Generatie I
Johan Homan, geb.
circa 1390, overl.
na 1456 te
Yde
De eerste vermelding van Johan Hoveman in de ordelen van de Etstoel is in 1416 als de buren van Zwiggelte een geschil hebben met Johan Hoveman en Johan Campinge. 1
In 1426 heeft Johan Haveman een geschil met Geert Bezuiden over het afpanden van een paard. In dit geschil worden ook de buren van Zeegse genoemd.2
In 1424 heeft Sicke Haveking een geschil met Johan Haveman.3 In 1427 luidt de uitspraak in hun conflict, dat mocht Sycke (geschreven als Havinge) kunnen bewijzen met behulp van Aleff van Haeren, Egbert Havinge (= Havekinge?) en Ludeken Hilbolding, dat er een scheiding (van goederen) heeft plaatsgevonden, dan zal de scheiding van kracht zijn. De bewijsstukken dienen bij de schulte van Borger te worden ingeleverd.4 Een jaar later besliste de Etstoel, dat als Johan Haveman zich niet aan de scheiding zou houden, hij een boete van 10 oude schilden zou krijgen.5 Een jaar later is Sycke blijkbaar gestorven, aangezien Johan Haveman toen weer een poging deed, maar dan tegen de zonen van Sicke Haveking.6
In 1430 dient nogmaals de zaak Homan - Bezuden voor de Etstoel. 7
In 1437 heeft Haveman een geschil met Roloff Crabben over een waardeel. 8
In 1441 is er sprake van een kwestie tussen Homan en Jacob Schultinge: "is gewyst van den derden pennynge, want hem Haveman gyen guyt off byeste aff gepant hevet ende pantweringe dede ende hem nae myt ryeden gelde betaelde, so en sal hy genen derden pennynck hebben". 9
In 1444 is er een geschil tussen Albert Campinge en Hoveman over naarkoop. In dit stuk wordt de schulte van Vries genoemd.10
In 1450 is er een conflict tussen Johan Hovemann en Albert Titsinge te Yde over naarkoop. 11
In 1453 heeft Johan Hoveman een geschil met Bertolt Knasse over 20 mud rogge, haver en nog enige andere goederen.12
In 1454 gaat het om een testament van Iden, Johan Hoeffmans dochter: "Item so is de droste myt den etten overdraegen, dat dat testament, dat de erffgenamen Iden, Johan Hovemans dochter, gemaeckt ende bescreven hebn nae Ydens doet, dat dat van werde wesen sall, wantet redelick is; ende dat testament dat Idens bychtvader bescreven hadde in oeren krancheit, dat sal van geenre werden wesen, wantet onredelick ende nyet gegeven is by wetten der erffgenamen als recht is". 13
Nog in 1454 en 1456 vinden we Johan Homan contra Ludeken Hovekinge, Harmen Hovekinge en Johan Meisteringe. Dit is ook het laatste jaar dat we Johan Homan aantreffen.14
Op een hoofdgeldenlijst van circa 1450 wordt Jan Haveman genoemd te Taarlo of Zeegse. Waarom hij hier te Taarlo/Zeegse genoemd staat en niet te Yde is onbekend. Mogelijk is hij later naar Yde getrokken of had hij bezittingen in beide plaatsen. 15
Tr.
Partner is
N.N. Haveking, geb.
circa 1400, dr. van
Sicke Haveking
3.
Iden Homan, geb.
circa 1420 te
Yde, overl.
voor 1454