per jaar.
[386] Als de schepper Roelf Houwing verkoopt hij dit op 13-11-1804 aan Hindrik van Calcar voor f 4128.[387] Kort daarop doet hij een grote investering met de aankoop van Jannes Huising huis, schuurtje, tuin en appelhof, pelmolen en twee kampen land in de Eexta.[388] De prijs is f 14.300, waarvan tienduizend gulden als hypotheek over het verkochte bleef uitstaan. Het is ongetwijfeld ten dienste van deze aankoop dat hij op 15-2-1783 de ontbrekende f 4000 leende van de raadsheer A.H. van Swinderen.[389] Dit perceel is aanvankelijk gemijnd door Jan ter Post in qlte, en Roelf Houwink had zich borg gesteld; als de creditoren van de verkoper op betaling aandringen en Ter Post hen niet kon tevredenstellen, wordt Roelf Houwink als borg aangesproken die "ter voorkoming van schade" de betaling verricht en ook als koper te boek gesteld wordt.[390]
Op 10-6-1790 verkoopt de boekweitenmulder Roelf Houwing, zonder zijn vrouw, een hof met somerhuis aan de noordzijde van de Cubasteeg buiten de Oosterpoort voor f 253.3.0.
[391]
Roelf Houwink treedt eind 1788
[392] op voor zijn schoonvader, die een van de kopers is van De Groote Toelast aan de noordzijde van de Grote Markt; en opnieuw toen zij een maand daarna een kamer in de Snikkevaardersgang aan het Damsterdiep kopen voor f 400.[393]
Roelf Houwing en Geesje Jans Bruins, Trijntje Jans Bruins, Pieter Jans Bruins en Biena Wolthuis, alsmede Joggem Bruins en Berent Drost voogden over de minderjarige dochter Margien Jans Bruins verkopen aan Jacob Groen en Geertruit Heerkes een woonkamer in de Moeskersgang, met huisraad.
Op 14-5-1790 verkopen Mulder R. Houwink en Geesje Bruins, mede als gevolmachtigden van Tonnis Wijndels en Jantjen Houwink, J. Holtkamp en Trijntje Houwink aan Hindrik Hindriks en Jacobje Cornellis ehel. te Wittewierum een behuizing met de beklemming van het heem alsmede van 14 gr. land te Wittewierum en de schipvaart en het koornschip varende van Wittwierum na Groningen en vice versa compleet met 25 zakken.
[394], zn. van Hindrik Roelofs Houwing (zie Vg) en Albertje Karst Hilbrants.
Otr. (1) op 8-9-1776 te Bierum, tr. kerk op 27-9-1776 te Groningen Bauke Willems, ged. op 23-4-1752 te Bierum, overl. 1779 te Groningen, dr. van Willem Cornelis en Grietje Gerhardus.
Otr. (2) op 18-2-1786 te Groningen, tr. kerk op 10-3-1786 te Groningen Geesje Bruins, ged. op 13-5-1766 te Groningen, overl. op 27-2-1801 te Groningen, dr. van Jan Derks Bruins en Grietje Mesterink.
Uit het eerste huwelijk:

   1.

 m 

Hindrik Houwing, ged. op 5-9-1777 te Groningen, begr. op 27-9-1777 te Groningen.

   2.

 v 

Boukje Houwing, ged. op 19-3-1779 te Groningen, overl. op 1-6-1779 te Groningen.

Uit het tweede huwelijk:

   3.

 v 

Albertje Houwing, ged. op 23-6-1788 te Groningen, overl. op 6-1-1854 te Groningen.

   4.

 m 

Jan Houwing, ged. op 22-4-1790 te Groningen.

   5.

 v 

Grietje Houwing, ged. op 13-7-1792 te Groningen, overl. op 14-7-1825 te Groningen.

   6.

 m 

Hindrik Houwing, ged. op 12-9-1794 te Groningen, overl. op 7-9-1826 te Groningen.

   7.

 v 

Jantje Houwing, geb. op 30-3-1797 te Groningen, ged. op 11-4-1797 te Groningen, overl. op 24-10-1859 te Groningen.
Tr. op 9-4-1826 te Groningen Pieter Roosje, sjouwer, ged. op 15-9-1799 te Veendam, overl. op 22-2-1858 te Groningen, zn. van Pieter Pieters Roosje, landbouwer, en Jantje Harms.

   8.

 v 

Trijntje Houwing, geb. op 30-6-1799 te Groningen, ged. op 9-7-1799 te Groningen, overl. op 21-3-1866 te Groningen. Zij heeft mogelijk een onecht kind Jacobus geboren 15-7-1826.
Tr. op 4-1-1829 te Groningen Tjitte Teunis Asselman, schippersknecht, ged. op 25-5-1798 te Het Meer, Heerenveen, overl. op 5-7-1849 te Groningen, zn. van Teunis Dirks Asselman, timmermansknecht, en Gatske Tjittes Blaauw.

Kinderen:

   9.

 m 

Roelof Houwing, ged. op 18-10-1780 te Groningen, onecht kind, zn. van Engeltje Jans.


VIg    Hindrik Houwing, schoolmeester Scheemda, ged. op 7-6-1733 te Beerta, begr. op 13-2-1769 te Scheemda. Het huwelijkscontract tussen Hindrik Houwingh, schoolmeester te Scheemda, en Rolina Oosterhuis dateert van 6-6-1754. Aan de bruidszijde zijn de getuigen de ouders en haar broeder Samuel Oosterhuis. Aan de zijde van de bruidegom: Willem Houwing schoolmeester in de Beerta vader, Geert Jans, schoolmeester te Gasselte en Jantjen Houwing aangetr. oom en volle moei, Luken Hindriks Groenman en Bouwigjen Berents oom en moei (de ontfanger Jan Groenman en Getruida Hutteman idem, verzocht doch niet gekomen).
[395]
Bij zijn begrafenis wordt f 11.2.7 in de becken bevonden en zijn weduwe betaalt later nog f 6.0.0. aan huur voor het lijklaken.
De inventaris van de goederen nagelaten door wijlen de schoolmeester Hindrik Houwink wordt overgegeven door zijn weduwe Roelijna Oosterhuis op 10-3-1772. Huisraad en lijfstoebehoren. Vorderingen: f 200 Harm Sijbolts, f 507 Popko Tammes, f 250 Simen Willems, f 450 Hindrikjen Wolters, f 100 van `mijn moeder' en f 375 een schuitebrief ten laste van Onno Hemmes. Totale boedel f 3432.0.0. Door de weduwe aangeërfd f 1242 en door de overledene f 125, blijft over f 1065.
[396]
In 1773 is er een geschil tussen Otto Geugjes Sap enerzijds en Hindrik Geerts, Beent Adriani en Lippo Erenst Emmelkamp voogden over de minderjarige kinderen van wijlen Hindrik Houwing en Roelina Oosterhuis anderzijds.
[397]
Er worden kinderen van de schoolmeester begraven te Scheemda op 14-1-1757, 27-1-1758 en 13-4-1758. Dit zullen Willem en Harm zijn geweest, alsmede een in 1758 geboren kraamkind waarvan de doop niet is aangetekend. Zn. van
Willem Houwing (zie Vj) en Barbertje Hindriks.
Otr. op 19-5-1754 te Scheemda Roelina Oosterhuis, ged. op 29-5-1729 te Wildervank, dr. van Harm Roelofs Oosterhuis en Wilmina Grossius.
Uit dit huwelijk: